Het Beeld

De wegen van een netcoördinator zijn ondoorgrondelijk. Op maandagavond zendt Nederland 3 op prime time (tussen acht en tien) drie documentaires achter elkaar uit. Althans, de rubriek Nieuw Economisch Peil van Teleac/NOT/RVU is meer een non-fictie-magazine, zoals ook Zembla genoemd zou kunnen worden. Een actueel economisch onderwerp wordt verdienstelijk uitgediept, zonder dat veel moeite wordt gedaan om sprekende hoofden van deskundigen te vermijden. Gisteren stelde in de aflevering Hoe meer zieken, hoe meer winst samenstelster Suzanne Raes een superefficiënte, winstgevende keten van Duitse privéklinieken tegenover de gang van zaken in de Nederlandse gezondheidszorg. Interessant, maar geen documentaire.

De vijfdelige RVU-serie Veiligheid: een kwestie van gevoel is nogal onevenwichtig van samenstelling, maar de aflevering van gisteren, Zonder pillen ga ik gillen, was in ieder geval een auteursdocumentaire. Maker Pieter Prins deed camera, geluid, regie en montage in zijn eentje, en zo kon hij dicht op de huid kruipen van zijn hoofdpersoon. René, een alleenwonende schizofreen, spreekt regelmatig in de badkamer zichzelf toe voor de spiegel: ,,Schizofrenie gaat niet over, maar het gaat wel beter met mij!'' (bis). In zorgvuldige en excentrieke kadreringen schetst Prins René's eenzame gevecht met zijn demonen. Een binnenwereld wordt zichtbaar in gedrag en woord, in schaduwen en landschappen. Alleen in de bizarre montage derailleert het fraaie portretje af en toe, en het verband met de rest van de serie, over hoe mensen elkaar onveiligheidsgevoelens aanpraten, is een beetje gezocht.

Pièce de résistance van het avondje berichten uit de samenleving was het eerste deel van het tweeluik De school draait door, `een film van Wim Schepens' in de VPRO/NPS-serie Dokwerk. VPRO-documentairehoofd Schepens stelt in een begintitel dat hij een jaar lang een basisschool in een Utrechtse volkswijk `volgde'. Daar gebeuren verschrikkelijke dingen, beweren de leerkrachten voor de camera. Leerlingen schelden hun onderwijzers uit, gaan soms over tot fysieke bedreiging, en er worden op de school met vijftig procent allochtonen ook racistische woorden geuit.

Het is jammer dat we die gebeurtenissen nauwelijks te zien of te horen krijgen. Er is niet veel interactie met de leerlingen zichtbaar, we nemen alleen de ontzetting van de docenten waar, als weer een nieuwe collega na een paar weken de handdoek in de ring gooit. Het kan een keuze zijn, om uitsluitend op de leerkrachten in te zoomen, maar een waarschijnlijker verklaring bieden de credits, die vijf verschillende cameralieden vermelden. Dan bouw je weinig rapport op in zo'n kwetsbare situatie. Wat in beeld resteert zijn angstige, achterdochtige en soms minachtende reacties op dito leerlingen en hun ouders, die door deze leerkrachten vooral als probleem gedefinieerd worden. Door alleen woedende onmacht te tonen wordt De school draait door een gevaarlijk eenzijdige documentaire, het tegendeel van de intieme bioscoopparel Être et avoir.