Gesneuveld in Den Haag, succesvol in de wereld

Met zijn benoeming tot secretaris-generaal van de NAVO krijgt de carrière van De Hoop Scheffer een onvermoed hoogtepunt. Hij wil altijd tienen halen, en is innemender dan hij lijkt, zegt zijn omgeving.

Op het anders zo gespannen gelaat van minister De Hoop Scheffer viel de laatste weken al te bespeuren dat betere tijden waren aangebroken. Grijnzend wimpelde hij vragen af over zijn verwachte benoeming tot NAVO-chef. Bij de presentatie van zijn begroting aan de pers op 12 september werd hij zelfs ronduit jolig. ,,Agnes, je budget is teruggebracht tot 0,6 procent van het BNP'', grapte hij naar zijn collega Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking), die hem door een gebrekkige videoverbinding op een conferentie in Mexico even niet kon verstaan.

Zoveel is duidelijk: Jakob Gijsbert de Hoop Scheffer (1948) beleeft een immense voldoening aan zijn wonderbaarlijke herrijzenis. Nog geen twee jaar geleden leek het over en uit met zijn politieke loopbaan. Als `backste backbencher' nam de verguisde, zojuist ten val gebrachte CDA-fractieleider plaats in de Kamerbankjes. Als secretaris-generaal van 's werelds machtigste defensie-alliantie keert hij nu – na een kort ministerschap – terug.

Zo kunnen de pijnlijke herinneringen aan zijn mislukte fractievoorzitterschap worden uitgewist. En dat is belangrijk voor de ambitieuze De Hoop Scheffer. ,,Hij legt de lat altijd erg hoog voor zichzelf'', weet het oud-Kamerlid Hans Hillen, een goede vriend van De Hoop Scheffer. ,,Hij wil altijd tienen halen en als hij het gevoel heeft dat hem dat niet lukt, verkrampt hij.''

De Hoop Scheffer is een man met twee gezichten. Op buitenstaanders komt hij vaak gespannen en geforceerd over. Vooral als fractieleider schaadde dat zijn imago. Wanneer de deftige De Hoop Scheffer zich opwierp als hoeder van de belangen van de gewone man maakte dat geen authentieke indruk. Maar mensen die veel met hem hebben te maken gehad, zijn juist zeer van hem gecharmeerd. Hij is loyaal. Zelfs na zijn val als fractieleider wegens gebrek aan vertrouwen van het partijbestuur gaf hij niemand een trap na. Hij bezit ook een uitstekend gevoel voor humor, zeggen ze. In kleine kring zingt hij graag zelf gemaakte cabaretliedjes. En met die deftigheid valt het ook wel mee: als gevestigd politicus tufte hij nog jaren rond in een Eend.

Op Buitenlandse Zaken had De Hoop Scheffer `operatie eerherstel' de afgelopen veertien maanden al nadrukkelijk ingezet. Hij voelde zich als een vis in het water op het departement, waar hij ruim twintig jaar geleden al werkzaam was geweest als persoonlijk secretaris van vier ministers van Buitenlandse zaken. Anders dan zijn voorganger Van Aartsen kende hij daardoor de mores op de Apenrots, zoals het ministerie vaak wordt genoemd, en dat vergemakkelijkte de samenwerking met de ambtenaren. Met zijn hoogste ambtenaar, Frank Majoor, was dat al helemaal geen probleem. Ze kennen elkaar al dertig jaar en joggen regelmatig met elkaar.

Schijnbaar moeiteloos trok hij het Europese beleid weer naar zich toe, dat Van Aartsen grotendeels aan zich had laten ontglippen. Maar de grootste uitdaging tijdens zijn ministerschap was de Irak-crisis. Daarbij laveerde hij volgens veel waarnemers behendig. Hij steunde de Amerikanen en de Britten zonder Frankrijk en Duitsland van zich te vervreemden. Den Haag verleende geen militaire steun en ondertekende evenmin de solidariteitsverklaring van een aantal Europese landen met de VS. Maar Nederland stak tot vreugde van Washington wel zijn nek uit om voor de inval als eerste Patriot-installaties naar Turkije te brengen. Nu zitten er 1.100 Nederlandse militairen in Irak om de stabiliteit te bevorderen.

Een van De Hoop Scheffers voorgangers op Buitenlandse Zaken, Hans van Mierlo, twijfelt er niet aan dat juist zijn Irak-beleid hem de post bij de NAVO heeft opgeleverd. ,,Voor de Amerikanen was hij de ideale kandidaat'', aldus Van Mierlo. Een andere oud-minister van Buitenlandse Zaken, Hans van den Broek, denkt dat zijn voormalige particulier secretaris goed zal gedijen in Brussel. ,,De NAVO heeft juist nu behoefte aan een bruggenbouwer en dat is Jaap de Hoop Scheffer.''

Volgens velen is De Hoop Scheffer eigenlijk zijn hele professionele leven meer diplomaat dan politicus gebleven. Dat zou ook verklaren waarom hij een groter succes is als minister van Buitenlandse Zaken dan als partijleider. ,,De Hoop Scheffer is de eerste om te erkennen dat dat fractievoorzitterschap hem niet op het lijf stond geschreven'', aldus Van den Broek, die in 1986 samen met oudgediende Norbert Schmelzer de jonge De Hoop Scheffer de Tweede Kamer in hielp loodsen. Voor het CDA wel te verstaan en niet voor D66, de partij waarvan De Hoop Scheffer eerder enige jaren lid was geweest.

Marnix van Rij, voormalig voorzitter van het CDA, beaamt dat De Hoop Scheffer niet de gedroomde leider was. ,,Je moet als politiek leider passie hebben voor de goede zaak. Zoals Balkenende dat heeft, die is de vleesgeworden christendemocraat. Je moet visie hebben en weten waar je je club heen wilt leiden. Dat was niet sterk ontwikkeld bij Jaap. En je moet sterke mensen om je heen verzamelen. Ook daarin was hij terughoudend uit angst dat het zijn eigen positie zou aantasten.''

Hillen vindt dat De Hoop Scheffer daarmee te kort wordt gedaan. ,,Jaap had de pech dat hij in 1997 aan het hoofd van een partij kwam, die veel te lang had geregeerd en arrogant was geworden. Iedereen vond het goed dat die een toontje lager moest zingen. Het is moeilijk om in vorm te komen als je steeds op een fluitconcert wordt getracteerd, zodra je het veld opkomt.''

Desondanks heeft De Hoop Scheffer volgens hem kans gezien het CDA inhoudelijk weer goed op koers te krijgen. Hillen: ,,Wij hebben toen al nagedacht over zaken als een levensloopregeling en daar heeft het CDA nu profijt van.'' Hij gaf ook anderen, onder wie de nog onbekende Jan-Peter Balkenende, volop de ruimte aan deze inhoudelijke vernieuwing bij te dragen.

Maar electoraal gezien sprankelde De Hoop Scheffer niet. In 1998 verloor het CDA nog eens vijf zetels in de Kamer en zakte voor het eerst beneden de dertig. Ook daardoor werd hij binnen de partij nooit echt geliefd. Voor de katholieken uit het zuiden des lands miste hij, als zoon van een Amsterdamse effectenhandelaar die pas na zijn huwelijk tot het roomse geloof was overgegaan, bovendien de vertrouwde nestgeur. Protestanten koesterden al evenmin warme gevoelens voor hem.

En dat terwijl zijn Kamerlidmaatschap zo veelbelovend was begonnen. Al snel onderscheidde hij zich met zijn scherpe tong. In 1992 had hij een heftige aanvaring met minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) over diens kritiek op schendingen van de mensenrechten in Indonesië. Ook toen Pronk sprak van genocide bij Srebrenica, vocht De Hoop Scheffer dit scherp aan. Pronk heeft hem dit nooit vergeven.

De Hoop Scheffers ongemeen felle optreden in de Kamer leverde hem de bijnaam De Hoop Keffer op. Hij werd er een van de bekendste Kamerleden mee. Al in 1993, toen Van den Broek naar Brussel vertrok als eurocommissaris, gold hij als de voor de hand liggende opvolger. Maar het liep anders. Fractieleider Brinkman nam hem mee naar een Haags restaurant om hem te vertellen dat de keuze helaas niet op hem maar op de Leidse hoogleraar Peter Kooijmans was gevallen. Ook aan dat pijnlijke moment moet De Hoop Scheffer in deze voor hem triomfantelijke dagen nog wel eens hebben teruggedacht.