Gesmolten kaas

Verdringing is niet goed. Verdringing kan allerlei vage klachten veroorzaken. Popmuziek kan een verhelderende rol spelen.

Zaterdag stond ik opeens met een cd van Iron Butterfly in mijn handen. Een overzicht met nummers als Belda Beast en Lonely Boy. Ik rekende af. Plaats van transactie: de Molsteeg in de hoofdstad. Dit verhaaltje schrijf ik onder invloed van de dwaze klanken van Iron Butterfly.

De Rooy en ik, we gingen het wielerseizoen voorbereiden. Op de langlauflatten. Alles op eigen kosten, en zonder dat de ploegleiding het had bevolen. Het is januari 1983, we zijn jong en ambitieus.

Grensovergang Bazel. De Zwitserse douane heeft een scherpe neus. Ik moet uitstappen. In een kantoortje beginnen er twee aan mijn paspoort te ruiken. Net hasjhonden. `Dit paspoort ruikt naar hasjies', zegt de ene. Mijn naam gaat al in een systeem. Het kost me vervolgens een kwartier hen te overtuigen van mijn goede bedoelingen. Ik ben Radsportler, professional nota bene, geen koerier. Ik krijg het voordeel van de twijfel, ze laten los.

We rijden weer. Onder in mijn documententasje vind ik het blokje. Dat zat er al een paar jaar in. Als residu van een bijzondere tijd.

Het gat Oberwald ligt aan het einde van een lang dal, een langlaufparadijs, gezonde lucht op een hoogte van 1.500 meter. Twee geslachten bevolken de stip: de Kreuzers en de Hischiers. Het genetische isolement heeft zijn sporen nagelaten. Odilo is een Hischier. Als uitbater van hotel Tannenhof zit hij de hele dag aan de Stammtisch achter eine Stange. Hij rookt Gauloise. Een openhartige, ronduit gezellige gastheer.

Maar gezelligheid is niet aan ons besteed. Wij zijn gekomen om de winter uit het bloed te jagen. Wij treffen het. Een Zwitserse wedstrijdlaufer op privéstage in Tannenhof geeft ons technische ondersteuning. Vroeg opstaan, zwoegen op de latten, middagrust op bed. De Rooy heeft een cassetterecorder en een bandje, The best of Iron Butterfly. Ik maak kennis met Belda Beast.

Verder maak ik op advies van de Zwitser kennis met Schnuss, een vette Finse tabak uit blik. Je rolt een pluk tot een worst, legt die worst achter je bovenlip tegen het slijmvlies, en ontspannen maar. Langlauftechniek. Na een week Oberwald zijn De Rooy en ik behoorlijk opgebloeid.

Misschien kwam het door het isolement, misschien ook door de voortvarende gezelligheid van Odilo, bijna onmerkbaar vergleed de fysieke voorbereiding in een psychische. Op een betrokken middag bereikten we het punt waar ik als katholiek zo vertrouwd mee was: het vastenavondgevoel. Nog een keer de remmen los voordat de vastentijd – het wielerseizoen – aanbreekt. We hadden nog een week.

Vers terug uit de loipe schuiven we aan bij Odilo. Bier, veel bier. Veel Gauloise ook. De Zwitserse crack zet het blik Schnuss op tafel. We eten er gesmolten kaas bij. Odilo haalt de wijnkelder leeg. We zijn verdomme goed bezig, maar we missen iets. De Rooy en ik, we vreten ieder een helft van mijn blokje op.

Diep in de nacht maak ik foto's. Ik heb ze nog. Schrijven is één ding, maar die foto's krijgt geen mens te zien.