De student wil wel 1

Victor Pessers schreef onder de titel `Geef bollebozen iets extra's', dat Nederlanders nooit hoog scoren op de wis- natuur- en scheikunde-olympiades. Hij wijt dit aan het feit dat Nederland veel minder geld en aandacht aan dit soort uitdagingen besteedt dan andere landen. (NRC Handelsblad, 16 september). Dit klopt.

Nederlanders bereiken nooit de top, maar ze zitten er wel net onder, en heel af en toe komen ze in die top terecht. Maar verder dan de lokale pers komen deze berichten niet. De twee Nederlandse teams die dit voorjaar naar de eerste Europese Unie Science Olympiade in Ierland gingen, wonnen goud respectievelijk zilver. Ondanks de persberichten die zijn verstuurd, is nauwelijks iets van de geleverde prestaties doorgedrongen in de media.

Hetzelfde valt te zeggen over de zilveren en bronzen medailles die de Nederlanders de laatste drie jaar behaalden op de biologie-, scheikunde- en informatica-olympiades. Op deze laatste olympiade is in 1999 zelfs goud behaald. De winnaar was tweede beste van de hele wereld. Deze fenomenale prestatie werd alleen bekend in de provincie waar hij vandaan kwam, Groningen. Waar was de nationale pers toen de minister/staatssecretaris van Onderwijs hem voor de geleverde prestatie een prijs uitreikte? Waarom zijn we zo weinig trots op wat jongeren presteren op het terrein van wiskunde en natuurwetenschappen? En welke gevolgen heeft dat gebrek aan trots voor de populariteit van wiskunde en natuurwetenschappen?

Pessers laakt ook de onzinnige huiswerkopdrachten die in de tweede fase worden gegeven. Toch is het een feit dat de Nederlandse deelnemers aan de eerste Europese Unie Science Olympiade – afkomstig van zes verschillende scholen – zo goed konden presteren omdat het om samenwerkingsopdrachten ging, waarbij een zelfstandige aanpak voorop stond. En dat kunnen zij dankzij het studiehuis heel goed.