De comeback van een diplomaat

Algemeen Dagblad

De man die tot het laatst toe volhield geen kandidaat te zijn, Jaap de Hoop Scheffer, wordt toch de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO.

Met zulke prestigieuze benoemingen kan het vreemd lopen, zoals ook de carrière van een politicus wonderlijke wendingen kan nemen. Nog maar enkele jaren geleden werd De Hoop Scheffer te licht bevonden om leiding te geven aan het CDA, de partij die hem onbarmhartig aan de kant schoof ten gunste van Jan Peter Balkenende. En nu is hij dus plotseling uitverkoren de komende vijf jaar leiding te geven aan het Atlantisch bondgenootschap.

[...]In de stille diplomatie zoals die voor de vervulling van deze functie wordt bedreven, bleef uiteindelijk alleen zijn naam over als kandidaat die voor alle lidstaten aanvaardbaar is. De keerzijde van die gebruikelijke unanimiteit in de NAVO is dat zijn mandaat niet groter is dan de lidstaten hem toestaan. Vanzelfsprekend is de stem van de grootste bondgenoot, de Verenigde Staten, daarbij steeds beslissend. [...]

Tegen die achtergrond kan de keuze voor De Hoop Scheffer goed worden begrepen. Hij is de atlanticus die hecht aan uitstekende relaties met de Verenigde Staten, maar ook voor Europa een warm kloppend hart heeft. Maar bovenal is hij meer diplomaat dan politicus, die beter in staat is de denkbeelden van anderen te verwoorden dan met eigen visies te komen. Eigenzinnigheid is een eigenschap die van een secretaris-generaal van de NAVO niet wordt verlangd. Daarin blonk De Hoop Scheffer tijdens zijn kortstondige ministerschap dan ook niet uit, waardoor de diplomatieke kleur grijs in zijn beleid opvallend de boventoon voerde.

Premier Balkenende schrijft de benoeming van zijn minister toe aan de rol van bruggenbouwer die de Nederlandse regering het afgelopen jaar zou hebben vervuld. Daarmee rekent hij zijn kabinet verdiensten toe die tenminste omstreden zijn. Met het verlenen van politieke steun aan de oorlog in Irak en de bereidheid onmiddellijk daarna militairen naar dat land te sturen, nam Nederland een positie in die vooral de Amerikanen en Britten welgevallig was. Overigens is van enig succes van de Nederlandse diplomatie tot dusver niets gebleken, behalve dan dat De Hoop Scheffer de NAVO-topman wordt.

Balkenende doet er verstandig aan een opvolger te zoeken die wel eigen opvattingen heeft, opdat de stem van Den Haag weer wat vaker wordt gehoord.

de Volkskrant

Jaap de Hoop Scheffer wordt het nieuwe gezicht van de NAVO. Dat is in de eerste plaats een persoonlijke triomf. Na zijn val als CDA-leider ging hij door de woestijn, verguisd als een hoekig politicus voor wie de kiezers niet warm liepen. Zijn benoeming tot minister van Buitenlandse Zaken in het eerste kabinet-Balkenende vormde vorig jaar het begin van zijn rehabilitatie. Hij keerde terug in zijn oude vak als diplomaat en in die afstandelijke wereld gedijt hij beter dan in de nerveuze ambiance van de partijpolitiek. [...]

Indachtig het echec in de jaren negentig met de kandidatuur van Lubbers speelde (de regering) het spel ditmaal heel voorzichtig. Het was echter niet alleen een kwestie van een betere tactiek, maar ook van een betere kandidaat. De Hoop Scheffer was beter gekwalificeerd voor de hoogste NAVO-post dan Lubbers, die weliswaar een behendig partijpoliticus was maar internationaal te onstuimig, te belerend en te onbetrouwbaar werd bevonden om in aanmerking te komen voor een hoge post bij de NAVO of de Europese Unie. Het omgekeerde dus van De Hoop Scheffer.

Deze laatste heeft minder last van de Nederlandse hebbelijkheid om, in de overtuiging van het eigen gelijk, de eigen positie te overschatten en de grote bondgenoten de les te lezen. In de aanloop naar de oorlog in Irak koos De Hoop Scheffer voor politieke steun aan de Amerikanen.

Desondanks vervreemdde hij zich niet van het anti-oorlogskamp, aangevoerd door de Fransen en de Duitsers. Zo zag hij af van een Nederlandse handtekening onder de brief waarin acht Europese leiders zich onomwonden achter Bush en Blair schaarden: hij wilde de westerse verdeeldheid niet nog groter maken.

[...]De Hoop Scheffer zou zijn toekomstige werk slecht doen als hij zich opstelt als vertegenwoordiger van Nederland.

Hij staat straks uitsluitend voor het belang van de NAVO, een uniek bondgenootschap omdat het louter uit democratieën bestaat en als enig westers samenwerkingsverband over de militaire middelen beschikt om via vredesmissies de internationale stabiliteit te helpen bewaken. De Hoop Scheffer moet voorkomen dat deze alliantie irrelevant wordt. Dat kan alleen door de grote Europese landen te leren met één mond te praten en de Amerikanen te pressen weer naar de Europeanen te luisteren. Te hopen valt dat hij daarin slaagt, want de NAVO is het enige geloofwaardig alternatief voor eenzijdig Amerikaans optreden in de wereld. Op mislukking staat een hoge prijs.

Trouw

[...]Jaap de Hoop Scheffer wordt na Dirk Stikker (1961-1964) en Joseph Luns (1971-1984) de derde Nederlandse secretaris-generaal van de NAVO. [...]

Positief is dat De Hoop Scheffers benoeming aantoont dat Nederland vaardig de middenweg heeft gezocht in het afgelopen, woelige jaar en dat hij zelf een bruggenbouwer kan zijn. Maar je kunt ook menen dat zijn benoeming te danken is aan het feit dat de NAVO-topman nu eenmaal uit Europa moet komen en dat hij de aanvaardbare `restkandidaat' was dankzij de wel erg pragmatische koers van Nederland ten aanzien van Irak.

De vraag is wat de NAVO wint bij zijn benoeming. De alliantie zoekt sinds de val van het communisme een nieuwe missie. De militaire integratie van zeven nieuwe Oost-Europese leden, volgend jaar, zal op grote problemen stuiten.

Ook is de vraag hoe vaak de NAVO buiten haar verdragsgebied mag opereren zoals nu in Afghanistan al gebeurt en hoe de Europese defensiesamenwerking spoort met de NAVO. En er is de allesoverheersende vraag: hoe serieus zullen de Amerikanen de NAVO blijven nemen als de Europese landen minder geld uitgeven aan defensie? [...]

De Telegraaf

De benoeming van Jaap de Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de NAVO is een even eervolle als zware opdracht. Een eervolle taak omdat het slechts weinig Nederlanders is gegeven zo'n belangrijke internationale functie te vervullen. De evenwichtige wijze waarop hij in korte tijd zijn ministerschap van Buitenlandse Zaken heeft vervuld, toont dat hij voor de post uitmuntend gekwalificeerd is. [...]

Het is ook een zware taak. Het bongenootschap is na de ineenstorting van het communisme nog steeds zoekende naar een nieuwe rol. Daaraan kan hij mede gestalte geven. Tevens moet hij de verschillen binnen de NAVO, die na de Irak-kwestie pijnlijk bleken, proberen te overbruggen en moet hij toezien op de uitbreiding van de NAVO met nieuwe Oost-Europese landen. [...]