Comfortabel minder water

Het grondwaterpeil is gezakt, paalrot is het gevolg. De droogte tast dijken aan. De aanwezigheid van drinkwater is minder vanzelfsprekend dan het was. Besparen levert op.

Een Nederlander gebruikt al gauw zo'n 125 liter water per dag, ruim 45.000 liter per jaar. Daarvan wordt dagelijks slechts een paar liter als drinkwater geconsumeerd. De rest gaat op aan wc's doorspoelen, kleren wassen, tanden poetsen, douchen, afwassen, groente spoelen, de tuin sproeien en de auto wassen. Al dat water wordt op drinkbare kwaliteit aan huishoudens geleverd.

Zuiniger omspringen met drinkwater kan veel opleveren. En niet alleen water. Productie en transport van drinkwater kosten veel geld en energie. Als er minder water wordt gebruikt, hoeft er ook minder water te worden opgepompt, tot drinkwater verwerkt, afgevoerd en opnieuw gezuiverd te worden voor het geloosd wordt. Vroeger merkten consumenten niet veel van dit proces. Water kostte bijna niks. Maar kubieke meter prijzen voor water (en energie om het op te warmen) stijgen, afvalheffingen worden duurder.

Zou het dus niet mooi zijn, als er een mogelijkheid was om de waterconsumptie te laten dalen, zonder het comfort aan te tasten? Technici van het Amsterdamse bedrijf HaGePe stelden zich zes jaar geleden de vraag hoe ze een schuimstraalmondstuk konden ontwerpen dat waterbesparend was, zonder comfortverlies. Ze sloten aan bij al langer bestaande zuinigheidstrends zoals spaardouches, zuinige wasmachines en waterbesparende wc-spoelbakken.

Het resultaat is een eenvoudig maar ingenieus, verchroomd messing kokertje dat op een kraan wordt geschroefd en oogt zoals mondstukken voor kranen nu eenmaal ogen, behalve dat deze iets langer is. Het mondstuk geeft een constante waterstroom, die vrijwel onafhankelijk is van de waterdruk, of die nou toeneemt of afneemt.

Reductiemondstukken zijn niet nieuw. Maar de oude plaatjes met een gaatje hielden het water wel een beetje tegen, maar als je de kraan harder zette of als de druk in het leidingnet toenam, werd nog steeds veel water verkwist. Ook de schuimstraalmonden uit de jaren tachtig, met daarin busjes met kleine sleufjes die bij een hogere druk in elkaar schoven, zijn niet in staat om de waterstroom constant te houden. Bovendien neemt de veerkracht van het rubber ringetje, dat het systeem stuurt en dat zowel gloeiend heet als ijskoud water te verwerken krijgt, snel af en dan verliest het systeem zijn werking.

De `constanthouder' van HaGePe zorgt ervoor dat de kraan steeds 7,6 liter water per minuut doorlaat, (bijna) onafhankelijk van de druk in de waterleiding. Experimenten in het laboratorium van Kiwa in Rijswijk laten een afwijking zien van minder dan 1 procent, bij een druk die varieert van 3 tot 10 bar. Dat is nog geen halve emmer per uur. De druk in het waterleidingnet hangt onder meer af van plaats, tijd van de dag en temperatuur van het water. Bij een hoge druk kan er wel 25 liter water per minuut uit een kraan komen.

In de constanthouder zit een enigszins schuin geplaatst, flexibel plaatje van roestvrij verenstalen in een glasgevulde kunststof behuizing, met aan twee kanten een `kamer' waarin water stroomt. Als de waterdruk toeneemt, wordt de druk boven het plaatje hoger waardoor het iets doorbuigt zodat de doorgang van het water weer iets nauwer wordt. Bij afnemende druk komt het plaatje tegen de waterstroom in weer in zijn oude stand en is de doorgang weer groter. De toegenomen druk wordt als het ware gecompenseerd door een verminderde doorlaat. Zo blijft de waterstroom constant.

Voor Kiwa was dat voor het eerst aanleiding om dit schuimstraalmondstuk te certificeren – een kwaliteitskeurmerk. Kees Kipping en de technici van HaGePe International hebben er dan ook zes jaar over gedaan om het kokertje te ontwikkelen.

Voor een driepersoonshuishouden kan het HaGePe-systeem (gemiddeld voor een huis twee schuimstraalmondstukken en één douchebegrenzer, allemaal zo'n 6 euro per stuk) een besparing van 10 tot 15 procent opleveren. Dat hangt af van de samenstelling van het gezin. Wie wel eens een kind de kraan heeft zien opendraaien om zijn handen te wassen of tanden te poetsen, weet waarom.

In het bedrijfsleven, waar mensen vooral water gebruiken om zich te wassen, kunnen besparingen oplopen tot 70 procent. Dat geldt vooral voor hotels, waar door een afname van het waterverbruik vaak minder krachtige pompen nodig zijn om de druk ook op de hoogste verdiepingen op peil te houden en minder opslag van warm water om steeds voldoende capaciteit te garanderen.

Wie niet gevoelig is voor het milieuargument, kan in ieder geval genieten van een constante, `zachte' (ook wel reumastraal omdat die aangenaam is voor reumapatiënten) en stille waterstraal, vrijwel zonder aërosol (de minuscule waterdruppeltjes bij de kraanmond) en spatwater in de wasbak, waardoor waarschijnlijk de kans op legionellabesmetting wordt gereduceerd.