Voetbalsters met rug tegen muur

Zaterdag begon in de Verenigde Staten het wereldkampioenschap voetbal voor vrouwen. De euforie van vier jaar geleden is vervlogen, nu de profliga zichzelf vorige week wegens een schrijnend gebrek aan belangstelling moest opheffen.

Het begon allemaal zo mooi, vier jaar geleden in eigen land. Bomvolle stadions, massale tv-aandacht en als klap op de vuurpijl de tweede wereldtitel voor Team USA. Sterspeelster Mia Hamm groeide in drie weken uit tot een nationaal knuffelbeest, dat in vrijwel elke tv-talkshow mocht opdraven en uitleggen hoe sexy en opwindend het wel niet was, dat vrouwenvoetbal.

Van die euforie is weinig over. Vorige week besloot de Women's United Soccer Association (WUSA) zichzelf op te heffen. Daarmee kwam na drie seizoenen een einde aan 's lands eerste professionele voetbalcompetitie voor vrouwen, die een direct gevolg was van het succesvolle wereldkampioenschap in eigen land. Gebrek aan belangstelling, van zowel fans als sponsors, heet de reden te zijn van het voortijdige failliet.

Ironisch genoeg kwam de onheilstijding vlak voor de aftrap van het vierde wereldkampioenschap voetbal voor vrouwen, dat zaterdag in opnieuw de Verenigde Staten begon en waarvoor in de voorverkoop ruim 280.000 toegangskaarten werden verkocht. Vice-wereldkampioen China zou aanvankelijk optreden als gastheer, maar uit vrees voor het sars-virus besloot de wereldvoetbalbond het zestienlandentoernooi in mei te verplaatsen naar het land van de titelverdediger. Ter compensatie ontving China één miljoen dollar alsmede de toezegging dat het land over vier jaar alsnog het evenement mag organiseren. Vreemd was de keuze voor Amerika allerminst. In het land van de Stars and Stripes rekende het vrouwenvoetbal vier jaar geleden immers af met het wereldwijde vooroordeel als zou soccer een exclusief mannendomein zijn.

Het kassucces kreeg onmiddellijk een vervolg in de vorm van de oprichting van de WUSA. Grondlegger John Hendricks liet zich daarbij vooral leiden door de overvolle stadions de finale Amerika-China alleen al trok 90.000 toeschouwers en de overweldigende kijkcijfers bij sportzender ESPN, die alle verwachtingen overtroffen. Als een WK-eindronde zoveel enthousiasme teweeg kon brengen, dan heeft een profliga ,,absoluut bestaansrecht'', verklaarde Hendricks meer dan eens, en de grote roerganger was ,,vergiftigd'' door dat idee.

Niemand die Hendricks diens ongeremde optimisme kwalijk nam. In de euforie van het WK boden de geldschieters zichzelf aan. Maar wat graag wilden de sponsors zich afficheren met wat als het toppunt van de emancipatie van de Amerikaanse vrouwensport werd beschouwd. Eindelijk had 's lands populairste vrouwensport bijna negen miljoen beoefenaars (ter vergelijking: Nederland telt 70.000 geregistreerde voetbalsters) zijn eigen professionele uithangbord.

Maar de rage, want dat was het, bleek al uitgewoed op het moment dat de profliga nog van start moest gaan. Het bijeengebrachte sponsorgeld (40 miljoen dollar) stond borg voor vijf jaar, zo viel uit het businessplan van Hendricks en de zijnen op te maken. Dat bleek een grove misvatting: al na het eerste jaar (2001) was de WUSA-kas leeg. Hendricks ging opnieuw op zoek naar geldschieters, maar ook de 60 miljoen dollar bleken in de twee daaropvolgende seizoenen niet toereikend om de competitie overeind te houden.

Want wat ze ook deden of probeerden, de acht clubs bleken niet in staat om zichzelf te bedruipen. Van de voorziene uitbreiding van de competitie, naar tien of twaalf, was al helemaal geen sprake. Het bleef bij Atlanta Beat, Boston Breakers, Carolina Courage, New York Power, Philadelphia Charge, San Diego Spirit, San José CyberRays en Washington Freedom. Die laatste club, werkgever van steraanvalster Mia Hamm, ging vorige maand de boeken in als wat nu blijkt Amerika's laatste profkampioen.

Grootste spelbreker is volgens ingewijden de economische neergang en, in het verlengde daarvan, de teleurstellende toeschouwersaantallen, die ver achterbleven bij de verwachtingen. Trok het eerste seizoen gemiddeld nog 8.116 bezoekers per wedstrijd, het afgelopen seizoen liep dat aantal terug tot 6.650. Ook de media lieten het afweten. Daar waar was gehoopt op de grote landelijke tv-netwerken, bleef de aandacht beperkt tot kleine, veelal lokale zenders met een dito bereik, en die kozen vaak niet voor een rechtstreeks maar voor een integraal verslag. Van exposure was amper sprake, en achter de schermen begonnen de sponsors te morren.

Om de ergste nood te lenigen brachten de speelsters begin dit jaar een fors salarisoffer (gemiddeld twintig procent), ging het mes in de uitgaven en moest de overkoepelende voetbalbond van de Verenigde Staten, US Soccer, financieel bijspringen. Het waren lapmiddelen, constateerde Hendricks vorige week, toen hem niets anders restte dan het faillissement van zijn organisatie en dus het ontslag van zijn 375 werknemers, inclusief speelsters, aan te vragen. ,,Elke dag dat we de deuren openhouden, is er één te veel.''

In het trainingskamp van de Amerikaanse ploeg sloeg het nieuws in als een bom. ,,We hebben drie weken om onze boodschap uit te dragen'', liet aanvoerster Julie Foudy onmiddellijk weten tegenover de verzamelde media. Die boodschap laat zich raden: vrouwenvoetbal is opwindend en belangrijker heeft wel degelijk bestaansrecht. Daarvoor hoefde Foudy slechts naar het enorme potentieel (negen miljoen speelsters) te verwijzen en het immense WK-succes van vier jaar geleden. Want al die massale aandacht van pers en publiek, dat was toch geen fata morgana? Waar ging het bovendien over? Een bedrag van `slechts' 2,5 miljoen dollar per sponsor, oftewel: de kosten voor een beetje ontvangstruimte bij een internationaal golftoernooi.

Titelverdediger Amerika strijdt dezer dagen dan ook niet alleen voor volk en vaderland, de ploeg van bondscoach April Heinrichs die het toernooi gisteren begon met een 3-1 overwinning op Zweden speelt voor niets meer of minder dan zijn leven, en de toekomst. ,,Wij geloven heilig in een herstart'', sprak Foudy wellicht tegen beter weten in. En: ,,Wij mogen al die meisjes die nu dromen van een profcarrière niet in de steek laten.''

Maar niet alleen het clubvoetbal ondervindt de nadelige gevolgen van de economische neergang. Ook Amerika's profbasketbalcompetitie voor vrouwen, de WNBA, kampt met tegenvallende cijfers. Vorig jaar, na afloop van het zesde seizoen van 's lands langstlopende professionele vrouwencompetitie, gingen twee van de zestien clubs failliet. Twee andere clubs trokken hun conclusies uit de teleurstellende bezoekersaantallen en namen de wijk naar een andere stad. Jaarlijks verliest de WBNA naar schatting twaalf miljoen dollar.

In schril contrast met de sores in de teamsporten staat de weelde waarin de individuele vrouwensporten momenteel baden. Het door velen als opwindend omschreven vrouwentennis, waar speelsters als sexy modepoppen over de baan drentelen, is in Amerika populairder dan het kwalitatief sterkere en bredere mannentennis. Hetzelfde geldt opmerkelijk genoeg voor golf, zeker sinds Annika Sörenstam dit voorjaar de euvele moed had haar opwachting te maken in het mannencircuit.

De wankele basis van de professionele vrouwenteamsporten heeft inmiddels geleid tot de oprichting van een werkgroep, SportsWorks geheten, die onder leiding van de sportautoriteit van San José antwoorden moet vinden op de vraag hoe het tij te keren. Eén conclusie ligt op voorhand vast: een sportief en financieel succesvol wereldkampioenschap staat niet per definitie garant voor een levensvatbare profliga. Dat heeft het WUSA-experiment ondubbelzinnig aangetoond.