Ruimtemissie Galileo eindigt in `euthanasie'

De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft de ruimtesonde Galileo na 14 jaar dienst op Jupiter laten inslaan. Daarmee is een eind gekomen aan één van de succesvolste missies uit de geschiedenis van de ruimtevaart.

Galileo verbrandde gisteravond volgens planning in de atmosfeer van Jupiter. De sonde was aan het eind van zijn levensduur en zou onbestuurbaar zijn geworden. Met de `euthanasie' van Galileo heeft de NASA willen voorkomen dat eventuele aardse bacteriën op één van de manen van Jupiter terecht zouden komen. Als de sonde ongecontroleerd zou blijven rondzweven bestond de kans dat hij op enig moment op één van de Jupiter-manen zou inslaan. Omdat er op deze manen vloeibaar water is gevonden, zou hier mogelijk een buitenaardse vorm van leven kunnen bestaan. De NASA zou het niet op zijn geweten willen hebben dit te besmetten en koos daarom voor een gecontroleerd einde.

De ruimteverkenner Galileo werd op 18 oktober 1989 gelanceerd aan boord van de spaceshuttle Atlantis. Eenmaal in de ruimte werd de sonde met behulp van een raketmotor zelfstandig op weg gestuurd naar Venus, om via de zwaartekracht van die planeet en die van de aarde voldoende snelheid te winnen om Jupiter te bereiken. Al tijdens zijn reis leverde de sonde interessante gegevens op. Zo ontdekte Galileo in augustus 1993 dat de asteroïde Ida begeleid wordt door een klein maantje (Dactyl) en was de sonde in juli 1994 getuige van het te pletter slaan van de komeet Shoemaker-Levy op Jupiter.

Op 7 december 1995 kwam Galileo aan bij Jupiter. Een kleinere sonde werd neergelaten in de atmosfeer van de gasreus, die bekend staat om zijn turbulente stormen en zijn opvallende wervelende rode vlek. Galileo diende als tussenpost om de gegevens van de minisonde naar de aarde te zenden. De stormen in de atmosfeer van Jupiter bleken heviger dan gedacht, met windsnelheden van meer dan 700 kilometer per uur en een druk van 5000 keer die op aarde.

De missie werd meermaals geplaagd door falende techniek. De grootste tegenvaller kwam in april 1991 toen het ontvouwen van een 4,8 meter lange antenne mislukte. Vanaf de aarde probeerde men nog op allerlei manieren de vastzittende onderdelen los te krijgen, maar dat had geen succes. De communicatie met de ruimteverkenner moest daardoor beperkt blijven tot het verzenden van gegevens via een kleine hulpantenne. In plaats van de gedachte snelheid van 134.000 bits per seconde konden de gegevens slechts met 16 bits per seconde overgeseind worden. Technici slaagden er echter in de boordcomputer van Galileo van nieuwe compressiesoftware te voorzien en op aarde werden de ontvangstantennes verbeterd. Daarmee kon de datasnelheid nog tien keer omhoog gebracht worden.

De missie was officieel ten einde in december 1997, maar de sonde bleek zo robuust dat NASA aanvullende missies bedacht. Dankzij die extra levensduur konden de vier grootste manen van Jupiter, Io, Europa, Ganymede en Callisto van dichtbij worden gefotografeerd. De sonde leverde aanwijzingen dat er onder de bevroren oppervlaktes van Europa, Ganymede en Callisto oceanen van vloeibaar zout water bestaan. Ook ontdekte Galileo uitzonderlijk grote vulkanische activiteit op de maan Io, heviger en heter dan op aarde. Galileo zond gedurende zijn reis ruim 14.000 foto's naar de aarde. Het project heeft 1,4 miljard dollar gekost.