Musica Sacra trekt veel pelgrims

Meer dan honderd mensen liepen gisterochtend vanaf half zeven de twintig kilometer lange weg van het Belgische Tongeren naar de Maastrichtse Sint Servaas Basiliek, waar om half twaalf de hoogmis begon. Ze liepen in het voetspoor van Sint Servaas, die meer dan 1600 jaar geleden vluchtend uit Tongeren dezelfde weg liep naar Maastricht. Hij stierf daar in 384 en werd er begraven. Zijn graf in de crypte van de Servaaskerk trekt al vele eeuwen pelgrims.

De pelgrimstocht naar de Servaas was een van de vijftig evenementen tijdens het Maastrichtse Festival Musica Sacra. De veertiende editie van het goeddeels gratis festival, ook vanwege karakter en artistiek belang het bijzonderste van ons land, was dit weekeinde gewijd aan het thema `pelgrimage'. Het programma bood concerten, liturgische vieringen van diverse religieuze denominaties, theater, film (Buñuels La voie lactée), lezingen en tentoonstellingen. De KRO zendt vanaf vanavond nog vele concerten uit via Radio 4.

Deken Hanneman, die de nieuwste lichting pelgrims uit Tongeren in de overvolle Servaaskerk verwelkomde, zei dat heel ons leven een pelgrimage naar God is. ,,De schoonheid van de muziek tijdens deze dienst verheft het hart en verankert ons in God.'' En hij herinnerde vast aan de `Heiligdomsvaart' van 1 t/m 11 juli volgend jaar. Zoals elke zeven jaar worden dan de Maastrichtse kerkschatten en de relieken van Sint Servaas getoond tijdens ommegangen, een traditionele en moderne.

De pelgrimage naar heilige plaatsen is er al sinds voorchristelijke tijden. Maar het Festival Musica Sacra liet naast allerlei eeuwenoude pelgrimsmuziek ook veel nieuwe muziek horen. Jammer was het dat het spectaculairste daarvan mislukte: Infiltration van Chiel Meijering. Drie harmonieën hadden op het Vrijthof om het publiek moeten trekken. Maar helaas, een van de twee harmonieën uit Wolder ontbrak. Sommigen beschouwden het als een grappige remake van de film Fanfare (1958) van Bert Haanstra over rivaliserende fanfares in Giethoorn. Maar het lag slechts aan de bus, die niet opdaagde.

Tijdens de hoogmis in de Servaaskerk klonk in ieder geval een variant op Meijerings idee: de Missa Sancti Nicolai (1994) van Wim Franken. Het ruimtelijke werk voor verspeid opgestelde koorgroepen, koperblazers en twee orgels, geleid door Peter Serpenti en twee hulpdirigenten, omringde de kerkgangers en vulde de Servaas op overweldigende wijze met heilige muziek.

Eigentijds was het openingsconcert van het Quatuor Danel met het Strijkkwartet nr 3 `The Songlines' (1988-93) van de Zuid-Afrikaanse componist Kevin Volans, geïnspireerd door het gelijknamige boek van de schrijvende wereldreiziger Bruce Chatwin.

`Nieuw' was ook Schuberts Winterreise in de zelden te horen georkestreerde versie uit 1993 van Hans Zender. Hij vat de vierentwintig liederen van Winterreise op als een reis naar de dood, naar Der Leiermann die blootsvoets op het ijs aan zijn lier draait. Zender beschouwt Schuberts Winterreise als bijna 20ste eeuwse muziek en stuurt met zijn soms sterk beeldende instrumentatie (o.a. slagwerk, gitaar en accoordeon) naar eigen zeggen de muziek `op reis.' Adembenemend prachtig en aangrijpend was de uitvoering door tenor Peter Blochwitz, die tien jaar geleden ook de wereldpremière zong, en het Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Ed Spanjaard.

Een enorm contrast vormden concerten met `echte' pelgrimsmuziek. In de stemmig-duistere Onze Lieve Vrouwe Basiliek zong de Schola Maastricht o.l.v. Hans Leenders op perfectionistisch-welluidende wijze gregoriaanse `liederen voor onderweg'. Typisch Maastrichts was de responsorie A progenie in progenies, waarin de heilige Servatius, volgens de legende verre familie van Christus, wordt geschilderd als ,,een pelgrim in ons land'' en vervolgens in de hemel wordt gezien ,,als huisgenoot van God.'' Volks en direct klonken in de kapel van de Zusters onder de bogen bij het Spaanse ensemble Resonet (met doedelzak en casttagnetten) de liederen van de pelgrims naar Santiago de Compostella. De zeer grote kapel zat ook hier overvol: er moesten stoelen worden aangesleept uit de refter.

Superieur, soms zelfs al te vroom, klonk in de Onze Lieve Vrouwe Basiliek I Pellegrini al sepolcro di Nostro Signore door het Ensemble Baroque du Léman o.l.v. Roberto Gini en vijf voortreffelijke solisten. Deze Dresdense cantate uit 1742 van Hasse beschrijft de religieuze emoties van pelgrims naar de heilige plaatsen in Jeruzalem en lijkt muzikaal een samenvatting van Vivaldi, Händel en Bach.

Ook de joodse pelgrimsliederen, die chazzan Ken Gould en rabbijn Ruben Bar-Ephraïm zondagmiddag met orgelbegeleiding van Joppe Poolman van Beusekom zongen in de Maastrichtse synagoge, gingen over Jeruzalem. Daar stond de verwoeste tempel en daarheen richtten zich psalmen en liederen. Een première was het `oeroud' klinkende lied Eich echetsov shir van de Amsterdamse componist Jeff Hamburg, die zich steeds meer op zijn joodse roots oriënteert. Dit lied wordt begeleid op de typisch joodse sjofar, de doordringend roepende ramshoorn. De tekst van de joodse dichter Judah Zarco gaat over de wereldse realiteit na de visionaire pelgrimage: ,,Nu ik de gelijkenis van engelen Gods zag, hoe kan mijn hart voortleven in gezelschap van stervelingen?''

Festival: Musica Sacra. Gehoord: 19 t/m 21/9 Maastricht. Radio 4: tal van uitzendingen van de KRO vanaf vanavond 20 uur.