Miricioiù glorieert opnieuw in Matinee

Wie zich Bellini's opera Il pirata (1827) voorstelt als de zeeschuimige belcanto-pendant van Kapitein Haak, komt bedrogen uit. Het libretto van Felice Romani, later verantwoordelijk voor Bellini's grote successen Norma en La sonnambula, vertelt een `gewoon' landrottenverhaal van liefde, bedrog, bloed en moed. Maar Vincenzo Bellini vertaalde die handeling in woelige, hoogst oorspronkelijke operamuziek, die in meer dan alleen het libretto naar de glorie van Norma vooruitwijst.

De concertante uitvoering van Il pirata in de Zaterdag Matinee was door zeewaardige tegenslag omgeven. Liefst drie van de zes solisten lieten het in een laat stadium afweten.

Maar sopraan Nelly Miricioiù, ook nu traditiegetrouw al vóór haar eerste noot door het publiek bejubeld als `Keizerin van de Matinee', was er wèl in het Amsterdamse Concertgebouw. En ondanks het uitstekende niveau van de talrijke vervangers, triomfeerde zij als het kloppend hart van de handeling.

Voor Il pirata hoefde Bellini slechts te reizen in de tijd. De opera speelt op zijn eigen geboorte-eiland Sicilië anno 1276, waar Imogene (Miricioiù) leeft met Ernesto maar droomt van de tot piraat verworden Gualtièro. Hij strandt aan haar kustlijn, de passie laait op en in een duel verslaat Gualtièro zijn rivaal. Eind goed, al slecht. Uit schuldgevoel stort Gualtièro zich in zee, terwijl Imogene haar verstand verliest.

Imogene is een reliëfrijk personage, waarvan de ontwikkeling begint als marathon en uitmondt in een eindsprint, met de dood als inzet. Juist die structuur maakte de rol bij uitstek geschikt voor Miricioiù. Haar parlando – met gebroken, al voorzichtig naar waan afglijdende stem in de scène met Gualtièro – was al zeldzaam dramatisch. Maar het theatraal zwaarte- en hoogtepunt bewaarde Miricioiù voor de slotscène met Col sorriso d'ínnocenza (de piratenvariant van Casta diva uit Norma) en Oh Sole!, waarin zij vocaal straalde, praalde en glorieerde.

Met zijn heldere tenorgeluid en fraai vrije invulling van Bellini's ongecompliceerd aansprekende melodieën was Stefano Secco een geloofwaardige Gualtièro, naast de vocaal meer geprononceerde dan diepe Ernesto van bariton Albert Shagidullin.

De uiterst theatergevoelige dirigent Giuliano Casella stuwde ook koor en orkest met veel Italiaanse schwung op in flitsende fanfares en volle visserskoren. Hij bewaarde een goede balans tussen het ronkend drama en de beweeglijk gecomponeerde intriges, waarin het zware aandeel van het Groot Omroepkoor (alle aria's mét koor!) schitterde als de tweede echte glansrol van Il pirata.

Concert: Il pirata van V. Bellini door Radio Symfonie Orkest, Groot Omroepkoor o.l.v. Giuliano Carella m.m.v. o.a. Nelly Miricioiù (sopraan), Stefano Secco (tenor) en Albert Shagidullin (bariton). Gehoord: 20/9 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 23/9 20 uur.