Integratie in onderzoek

HET PARLEMENTAIRE ONDERZOEK naar het integratiebeleid begint onder een slecht gesternte nu een lid van de commissie ontslag heeft genomen. Ali Lazrak van de SP vertrok omdat de samenstelling van de lijst van getuigen te veel zou zijn overgelaten aan het Hilda Verwey-Jonker Instituut. Dat instituut is volgens Lazrak juist een deel van het probleem omdat het betrokken is geweest bij het minderhedenbeleid. Het gevolg is dat er hoofdzakelijk ambtenaren, politici en mensen uit het welzijnscircuit aan het woord komen. Authentieke allochtonen mogen alleen tijdens inloopspreekuren van de commissie door het hele land wat zeggen.

In de ogen van Lazrak had de overheid van het begin af aan geen visie op integratiebeleid en heeft zij die visie daarom gedelegeerd aan onderzoekers. De verwevenheid van beleid en onderzoek is een bekend fenomeen in polderland.

Het hoofdstuk minderhedenbeleid bevatte allerlei curieuze zaken als Franstaligen die Arabische les gaven aan berbers sprekende Nederlandse Marokkanen, gesubsidieerde uitstapjes naar de rosse buurt voor Turkse gastarbeiders die hun vrouwen moesten missen en een instituut voor taalopvoeding dat de subsidie van de overheid moest gebruiken om de peutertaallessen in Amerika ,,in de markt te zetten'. Ondertussen gleed een stad als Rotterdam steeds verder af. Het is nuttig om in beeld te brengen hoe politieke besluiteloosheid leidde tot experimentele excessen.

Nog is het parlementaire onderzoek niet verloren. De leden van de commissie kunnen zich alsnog bewijzen. Dat betekent dat mensen van buiten het gebruikelijke beleidscircuit een grotere rol moeten spelen in de officiële verhoren. Een getuige als voormalig minister Van Boxtel is al jaren langdurig over het minderhedenbeleid aan het woord, maar mensen die zelf in de arme wijken woonden of werkten, hebben ook interessante dingen te vertellen.

De eerste fout is al gemaakt. Om haar onderzoek voor te bereiden had de commissie geen instituut in de arm moeten nemen dat bij de totstandkoming van het minderhedenbeleid betrokken is geweest. Zeker de hoogleraar Opbouwwerk Jan Willem Duyvendak is meer geschikt als getuige voor de commissie dan als adviseur. De compromisloze kritiek van ex-gastarbeider Lazrak was nodig om dit alles duidelijk te maken.

Gerectificeerd

Duyvendak

In het hoofdartikel Integratie in onderzoek (22 september, pagina 7) wordt Jan Willem Duyvendak aangeduid als hoogleraar Opbouwwerk. Sinds 1 juli van dit jaar is hij hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.