Er is hoop

De kerk wordt gesloopt. Omwonenden maken foto's van het gebouw waar ze de laatste decennia zo massaal uit zijn weggebleven. Alleen de koepel van het dak stond vanochtend vroeg nog overeind, met een Latijnse tekst over de apostelen Petrus en Paulus die ineens vanaf de straat is te zien. In een container worden de klokken, een kruis en de doopvont bewaard.

De Petrus en Pauluskerk is de twaalfde Bredase kerk in ruim dertig jaar die wordt gesloopt. En het is de laatste niet. Robuuste kerken zijn het vaak, sommige nog maar veertig jaar oud. Ze werden gebouwd als vanzelfsprekend hart van een nieuwbouwwijk, maar ze zijn nu door samenvoeging van parochies overbodig geworden. En niet alle kerken worden tot kantoren of woningen verbouwd.

De omwonenden kijken naar de sloop als naar een symbool van secularisatie. Deze kerk werd na de opening in 1958 bekend door de jaarlijkse zegening van honderden motorvoertuigen, een gebeurtenis die werd voorafgegaan door een preek waarin volgens ooggetuigen veel bloederige verkeersongelukken werden opgevoerd. Parochianen schrijven het succes van de autozegeningen toe aan de gunstige ligging van de kerk nabij de uitvalswegen en aan de ruime parkeermogelijkheden. Nog bekender werd de kerk vanaf eind jaren zestig, toen een jongerenkoor, het eerste in Breda, op zaterdagavond beatmissen verzorgde, compleet met drumstel en basgitaar, en bezoekers daarvoor zelfs uit België kwamen. Duizend zitplaatsen was nog te weinig, de mensen stonden tot op de straat te luisteren.

De huidige pastor, Piet van Gorp, herinnert zich dat hij destijds als plattelandspriester kwam luisteren en een half uur voor aanvang alleen nog maar een plaats kon vinden tegen de achtermuur. En dat in een kerk die niet bekend stond om z'n fantastische akoestiek. Kort na de opening werden dertienduizend plastic doosjes tegen het koepelplafond gelijmd om de echo's weg te werken.

Zeker doet het pijn, vertelt de pastor in de pastorie naast de kerk, de sloop van een godshuis waarin hij zoveel lief en leed heeft gedeeld. Pijnlijk vooral wanneer een enkeling er een spandoek als protest tegen de sloop ophangt of wanneer, zoals tien dagen geleden, buurtjongens de toren in klimmen om er klokken te luiden. Vorige week is hij de pastorie zelfs maar even ontvlucht.

Maar let op, zegt de priester nadat hij bouwtekeningen tevoorschijn heeft gehaald, over anderhalf jaar zal hier een appartementengebouw zijn verrezen, met daarnaast een nieuw kerkje, een van de weinige in Breda. Dat gebouw is geschikter dan het oude voor de intieme vieringen van nu, minder formeel, en krijgt onder meer een mobiel altaar.

Het kruis van de oude koepel wordt op het dak van het nieuwe kerkje gezet, een glassculptuur verhuist mee, de klokken krijgen een plaats in de binnentuin en zelfs het altaar wordt verzaagd om te worden hergebruikt. Zo keert het oude in het nieuwe terug, zegt de pastor, er is nog hoop.