Demonstratie

Tegenover het leger van 20.000 mensen dat zaterdag op de Dam tegen de bezuinigingen kwam demonstreren, stond een ander leger. Het was minstens zo groot, maar het viel minder op omdat het er altijd is in de straten rond de Dam. Het is het leger van het winkelpubliek, voor een belangrijk deel uit dezelfde klasse afkomstig als de demonstranten.

Je zou mogen verwachten dat het nu wat uitgedund was, maar daar was geen sprake van. Terwijl een actievoerder vanaf het podium riep ,,dat de welvaartsstaat Nederland nog nooit zó op zijn grondvesten heeft geschud'', lukte het me niet een ijsje bij Jamin te kopen. Te druk. In de Kalverstraat had je over de hoofden kunnen lopen, als ze bij veel mannen tegenwoordig niet zo glad geschoren waren. De terrassen rond de Dam puilden uit van de zongenieters.

Nederland lijkt verdeeld over die bezuinigingskwestie, óók de klasse die er het meest van te vrezen heeft.

Eén man had zich onbewust voorgenomen de verdeeldheid te belichamen. Hij was een jaar of dertig, droeg gympies onder een bont shirt en een spijkerbroek, en hij stond met zijn oude moeder achter de Dam tevergeefs op de tram te wachten. Als een gekooid dier liep hij voor het tramhokje heen en weer. Zijn moeder hinkte, leunend op een wandelstok, moeizaam achter hem aan.

,,Als ik dat had geweten, was ik hier nooit naartoe gegaan'', riep de man.

,,Hoe konden we dat nou weten'', zei de moeder.

,,Waarom moet dit godverdomme altijd in Amsterdam gebeuren? Nederland is toch groter dan Amsterdam?''

Toen de stoet demonstranten in beweging kwam, hield de man het niet langer. ,,Allemaal blabla'', riep hij, ,,jullie hebben allemaal zelf een auto.''

,,Hou nou toch een beetje je mond'', zei de moeder, een vrouw met een zachtaardig gezicht. Maar haar zoon was niet meer te temmen. Hij leek me het type man dat te lang bij pa en ma is thuisgebleven en zijn afhankelijkheid begint af te reageren op zijn omgeving.

,,Ik mag toch zeker wel zeggen wat ik denk'', zei hij, en hij wendde zich weer tot de demonstranten, die overigens geen notitie van hem namen.

,,Als jullie aan de macht komen, trappen jullie ook naar beneden'', riep hij. ,,Kijk naar het Oostblok, dat is ook ingestort.''

Zijn moeder gaf het op en begon een goedmoedig gesprekje met een wachtende allochtone man, een groep die in de demonstratiestoet opvallend ontbrak.

,,De mens is een egoïst, al miljoenen jaren, en dat zal ie altijd blijven'', riep haar zoon naar de demonstranten.

Ik begon voor moeilijkheden te vrezen, vooral toen een nogal luguber groepje zwartgekapte anarchisten om de hoek verscheen achter spandoeken met teksten als: `Vuur en vlam voor elke staat'.

Ondertussen staken twee echtparen van middelbare leeftijd de zebra naar Magna Plaza over. Ik hoorde een uitgesproken Brabantse tongval.

,,PSV haalt het wéér niet in de Champions League'', zei de ene man.

,,Het is angst'', zei de ander.

Ze passeerden de verontwaardigde zoon, zonder hem op te merken, en doken het winkelcentrum in.