Brute kracht is niet voldoende

In Assen werden de EK touwtrekken in een feestelijke sfeer afgewerkt. De deelnemers bekommeren zich niet om stigmatisering van hun sport. ,,Touwtrekken is nu eenmaal voor 80 procent een plattelandssport.''

De symboliek zal de touwtrekkers zijn ontgaan, maar de weg naar het terrein waar de afgelopen vier dagen de Europese kampioenschappen werden gehouden heet Achterpad. De wedstrijdarena lag letterlijk achter sport- en recreatiecentrum De Smelt in Assen en figuurlijk buiten de spotlights van de publiciteit. Maar touwtrekkers hoor je niet klagen; ze trekken hun kistjes aan, smeren de handen in met hars, zetten hun hakken in het zand, spannen de spieren, hellen minuten achterover en trekken tot ze er letterlijk bij neervallen.

Een touwtrekker zeurt niet. En al helemaal niet over het gebrek aan belangstelling. Het Calimerogevoel 'zij zijn groot en wij zijn klein' is hun vreemd. Wie komt is welkom en wie wegblijft moet dat zelf weten. De wegblijvers missen dan wel de cultuur van uitbundig plattelandsvermaak met de onvermijdelijke biertent als middelpunt. En de kenmerkende gemoedelijke sfeer waarin de wedstrijden zich afspelen. Want gerekend naar het ontbreken van positieve dopinggevallen krijgen de toeschouwers zuivere sport voorgeschoteld. De touwtrekker permitteert zich hooguit enige druppels menthol op de schouder om de luchtwegen zo open mogelijk te houden. En na afloop laat hij (of zij) zich het biertje goed smaken.

Ongewild voldoen touwtrekkers aan de stereotype van de potige provinciaal. Aan de touwen hangen overwegend grote kerels met handen als kolenschoppen. ,,Ik kan dat beeld niet ontkrachten'', zegt oud-voorzitter George Nieuwendijk van de Nederlandse Trouwtrek Bond (NTB) en lid van het organisatiecomité in Assen. ,,Touwtrekken is inderdaad voor 80 procent een plattelandssport. Je ziet het ook aan de opleiding van de deelnemers. Gemiddeld tref je weinigen met een vwo-opleiding. Onder de beoefenaars zitten vooral agrariërs en bouwvakkers.''

Wat niet wegneemt dat touwtrekkers hun sport uitermate serieus nemen. Ze schamen zich niet voor hun folkloristische oorsprong, maar ergeren zich wel aan het folkloristische misbruik. Nieuwendijk: ,,Het imago van de sport wordt aangetast als bij dorpsfeesten mensen na en partijtje touwtrekken in het ziekenhuis belanden. Of als een gemeentebestuur 600 man laat trouwtrekken om zo nodig in het Guinness Book of Records te komen.''

Marty te Luggenhorst, coach van Eibergen, het team dat afgelopen weekeinde bij de landenwedstrijd in zowel de klasse 680 kg als 720 kg het Nederlands team was en Europees kampioen werd, is gaarne bereid uit te leggen dat touwtrekken allerminst een sport voor dommekrachten is. ,,Het is een combinatie van kracht, techniek en tactiek'', zegt de succesvolste Nederlandse coach van de EK. ,,Met alleen brute kracht red je het niet, ofschoon een touwtrekker over een ijzeren conditie moet beschikken. Bovendien moet hij op zijn gewicht letten, zodat hij zich weinig uitspattingen kan veroorloven. Van essentieel belang is de techniek, die inhoudt dat het linkerbeen gestrekt moet blijven en het rechterbeen licht gekromd moet zijn om het lichaam naar achteren te kunnen duwen. Om dat effect te bereiken staan alle acht trekkers niet voorover maar achterover; in die houding kun je de meeste zuurstof opnemen.''

Het spreekt voor zich dat een touwtrekker goed grip op het touw moet hebben. Daarvoor heb je kracht in de handen nodig. ,,Daarbij komt het op deze spieren aan'', vertelt Te Luggenhorst, terwijl hij op zijn pols wijst. ,,Ik ken grote kerels die vroeg zwichten, omdat zij niet kunnen 'knijpen'. In ons team zit een vrachtwagenchauffeur die speciale knijpers in zijn cabine heeft liggen. Kan hij onderweg oefenen. De jongens die op de boerderij of in de bouw werken hoeven dat niet; zij trainen die spieren bij hun werk.'' Om daar met een glimlach aan toe te voegen: ,,Ik zou willen dat de boeren in ons team weer met de hand gaan melken; een betere knijptraining bestaat er niet.''

De kennis die Te Luggenhorst heeft vergaard is overwegend gebaseerd op ervaring. Mede een gevolg van de beperkte literatuur over de sport. Erg innovatief is het touwtrekken namelijk niet. ,,Je wordt alleen een goede coach als je zelf aan het touw hebt gestaan'', vindt Te Luggenhorst. ,,Overigens sta ik open voor nieuwe ontwikkelingen. Met de fysiotherapeut van de FC Twente proberen we oefeningen te bedenken ter versterking van de rugspieren. Daarin valt volgens mij veel winst te halen. Nee, er bestaat geen opleiding voor touwtrekcoach.'' Lachend: ,,Dat je goed in de groep moet liggen, is misschien nog wel de voornaamste eigenschap die je moet hebben.''

Voor een coach met ambities heeft touwtrekken zijn beperkingen. Het aantal beoefenaars loopt langzaam terug, evenals het aantal clubs. De problemen zitten vooral in de continuïteit. Clubs met één team verdwijnen even snel als zij zijn gekomen. De aantal traditionele clubs met een goede accommodatie is beperkt en bevindt zich bovendien voornamelijk in het oosten. De afkalving is ingezet. Zelfs de NTB bestaat niet meer als zelfstandige sportfederatie, omdat hij zich vanaf 2002 als zesde bond heeft aangesloten bij de koepelorganisatie Koninklijke Nederlandse Krachtsport Federatie (KNKF).

NADER BEKEKEN: pagina 15