Bin Laden vond tien vliegtuigen te veel voor 11/9

De eerste ideeën voor wat de aanslagen van 11 september 2001 zouden worden, werden in 1996 aan Osama bin Laden gepresenteerd. Dat heeft Khaled Sheikh Mohammed, brein van de zelfmoordaanslagen met vier vliegtuigen in New York en in Washington, aan zijn Amerikaanse ondervragers verteld. Het eerste plan, dat de kaping van vijf passagiersvliegtuigen aan zowel de Amerikaanse oost- als de westkust omvatte, werd in de loop der jaren verscheidene malen gewijzigd. In een laat stadium omvatte het plan nog twee golven van zelfmoordkapingen, met mogelijke betrokkenheid van bondgenoten van Bin Ladens Al-Qaeda netwerk in Zuidoost-Azië.

Mohammed werd op 1 maart in de Pakistaanse stad Rawalpindi gearresteerd, en vervolgens aan de Amerikanen overgedragen die hem op een onbekende plaats ondervragen. Het Amerikaanse persbureau AP heeft verslagen van verhoren onder ogen gekregen. Volgens de Amerikaanse autoriteiten kloppen Mohammeds verklaringen met ander bewijsmateriaal.

Mohammed vertelde zijn ondervragers dat de ploegen vliegtuigkapers oorspronkelijk waren samengesteld uit jonge mannen uit verschillende landen waar Al-Qaeda aanhang recruteerde. Maar Bin Laden besloot in de slotfase in plaats daarvan een grote groep Saoediërs in te zetten die beschikbaar bleek. Saoedi-Arabië is Bin Ladens geboorteland, maar het heeft hem in 1994 zijn staatsburgerschap ontnomen, en hij verkettert steeds de Saoedische alliantie met de VS. Saoedische autoriteiten hebben herhaaldelijk gesuggereerd dat Bin Laden zoveel Saoediërs – 15 van de 19 – heeft ingezet om de Saoedische regering in diskrediet te brengen en een wig te drijven tussen Riad en Washington. Volgens Amerikaanse informatie daarentegen was de keus gevallen op Saoediërs omdat zovelen bereid waren om Al-Qaeda te volgen en omdat ze makkelijker dan andere Arabieren tot de VS werden toegelaten.

Mohammed had in 1994 en 1995 in de Filippijnen samengewerkt met Ramzi Yousef en een aantal anderen in het mislukte complot om 12 westerse vliegtuigen tegelijkertijd boven Azië op te blazen. Nadat Yousef c.s. waren aangehouden, begon Mohammed aan een nieuw plan te werken, waarbij hij zich op kapingen op Amerikaanse bodem concentreerde. In 1996 ging hij naar Bin Laden om hem te overreden geld en mankracht ter beschikking te stellen ,,zodat hij tien vliegtuigen in de VS kon kapen en tegen doelen aan laten vliegen'', aldus een van de verslagen. Bin Laden was niet overtuigd van de uitvoerbaarheid van zo'n grote actie, maar bood hem vier mannen aan om mee te beginnen: Khalid al-Midhar en Nawaf al-Hazmi en twee Jemenieten. Midhar en Hazmi zaten in het vliegtuig dat zich in het Pentagon boorde, en speelden volgens Mohammed een belangrijker rol in het complot dan Mohammed Atta, die vaak als leider van de kapers wordt beschouwd. De twee Jemenieten kregen in 1999 geen visum voor de VS. Toen werd bevolen de mogelijkheid van vliegtuigkapingen in Oost-Azië te bestuderen. Pas in 2000 werd besloten daarvan af te zien omdat Bin Laden dacht dat ,,het te moeilijk zou worden om ze te laten samenvallen'' met die in de VS.

Uit de verslagen wordt duidelijk dat Mohammed en Al-Qaeda dit jaar nog actief bezig waren met verscheidene terroristische plannen, die zich op het moment van Mohammeds aanhouding in verschillende stadia van uitvoering bevonden. AP mocht de bijzonderheden hiervan echter niet publiceren omdat Amerikaanse inlichtingendiensten nog op zoek zijn naar deelnemers daaraan.