Amerikaanse invasie wordt tijger te veel

De Bengaalse tijger Abu Madour overleefde het regime van Saddam Hussein en de oorlog. Een feestje van Amerikaanse soldaten werd hem vorige week uiteindelijk fataal.

In zijn dertienjarige bestaan had de Bengaalse tijger Abu Madour al meer meegemaakt dan menig mens in een heel leven. Geboren in de diergaarde van Bagdad, zag hij vanachter de tralies de troosteloze burgers van de Iraakse hoofdstad dagelijks verstrooiing zoeken in wat eigenlijk niet meer dan een parkje met een verzameling kooien was. De kinderen bekogelden hem met steentjes en dappere Irakezen daagden hem uit om hun leeuwenmoed te bewijzen. Van een afstandje, want het hok van de tijger was goed afgeschermd met een dubbele laag groene spijlen.

Toen de oorlog kwam werden plots de verzorgers en bezoekers vervangen door een groep Iraakse soldaten die zich veilig waanden in de dierentuin. Bommen regenden er neer in de oorlogsdagen rond 9 april. Een mortierronde raakte de kooi van de leeuwen die allemaal ontsnapten. Na een paar dagen vrij door het park te hebben gerend, werden ze afgeschoten door Amerikaanse soldaten.

Daarna kwamen de plunderaars. Die lieten de vogels uit hun kooien en gingen ervandoor met de apen. De kamelen renden de stad in. Zo bleef Abu Madour achter met zijn vader en een paar biggen. Tijgers, daar blijf je vandaan, wisten de plunderaars. En biggen zijn vies, vinden moslims. Van de 650 dieren waren er uiteindelijk nog maar zeventien over.

Het duurde een paar dagen en toen zag Abu Madour sommige verzorgers weer terugkeren. De biggen werden geslacht om als maal voor hem te dienen. Een team van Zuid-Afrikaanse vrijwilligers kwam de staf van de dierentuin helpen om de zaken weer op orde te stellen. Toen de zoo op 19 juli feestelijk werd heropend, was de tijger het stralende middelpunt van de festiviteiten. ,,Hij was ons mooiste en bijzonderste dier'', zegt de directeur van het dierenpark, Adil Selman Mosul, nu.

Het park was schoongemaakt en in de kranten adverteerde de Amerikaanse Coalitie Voorlopige Autoriteit, die het land bestuurt, met dit ,,zoveelste bewijs van de normalisering van de stad''. Op de kooi van de tijger werd een groot bord gehangen met het verzoek om het dier niet lastig te vallen. De Zuid-Afrikanen maakten voorzichtig plannen om een tijgervrouw naar de dierentuin te brengen, als partner voor de eenzame Abu Madour.

Maar donderdagnacht was er, naar nu bekend is geworden, een geheim feest in de dierentuin. Een aantal Amerikaanse soldaten kwam er samen. Hun vijf Humvee-jeeps waren gevuld met eten en veel bier. De Iraakse bewakers konden niets doen want die moeten naar de soldaten luisteren.

Op een bepaald moment besloot een van de Amerikanen dat te doen wat tot daarvoor geen enkele Irakees had aangedurfd. Beladen met een schaal vol kebabspiezen stapte hij de ruimte tussen de dubbele laag tralies in.

Abu Madour had al veel meegemaakt, maar deze invasie van zijn territorium werd hem te veel. Toen de Amerikaan vervolgens ook nog zijn arm door de tralies stak met in zijn vuist een stuk vlees sloeg de tijger toe. Abu Madour hapte een vinger van de soldaat af en sloeg met een van zijn klauwen de arm van de man open. Diens collega's openden het vuur en een paar seconden later was de Bengaalse tijger geveld. De schotwond zorgde voor een longbloeding, waaraan hij later stierf.

,,Dit is gewoon belachelijk'', zegt Brian Whittington-Jones, een van de twee Zuid-Afrikaanse verzorgers, beschaamd. ,,De zaak is bij de Amerikanen in onderzoek'', vertelt de directeur afgemeten. De bewuste Amerikaan raakt waarschijnlijk zijn arm kwijt.

Een Iraakse familie loopt door de dierentuin, ze hebben half gehoord van het incident. ,,Het zal wel zelfverdediging zijn geweest'', besluit de vader vluchtig. ,,Het gaat niet zo goed in Irak'', zegt hij.