Wie veel vist, vangt minder

De Nederlandse visserij in de Noordzee heeft een enorme invloed op de soortensamenstelling, staat in het Rapport Natuurbalans, dat deze week verscheen. Daarbij blijkt de economische betekenis van de Nederlandse visserij gering: 0,05 van het Bruto Nationaal Product in 2001.

De duurzaamheid van de commerciële visserij laat te wensen over. Het Nederlandse visserijbeleid, dat mede door de Europese Unie wordt bepaald, haalt de gestelde doelen voor een evenwichtige exploitatie niet. Vooral de bestanden van vissoorten die nabij de zeebodem leven (platvis, kabeljauw) liggen ondanks vangstbeperkingen beneden het voorzorgsniveau.

Uit de grafieken van de eco-efficiëntie blijkt dat de vissers steeds meer brandstof moeten verstoken om dezelfde hoeveelheid vis boven te halen. Bovendien is het aandeel grote vissen in de vangst van met name de commercieel interessante soorten in de laatste decennia flink afgenomen. Dat is een gevolg van de selectieve visserij op grote exemplaren. De vissen hebben zich enigzins kunnen aanpassen door vroeger geslachtsrijp te worden, maar daaraan zit een biologische ondergrens. Als de vispopulatie te jong wordt, stort deze in.