Vierdaagse

Het aardige van ons Nederlandse schoolsysteem is dat ouders wat te kiezen hebben: al dan niet openbaar, uit scholen met uiteenlopende didactische aanpak, of voor een school in een andere wijk. Dat laatste leidt, hoor ik menigeen onder u denken, tot de witte vlucht en daarmee tot de zwarte scholen. Dat kan wel waar zijn, maar in andere landen zien we dat als scholen verzwarten de witte ouders de wijk ontvluchten. School zwart en wijk zwart, dat lijkt me geen winst, te meer waar we zien dat ook allochtone ouders steeds bewuster kiezen voor een bepaalde school. Laten we dus asjeblieft dat grote goed van kunnen kiezen koesteren.

Nu hebben we een minister die ouders en scholen ook een ruimere keuze wil laten waar het de schooltijden betreft. Nog meer te kiezen, dat zullen de mensen wel aardig vinden, zou je denken. Maar nee hoor, iedereen valt over haar heen. Onbegrijpelijk vind ik dat, en laat ik mijn onbegrip toelichten met iets heel anders waarvan u in eerste instantie zult denken: wat heeft dat er nou mee te maken.

In een voorstad van Denver bezocht ik ooit een basisschool die geen traditionele zomervakantie kende. Alle vakanties waren gelijkmatig over het jaar gespreid volgens een systeem van 6 weken school, 2 weken vrij. Ik sprak daar met leraren en leerlingen, en iedereen toonde zich daar heel tevreden over. Logisch eigenlijk, want alle personeel en alle ouders konden ook kiezen voor een school met een traditioneel rooster. Leraren kozen voor de year around school, omdat ze die gelijkmatige spreiding van de werklast prefereerden boven een lange vakantie. Ook vonden ze dat leerlingen na zo'n lange zomervakantie weer veel bleken te zijn vergeten. Je kunt dan weer van voren af aan beginnen, herinnerden ze zich, maar na twee weken heb je daar geen last van en ga je gewoon weer verder. De ouders zagen zich verlost van de problemen van opvang tijdens de lange zomervakantie en vonden het prettig buiten het drukke en vaak ook dure hoogseizoen met vakantie te kunnen.

Stel nu dat minister Van der Hoeven deze mogelijkheid had geopperd, dan was heel Nederland ongetwijfeld nog harder over haar heen gevallen, dan nu, met de vierdaagse schoolweek, het geval was. Blijkbaar gaat iedereen ervan uit dat wat mag ook moet. Mariette Hamer, Tweede-Kamerlid voor de Partij van de Arbeid, wist te melden dat 60 procent van de ouders dat niet wilde en dat het idee dus heel verwerpelijk is. Nou en? Als 60 procent van de ouders niets ziet in Montessori of Dalton of klassikaal, moeten we dat dan ook allemaal maar afschaffen?

Te lang heeft de politiek gemeend te weten wat goed is voor iedereen. Het gymnasium afschaffen, de mavo als onderdeel van een havo/vwo-school verbieden, ouders verplichten hun kind in de eigen wijk naar school te laten gaan, de Basisvorming, de voor iedereen verplichte middenschool, allemaal ideeën die vooral in de kringen van mevrouw Hamer populair waren en dat vaak nog steeds zijn. Ze dragen allemaal als kenmerk het beperken van de keuzemogelijkheden voor ouders, want het gaat om Het Systeem. En de ouders dienen zich daarnaar te voegen.

Als je als ouder je kind op een bepaalde school doet, mag je ervan uitgaan dat die school niet gaande de schoolrit van je kind ingrijpend van systeem verandert. Als de school overgaat op Montessori, prima, maar daar begin je mee in groep 1 en de ouders die hun kind aanmelden weten dat en kiezen daar dan voor. Dat geldt natuurlijk ook voor iets zo ingrijpends als de invoering van de vierdaagse schoolweek. Dat kan niet gaande de rit. Daarmee plaats je veel ouders voor een onmogelijke situatie. Daarover zou de discussie dan ook moeten gaan.

Prick@nrc.nl