Smit en Van Klaveren

Een man van een jaar of 75 was op straat gevallen, zomaar, of gestruikeld, dat stond er niet bij. `Oudere mensen' schijnt dat vaker te overkomen. Als iemand van een jaar of dertig, veertig een smak maakt, lees je er niets over in de krant. Aan meneer Smit was een groot artikel gewijd. Desgevraagd kon hij de naam van de koningin noemen. Deze Smit, liet de schrijver doorschemeren, kon dan wel gevallen zijn, maar blijkbaar was hij nog niet helemaal gek.

Ik dacht aan Bep van Klaveren, beroemd bokser, wereldkampioen, bijnaam The Dutch Windmill. Ik heb het verhaal al eens verteld; hier is het opnieuw functioneel. De bokser, al jaren in ruste, was supporter van de Rotterdamse voetbalclub Excelsior. Op deze bewuste zondag liep hij langs de Lage Honingerdijk met twee vrienden naar de wedstrijd op Woudestein. Achter het gezelschap een stuk of wat jongeren die, geen normen en waarden kennend, probeerden op de hielen van Bep te trappen. Daarbij riepen ze: `Ouwe lul'. Bep draaide zich om, zei zachtaardig: ,,Dat moet jij niet doen'' en liep verder.

,,Ouwe lul!''

Opnieuw draaide Bep zich om, en binnen dertig seconden hadden de jongeren het hazenpad gekozen, op vier na. Die lagen op de grond. Of ze de naam van de koningin nog wisten werd in het bericht niet vermeld. Bep moest voorkomen, kreeg drie maanden voorwaardelijk. Hij was toen even oud als bovengenoemde meneer Smit.

Over de jongeren van vandaag heb ik geen klagen. In plaats van te proberen me op mijn hielen te trappen, willen ze in de tram voor me opstaan. Hoe oud zie ik eruit, denk ik dan. Volgens mij heb ik de zichtbare leeftijd van Sean Connery. Maar zij denken er anders over. De Methusalem die ze zien, dankt voor het aanbod en weigert omdat hij staand beter naar buiten kan kijken. Op de tegenwoordige jeugd heb ik niets aan te merken.

In de Volkskrant van 16 september staat een artikel van Leo de Later over `klassieke muziek' op de radio. Dat `de' radio in Nederland wat we klassieke muziek noemen haat als de pest, dat wil zeggen dit soort muziek in onversneden vorm, zonder gekwek, geneuzel, Hollandse gewichtigheid, is een ervaringsfeit, waarschijnlijk zo oud als de Hollandse radio. Maar daar klagen, zeuren, mopperen we niet over. Gesnater, getok uit de radio is hier als het weer.

De Later doet zijn best de autoriteiten op betere gedachten te brengen. Doe dat niet, Leo! Water naar de zee, uilen naar Athene. Het gaat me om een andere zin in zijn moedige bijdrage. ,,Na een gang langs adverteerders en mediabureaus constateerden we dat het denken van de adverteerder ophoudt bij de 49-jarige.''

Ja, dames en heren van vijftig en ouder, u bestaat daar niet meer. Zo erg is dat niet, want u was toch al niet van plan zich door het leven te slaan als het spastische seksmaniakje dat de reclame als doelgroep voor praktisch alles in het vizier heeft. (Zie ook de Overpeinzing van vorige week)Het gaat nu over een courante vorm van journalistiek, die u als aspirant-senior, aanstaande bejaarde, jonge bejaarde, hoogbejaarde, ultiembejaarde aan het krantenlezend publiek vertoont. Alles wat boven de vijftig is wordt nog niet scherp, maar impressionistisch geschilderd als verouderd model, niet meer voldoende geëquipeerd om het razende tempo van deze tijd bij te sloffen. U bevindt zich dan in het voorportaal.

Na je zestigste beantwoord je als man aan het signalement van iemand die, met zijn bevende rechterhand de stok omklemmend, licht kwijlend, onbestemd glimlachend, over zijn brilletje heen angstig naar het langsdreunend verkeer kijkend, met zijn linkerhand naar zijn verkeerd zittend inlegkruisje tast, terwijl hij, vergeefs, zich de naam van de koningin probeert te herinneren. Ja, de generatie die nu op deze manier wordt geportretteerd heeft het aan zichzelf te danken. Zongen niet Koot en Bie een kwart eeuw geleden het ,,Ouwe lullen moeten weg, ouwe lullen moeten weg!'' Dat leek me toen voorbarig, en nu nog meer.

,,Oud worden is geen pretje'', liet een goede vriend zich eens ontvallen. Hij was toen 83 en geestelijk weerbaar als Bep van Klaveren met zijn vuisten. Weerbaar is mijn vriend ook nu. (En laat dat woord nog eraf. Je bent het of je bent het niet). Maar het is waar: het is geen pretje en er is, in het algemeen, niets aan te doen. Dat is iets anders dan dat je je een door anderen ontworpen signalement laat welgevallen, of zelfs je best doet die karikatuur van jezelf nog wat aan te dikken. In de journalistiek die zich met de zogenaamde `ouderenproblematiek' bezighoudt, proef ik enige wellust, vooral als het over plussers of hoogbejaarden gaat. Schrijf gewoon hoe oud die mensen zijn. En als je de zekere leeftijd hebt bereikt, wees niet zo laf of nederig om je bij het opgedrongen signalement neer te leggen.