Schröcken - Warth

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Oostenrijk.

Het regent harde stralen als we uit de bus stappen. En hoewel we ingewijd zijn in het Grote Wandelaars Geheim (regen, het geeft niets, zolang je adequaat gekleed gaat) schrikken we toch even terug. De bus bracht ons hoog naar boven, het is hier kaal en koud.

Niet zeuren. Lopen. Maar wel honderdtachtig graden tegengesteld aan de richting die we van plan waren uit te gaan. Dan maar geen Naturschutzgebiet. We hebben die ijzige wind liever achter ons en vooruit een dorp met koffie, want er gaat in geen uren een bus terug.

,,Hé, je rug wordt wit'', determineert Maria-die-van-bloemen-weet. De regen is sneeuw geworden, en petst neer in nijdige vlokken.

We lopen achterlangs een kleine boerderij, in de staldeuropening staat de boerin, haar blote benen steken in rubber laarzen. Rood van de inspanning schept ze con gusto grote klonten mest naar buiten. Sneeuw in september, haar verbaast het niets. ,,Sneeuw hoort bij de bergen'', roept ze, en: ,,het is de eerste, dit jaar!''

Het pad wordt smaller en is bedekt met allengs wittere steenslag. Bloemen steken uit het besneeuwde gras. De gentianen, de kattenstaarten, ze dragen mutsjes van helder ijs, die het best uitkomen op de violette gevalletjes die iets weghebben van verknipte en weer in elkaar geplakte crocussen. ,,Herfsttijloos'', verklaart Maria-die-van-bloemen-weet.

Voet voor voet scharrelen we verder over het gladde weggetje. Aan onze ene kant verheft zich een helling vanwaar tientallen stroompjes naar beneden stuiteren, dwars voor, onder of ook over onze voeten. Soms, als het water breed is, ligt er een plank overheen. Leuke menslievende gedachte, maar eerst moet de natte sneeuw eraf geschopt worden, pas dan is het veilig oversteken. Ik loop liever door het gutsende water heen. Diep beneden aan onze andere zijde stroomt de rivier waar al dat struikelende water naartoe wil. Het geluidsdecor is ruisen, stromen en klateren, doorsneden met de speeldoos-kling-klang van de koeienbellen en, als er uitgegleden wordt, een onderdrukte gil van een van ons plus gegiechel van de ander.

En dan breekt de zon door. De vlokken worden vlokjes, het ijs druppelt. Het nat schittert zo fel, dat mogelijk lijkt om elke spriet en elke twijg en elk blad afzonderlijk te bezien. De jassen kunnen open, de handschoenen en regenbroeken uit. De nevel trekt op en laat, op een kraag na, witte hellingen en bergtoppen vrij.

Als we Warth bereiken, een naar winterse opwinding smachtend skidorp, heeft de sneeuw haar rokken allang weer opgetrokken. De toppen van de bergen zien nog wit, de hellingen zijn weer groen.

De route (ongeveer 3 uur) is te vinden op de kaart `Wandern im Bregenzerwald IV', prijs € 1,50, te koop bij de lokale toeristenbureaus. Een busdienst verbindt eind- met beginpunt. Van mei tot oktober zijn in het Bregenzerwald de bergbanen en de bussen gratis voor iedereen die aldaar minstens drie hotelovernachtingen maakt.