Schemer in partyland

Vorige week zaterdag oefende de FNV in Utrecht voor de hete herfst die het kabinet-Balkenende op andere gedachten moet brengen. Vanaf een versierde boot in de gracht, met vrolijke muziek, waarschuwt een mevrouw via een megafoon het winkelende publiek en de mensen op de overvolle terrassen voor het einde der tijden. Als het aan Balkenende ligt, roept zij, vallen we terug naar de jaren dertig van de vorige eeuw.

Niemand luistert, want niemand kan zich daar iets bij voorstellen. De mensen die deze jaren van armoede bewust meemaakten zijn ouder dan tachtig en lopen niet meer op straat. Intussen delen FNV-medewerkers bidons en sleutelhangers uit (die iedereen wil hebben) met de tekst `het kan socialer beter'.

Het eind der tijden? Nee, we hebben eindelijk een kabinet dat orde in dit land durft te scheppen om de slechte jaren die nog moeten komen te kunnen doorstaan. De vakbeweging en de oppositie negeren die toekomst en houden vast aan de overvloed van de laatste jaren. Die houding lijkt op de onbezorgdheid in de jaren twintig. Eén groot feest, dat eindigde in de depressie van de jaren dertig. Onze bruisende jaren negentig lijken sterk op de jaren twintig. Met als motto: werken kost vrije tijd en je leeft om (geleend) geld uit te geven. Toch? De toenmalige kabinetten deden daar onbekommerd aan mee. Nederland, partyland.

Nu zitten we met de kater. Dat is geen prettig vooruitzicht. Daarom vermijden sommige bedrijven en instellingen de woorden depressie, recessie, krimp en deflatie. Zo weigerde het periodiek van een bank onlangs een artikel over de gevolgen van deflatie, want men houdt het graag gezellig en wil niet meedoen aan doemdenken. Daarom wijst de financiële wereld zo opgewekt naar de aandelenmarkt. Kijk, de koersen gaan omhoog, dus we hebben het ergste achter de rug.

Je kunt deze stijging anders verklaren. In de afgelopen drie jaren hebben alle grote en kleine beleggers die aandelen wilden of moesten verkopen, onderhands verkocht. Daarom zijn er amper verkopers in de markt en stijgen de koersen. Dus een hausse van de opluchting, die alleen standhoudt als de grote economieën en de bedrijfswinsten aantrekken. Daar zit de pijn, want professionele voorspellers verwachten pas een flink herstel tegen eind 2004, begin 2005. Kan een aandelenmarkt blijven drijven op zo'n vergezicht? Nee. Tussen nu en zeg ruim een jaar, zit er zo doorgeredeneerd een flinke correctie in het vat, de naschok van de internetkrach. Ofwel: een geschikte gelegenheid om te kopen. Dat wel. Je moet optimist blijven, de wereld heeft al zoveel schokken overleefd.

Daarbij speelt nog een ander fenomeen een rol: de koers van de dollar. Die lijkt overgewaardeerd ten opzichte van de andere wereldvaluta, door de schulden en begrotingstekorten van de VS. De landen die met heel veel geld in Amerikaanse obligaties zitten en de dollar steunen, bijvoorbeeld Japan en China, vinden een correctie van de dollar een vervelend vooruitzicht. Zij anticiperen daarop door obligaties te verkopen. Daardoor stijgt de obligatierente, daalt de dollar en stijgt de euro misschien, want het geld moet toch ergens renderen. Een effect dat zich al enigszins aftekent. Een lagere dollar drukt de koersen in Amsterdam enzovoort. Het is een scenario, maar je moet ergens van uitgaan.

De bezuinigingen en beperkingen en de mogelijke ontwikkelingen aan het rentefront en op de aandelenmarkt hebben een vérstrekkende invloed op persoonlijke geldzaken. Met name op die van werknemers. Mensen die niet in loondienst zijn en daarom niet vallen onder de WW, WAO en pensioen- en personeelsregelingen weten immers allang dat zij overal zelf voor moeten zorgen, want de toekomst kan tegenvallen.

Niet iedere werknemer is al doordrongen van de ernstige situatie wanneer je je baan en inkomen verliest. Zo omschrijft een 41-jarige lezer zich als tamelijk lui en een vrek, en in het bezit van 200.000 euro. Hij wil weten hoeveel meer geld hij moet hebben om nu al te kunnen stoppen met werken. Echt een kind van de feestelijke jaren negentig, die het onmogelijke wil, maar wel op eigen kracht.

De moraal van dit verhaal? Het schemert in partyland en daarom moeten werknemers zich in geldzaken gaan gedragen als niet-werknemers en niet te veel vertrouwen op de warme hand van de overheid.