Romantiek

Het is Clarence Seedorf niet aan te zien, maar de romantiek is terug in het Nederlandse voetbal. Oude wonden worden worden dichtgenaaid, vetes worden ingevroren, humeurigheden uitgewisseld als doorgeschoten charme.

Iedereen rijk, iedereen gelukkig.

Nemen we Ajax. Louis van Gaal zou zijn comeback maken als technisch directeur. Louis als kantoorklerk? Dit gaat verder dan een academische bekering, dit is een verzinsel van Steven Spielberg. Toch lijkt het geen constructie van de verbeelding: Louis is verguld door het alsnog geheimgehouden aanbod.

Directeur Van Gaal.

We hebben elkaar wel eens pijn gedaan. Waarom ook niet? We hebben beiden de dood niet óp maar vóór de hielen gekend. Jarenlang deelden we de woordenloze strijd om het monopolie van gêne en gekwetsheid, en vooral de verborgenheid ervan. Maar al die tijd wisten we van elkaar: het einde is voorbij. Ik kan Louis niet als een directeur zien. Als gezag, ja. Als fluïdum, al helemáál. Geharnast vaderhart, ook dat. Maar niemand moet mij komen vertellen dat Van Gaal een fetisjist van het laatste oordeel is. Wel van het laatste woord.

Ik zou mij verheugen op zijn rentree bij Ajax. Al was het maar in de illusie om weer wat dichter bij de poëziealbum-achtige schoonheid van zijn vrouw Truus te komen. En ook uit vertedering om hemzelf: Louis lijdt tenminste niet aan de netelkoorts van charisma. Hij is zijn eigen huidbrand.

Cabaret, dat hebben we nodig in het Nederlandse voetbal. Weg met de casuïstiek van het bloed, weg met de metafysica van de wreef, weg met de retorische schijngevechten, weg met de olympische grootheidswaan van Belgen. Om het met de woorden van Jaap Stam te zeggen: alles is darmen. Lachende darmen, nou daar is Louis van Gaal goed in. Hij is een theaterbeest, wat zeg ik, hij is een lachspiegel. Een kermisattractie met heel veel verstand. Nog net geen aangeklede IQ-gek.

Ook romantisch: Dick Advocaat zou trainer van Feyenoord worden. Dickie in De Kuip: molshopen hebben geen leven meer. Het hele clubgebeuren wordt bult. Niets is nog design, de bal niet, Buffel niet, de supporters niet. Alles wordt catacombe, of op zijn minst geheimtaal. Advocaat en Feyenoord zijn darmen van elkaar. Maar wie durft te ontkennen dat de onderbuik geen eeuwig leven, laat staan eeuwige schoonheid heeft?

Guus Hiddink is er ook nog. Straks als directeur-voorzitter van PSV. Hij voltooit het romantische ideaal van de polderproleet. Guus was ooit van shag, van pils en ook een beetje van rock 'n roll. Een antikapitalist, zonder meer. In zijn verlaten momenten was hij zelfs een prinses Irene-variant. Sartre aan de bal, zeg maar. In Zuid-Korea werd hij groot. Te groot voor Nederland, maar niet voor PSV. Guus werd geroepen tot multinational in zijn eentje.

Nu heeft hij zich opgeborgen in Eindhoven. Ik zie hem lijden, hoor de klachten van zijn geliefde, vibreer mee op zijn verlangen om weer eens van overzee te zijn. Het lukt hem niet meer. Guus is ingepalmd, versuikerd, versimpeld wellicht tot het geluid van de klokken van het dorp. Maar voor mij blijft hij een ridder van Oranje. Een voetbaldier dat verdwaald is in de schijn van zijn schaduwen.

Guus zal niet gelukkig worden in Eindhoven. Hij is en blijft van Amsterdam, van Valencia en Madrid. Maar ook hij heeft zijn toekomst geromantiseerd: Hole in one. We kunnen alleen nog bidden voor Guus. En een enkele keer huilen, als het weer misgaat met PSV zoals het steeds misgaat met PSV. Hij weet als geen ander dat de Van Bommels cs. zich uit de gratie van weldenkend Nederland hebben gestumperd. Guus weet het als geen ander: provincialisme is leuk, maar niet te allen tijde.

Het mooie van Hiddink is dat hij zijn lot groots en meeslepend draagt. Als hij roept `aansluiten' is hij de eerste om te lachen om zijn eigen acclamatie. Eigenlijk wil Guus niets meer zeggen, nog liever, al hengelend coachen, ongesanctioneerd dromen in de Zestien. Ik ken geen trainer die zo mooi 4-4-2 na kan spelen als Guus Hiddink.

Natuurlijk ga ik niet naar een wedstrijd voor Van Bommel, voor Ooijer of voor Kezman. Ik ga naar Eindhoven om Guus te zien. Petrarca naast God. Een in het pak gegoten provo die geniet van een leven dat, ondanks de schijn, niet het leven van een caudillo is. Een zuiderling met gordijntjes voor en achter. Wie goed kijkt, ziet de cirkelzaag van de wanhoop.