Rechter: geen onderzoek taps

Er komt voorlopig geen nieuw onderzoek naar mogelijke malversaties bij het afluisteren van de tot levenslang veroordeelde Turks-Koerdische zakenman Huseyin Baybasin. Dat heeft de rechter in Den Haag vrijdag in kort geding bepaald. Baybasin, veroordeeld wegens betrokkenheid bij onder meer moord en drugshandel, is ervan overtuigd dat er met de telefoontaps is gemanipuleerd om hem definitief uit te schakelen.

De afgeluisterde gesprekken – zo'n 6.000 in totaal – vormden de kern van het bewijs tegen Baybasin. De veroordeelde meent dat de Turkse autoriteiten de hand hebben gehad in het geknoei. Turkije heeft Nederland in het verleden tevergeefs gevraagd om de uitlevering van Baybasin.

Een onderzoeker van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kwam eerder tot de conclusie dat er geen aanwijzingen zijn voor manipulaties. De advocaten van Baybasin, A. van der Plas en P. Bakker Schut, schakelden zelf ook deskundigen in en zij vonden die aanwijzingen wél. Het verloren kort geding is voor de advocaten aanleiding een bodemprocedure te starten, met als bedoeling het gewenste onderzoek alsnog bewerkstelligd te krijgen.

Baybasin en zijn advocaten wilden via het kort geding, aangespannen tegen het ministerie van Justitie, de originele, digitale gegevensdrager voor onderzoek in handen krijgen. Ook wilden zij de bij het afluisteren gebruikte apparatuur laten doorlichten. Dat laatste kan volgens het vonnis niet, omdat deze apparatuur reeds is ontmanteld en vervangen door nieuwe.

Het ministerie zegde eerder toe dat de gegevensdrager, de zogeheten optical disc, voorlopig in elk geval niet vernietigd zal worden. Daarmee behoudt Baybasin in elk geval theoretisch de mogelijkheid de disc alsnog te laten onderzoeken. Hij is van zins tot aan het Europese hof voor zijn zaak te blijven strijden. Op 23 september doet de Hoge Raad uitspraak in de strafzaak.

Huseyin Baybasin werd in juli vorig jaar conform de eis van het openbaar ministerie in hoger beroep veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. De mede-oprichter van het Koerdisch parlement in ballingschap had verklaard tot 1984 in de heroïnehandel te hebben gezeten. Hij was naar eigen zeggen een tussenpersoon van de toenmalige Turkse regering.