Perentaart met appel

Bereiding: Snijd de appels in blokjes en kook ze samen met de citroenschil, het citroensap en 1/2 dl water in een vrijwel gesloten pan tot moes; zorg dat het stoofvocht volledig is verdampt aan het einde van de kooktijd. Verwijder het citroenschilletje, prak de appels met een vork tot rulle moes, roer de boter erdoor en laat afkoelen. Maak een soepel deeg door bloem, 75 gram suiker, boter en zout in een foodprocessor tot een kruimig mengsel te malen. Voeg met draaiende machine lepelsgewijs witte wijn toe tot het deeg begint samen te klonteren. Neem het uit de kom, leg het op een met bloem bestrooid werkvlak en duw kleine porties deeg onder de muis van de hand naar voren uit over het werkvlak; voeg het deeg weer bijeen en herhaal de handeling enkele malen tot een glad deeg is verkregen dat niet meer plakt. Wikkel het in plasticfolie en laat enkele uren (of langer) rusten op een koele plaats. Vet de taartvorm dun in met olijfolie en stuif er een waasje bloem over. Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een dunne lap en bekleed er de taartvorm mee. Haal de deegroller over de rand heen zodat overhangend deeg wordt afgesneden. Bestrijk de deegrand eventueel met melk of water waardoor hij tijdens het bakken een goudbruine kleur krijgt. Prik met een vork de deegbodem over het gehele oppervlak in en zet de vorm even in de ijskast om het deeg te laten opstijven.

Snijd de peertjes in kwarten, verwijder het klokhuis en snijd de partjes overlangs in plakjes. Bestrijk de taartbodem met appelmoes en leg daarop de plakjes peer dakpansgewijs en in concentrische cirkels. Bak de taart 30-35 minuten in een voorverwarmde oven (210 graden Celsius). Neem de taart uit de oven en zet de gril op de hoogste stand. Bestrooi de peren heel dun met 2 eetlepels suiker en zet de taart onder de hete grill om de plakjes peer licht te kleuren. Bestrijk tot slot de plakjes peer dun met kweeperengelei. Koud serveren.