Paspoort mag duurder

De maximumprijs van reisdocumenten gaat met ongeveer twee euro omhoog. Dat heeft de ministerraad gisteren besloten. Gemeenten mogen daardoor vanaf 1 januari 2004 hogere prijzen vragen voor paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten.

Een paspoort mag straks maximaal 37,96 euro kosten (nu 35,58), een identiteitskaart maximaal 30,56 euro (nu 28,73). Volgens een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken is de prijsverhoging nodig omdat de kosten voor het maken van de documenten gestegen zijn.

Gemeenten hanteren hun eigen tarieven voor reisdocumenten, maar zijn daarbij aan nationale maxima gebonden. In het verleden was er vaak kritiek op de grote verschillen in prijzen tussen gemeenten. Drie jaar geleden kostte een paspoort in de Limburgse gemeente Onderbanken bijvoorbeeld 76 gulden, terwijl de prijs in Arnhem 145 gulden was.

Nadat toenmalig minister Van Boxtel in 2001 voor reisdocumenten maximumprijzen had vastgesteld, werden die verschillen veel kleiner. Voor andere documenten, zoals rijbewijzen, blijven soms grote verschillen bestaan. In de gemeente Moordrecht kost een rijbewijs bijvoorbeeld 25,50 euro, terwijl Arnhem voor hetzelfde document 40 euro vraagt.

Een kleine rondgang langs enkele (middel)grote gemeenten bevestigt het beeld dat de prijsverschillen voor paspoorten minimaal zijn. Veel gemeenten hanteren een prijs van 35,55 euro. Dat geldt bijvoorbeeld voor Amsterdam, Rotterdam, Arnhem, Eindhoven en Maastricht.

Groningen is relatief goedkoop, daar kost een paspoort 35,50 euro. Enschede en Den Haag bijvoorbeeld vragen de maximale prijs van 35,58 euro.