Papieren herinneringen

Een aandeel van de Pasoeroeansche Koffie Cultuur Maatschappij of een obligatie van het Hoogheemraadschap Lekdijk Bovendamsch: oude waardepapieren doen het goed op veilingen.

`Ik verzamel de cultuurhistorie van een dorp dat geen cultuurhistorie heeft'', zegt Max Vreedenburg. Dat dorp is zijn woonplaats Bussum. Op deze zonnige zaterdag is Vreedenburg met zijn vrouw afgereisd naar Culemborg, waar in het voormalige stadhuis papiergeld, oude effecten en historische documenten worden geveild. Vreedenburg heeft zijn zinnen gezet op een `Rentelooze Geldleening' uit 1882 van de Nederduitsche Hervormde Kerk in Bussum. Op het document, dat 70 euro moet opbrengen, staat een afbeelding van een oud kerkje, de latere televisiestudio Irene. Vreedenburg werkte eind jaren vijftig als televisietechnicus in de inmiddels gesloopte studio. ,,Daarom heeft dit document voor mij speciale waarde.'' Gaat hij de prent straks inlijsten en ophangen? ,,Natuurlijk niet'', zegt hij verschrikt. ,,Dat zou zonde zijn. Deze stukken kunnen geen daglicht verdragen.''

Jan Bresser, een accountant uit Limmen, springt minder behoedzaam met zijn verzameling om. Als hij de hand kan leggen op een oud aandeel van een bedrijf waar iemand uit zijn vriendenkring werkt, lijst hij het in en geeft hij het weg. ,,Dat is een origineler cadeautje dan een fles wijn of een bos bloemen. Als je maar van tevoren bedenkt hoeveel je wilt uitgeven. Het is net als in het casino.'' Bresser is aangestoken door zijn vriend Peter Baas, voormalig hoekman op de Amsterdamse beurs. Baas verzamelt sinds 1973 oude effecten en andere economische documenten. Zijn collectie bestaat uit 5.000 stukken, schat hij, en vandaag wil hij naar huis met zo'n dertig nieuwe aanwinsten.

In de veilingzaal zitten zo'n vijftig mensen, hoofdzakelijk mannen met leesbrillen, die geconcentreerd naar de veilingmeester luisteren. Het tempo ligt hoog, want in een paar uur tijd moeten er 991 kavels onder de hamer komen. Baas kent de meeste gezichten in de zaal. ,,Het is een klein wereldje.''

Volgens Corné Akkermans, de eigenaar van het Culemborgse veilinghuis, bestaat het publiek voor de helft uit particuliere verzamelaars en voor de helft uit vertegenwoordigers van museale instellingen. Onder hen bevinden zich veel Duitsers. ,,Hoewel de prijzen van oude effecten op Nederlandse veilingen de laatste jaren fors stijgen, is Nederland nog altijd een stuk goedkoper dan Duitsland'', zegt Akkermans, die drie keer per jaar een veiling organiseert.

Christ van Doesselaere, een wegenbouwer uit Veldhoven, hoort sinds zeven jaar bij de vaste bezoekers van effectenveilingen. Hij zet in op een map met documenten, waar hij 300 euro voor over heeft. Zijn concurrent is een telefonische bieder, maar die haakt af bij 270 euro. Van Doesselaere kijkt tevreden. Aan het eind van de veiling rekent hij uit dat hij 510 euro heeft uitgegeven. ,,Ik ben hier met een kennis die voor 3.000 euro heeft gekocht. Ik houd het rustig.'' Van Doesselaere bewaart zijn verzameling thuis in een antiek bureau, maar hij heeft nu niet veel tijd om ervan te genieten. ,,Over acht jaar wil ik mijn bedrijf verkopen. Dan wil ik een leuke hobby en dat ben ik nu aan het voorbereiden.''

Een mevrouw uit Harderwijk, die niet met haar naam in de krant wil, kijkt in de deuropening nieuwsgierig toe. Ze heeft in een televisieprogramma mensen gezien die zonder het zich te realiseren in het bezit zijn van waardevolle documenten. Daardoor herinnerde zij zich de oude aandelen die ze van haar vader heeft geërfd. Onderin een lade vond ze een winstbewijs van de Nederlandsche Beleggingsbank uit 1914 (,,Eigenlijk heb ik er daarvan vier, maar als je ze één voor één veilt leveren ze meer op'') dat voor minimaal 20 euro weg mag, een aandeel uit 1888 van de Pasoeroeansche Koffie Cultuur Maatschappij dat minimaal 15 euro moet opbrengen en een aandeel uit 1898 van de Djoeleg Exploitatie Maatschappij – die suikerplantages beheerde – dat ook 15 euro moet kosten. Samen met haar man, haar neef en diens vrouw is ze naar Culemborg gekomen. ,,Van de opbrengst gaan we straks lekker eten.''

Het pièce de résistance van de veiling is een obligatie uit 1648 van het Hoogheemraadschap Lekdijk Bovendamsch, tegenwoordig het waterschap Kromme Rijn in Houten. Als waterschappen vroeger geld nodig hadden om een dijkdoorbraak te herstellen, stuurde de dijkgraaf een functionaris op pad die obligaties aanbood aan rijke boeren en buitenlui. De obligatie uit 1648 is eeuwigdurend. Op elk blanco stukje van het document is in priegelige lettertjes eeuwenlang bijgehouden wanneer de rente werd uitgekeerd. De veilingmeester zet in op 15.000 euro. Drie mensen in de zaal, alledrie particulieren, hebben belangstelling voor de obligatie en bieden fanatiek tegen elkaar op, maar ze hebben het nakijken. Voor 35.000 euro gaat het document naar een Amerikaanse bibliotheek, die telefonisch meebiedt. De bibliotheek kan voortaan elk jaar de rente, het euro-equivalent van 25 gulden, ophalen bij het waterschap in Houten. ,,Dit zijn de mooiste stukken'', zegt Akkermans. ,,Ze zijn bekend over de hele wereld. Typische Hollandse documenten die met water en polders te maken hebben. Als ik verzamelaar was, zou ik ze ook kopen, maar verzamelen en veilen gaat niet samen. Dan wil je te veel zelf houden.''

Dit is deel twee in een serie over veilingen.