Oproep tot nieuw evenwicht arm en rijk

De mislukking van de handelsbesprekingen vorige week in het Mexicaanse Cancún maakt duidelijk dat een nieuw evenwicht nodig is tussen ontwikkelingslanden en de rijke industrielanden. Dit zei president Wolfensohn van de Wereldbank gisteren aan de vooravond van de jaarvergaderingen van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, die ditjaar gehouden worden in Dubai, één van de Verenigde Arabische Emiraten.

In Cancún stuitte de doorbraak die had moeten worden bewerkstelligd in de vastgelopen Doha-ronde van internationale handelsliberalisering vorige week op verzet van de G21. Dat is een groep van ontwikkelingslanden onder leiding van China, India en Brazilië.

Wolfensohn zei gisteren dat het weinig zin heeft om de schuldvraag te stellen over het mislukken van Cancún. ,,Er sprake geweest van de overtuiging van ontwikkelingslanden dat hun gezichtpunten serieuzer moeten worden genomen. Er was een poging tot het creëren van een nieuw evenwicht.''

De Wereldbank-president wees er op dat de groep van landen die 'Cancún' de druk van de VS en EU trotseerden een bevolking van 4 miljard mensen vertegenwoordigen. Het nieuwe evenwicht dat volgens hem nodig is raakt niet alleen handel, maar ook de schuldreductie en ontwikkelingshulp. ,,Ontwikkelingslanden zouden meer zeggenschap kunnen beogen in de Wereldbank en het IMF,'' aldus Wolfensohn, die een lijn trok van economische ongelijkheid naar de internationale veiligheidssituatie. Hij onderstreepte dat in de industrielanden 1 miljard mensen 80 procent van het wereldinkomen genieten, terwijl vijf miljard mensen in de rest van de wereld 20 procent van het wereldinkomen krijgen. ,,Wij bij de Wereldbank geloven dat, als je vrede wilt, het evenwicht moet veranderen.''

De jaarvergaderingen van IMF en Wereldbank zullen zich, naast vaste agendapunten, onder meer concentreren op de wederopbouw van Irak. De twee organisaties presenteren op 23 en 24 oktober een beoordeling van de kosten en details van die wederopbouw op een donorconferentie in Madrid. De bijeenkomst van de zeven grootste industrielanden die morgen plaatsvindt in de schaduw van de jaarvergaderingen zal zich officieel bezighouden met de wisselkoersregimes in Azië, met name in China, zo werd gisteren bevestigd.

Zowel de VS als de EU hebben kritiek op Aziatische landen die hun valutakoersen laag houden door ze te koppelen aan de Amerikaanse dollar. Gezien het lidmaatschap van Japan van de G7 werd het gisteren wel lastig geacht voor de groep om met een gezamenlijk standspunt te komen.