Old-boys-netwerk

Tussen 1990 en 2000 was ik een van de vrouwelijke topbestuurders in het hoger onderwijs. Vanuit die kennis en ervaring heb ik het artikel `Hebben wij een deal' over de werkwijze van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (Z, 13 september) gelezen.

Het verhaal schokte mij. Dat betrof vooral de manier waarop de hoogstverantwoordelijke functionaris voor ons onderwijsbestel, de minister, inging op een voorstel van twee jonge internetondernemers over de promotie van een ICT-plan binnen het onderwijs. Hoe dit plan gerelateerd was, of moest worden aan de strategisch-inhoudelijke beleidsplannen van het onderwijs en de diverse organisaties daarbinnen werd in het geheel niet duidelijk. Waarmee mijn ervaringen als onderwijsbestuurder opnieuw bewaarheid zijn.

Ik kan het niet vaak genoeg herhalen: geldverspilling in het onderwijs komt onder meer voort uit de bestuurscultuur van `mannen-onder-elkaar'. Het old-boys-netwerk geldt als leidraad in het nemen van vergaande beslissingen. In die cultuur laat een minister zich verleiden om naar een kamer op de grachtengordel te komen, zijn schoenen uit te doen en plaats te nemen op een matras om naar de voornemens en fantasierijke concepten te luisteren. De verleiding gaat nog verder: de vrouw van de minister wordt in het vooroverleg betrokken en met de deurknop in de hand en stevig oogcontact worden zaken gedaan. Een schokkend staaltje van disfunctionaliteit.

Deze bestuurscultuur is gebaseerd op irrationaliteiten. Er wordt gewerkt met motieven van emotionele aard die slaan op uiterlijkheden en die alles te maken hebben met `wie valt op mij en op mijn macht en hoe en door wie vergroot ik mijn aanzien?'.

Als vrouw en als bestuurder verplichtte ik mij voortdurend om nieuw beleid op een inzichtelijke manier te verantwoorden en het vervolgens te verbinden aan kleine stappen die daadwerkelijk tot resultaten zouden (gaan) leiden. Ik verplichtte mij om adviseurs aan te stellen die op basis van relatief belangeloze analyses en concretiseerbare plannen de organisatie van dienst zouden zijn om daarmee de geur van `vriendjespolitiek' te verdrijven.

Integer en transparant leiderschap is een vereiste voor een manager en schoolleider, zo lees ik in menige advertentie.

Een minister en zijn directe gevolg zijn dan de voorbeelden bij uitstek. Dat levert dan ook nog eens honderdduizenden eurootjes op.