Nuttig hoor, het debat over Moberg

De emoties over het salaris van Ahold-topman Anders Moberg liepen hoog op. Het (maatschappelijk) debat was navenant fel. Raar, want de feiten zijn niet bekend, betoogt Ton Planken.

Nu het Moberg-debat na de knieval van Ahold geleidelijk zal verpieteren, is de vraag: kunnen we er nog iets positiefs uit halen?

Want ook dit debat was weer verbluffend zelden gebaseerd op feiten, laat staan op objectieve normen. Is er echt schaarste aan internationale topmannen, mensen met retailkennis in het bijzonder? Niet uitgezocht.

Heeft iemand nu bijvoorbeeld helder hoe de precieze afspraken met de heer Moberg waren? Nee.

Heeft iemand al kunnen checken of klopt wat president-commissaris De Ruiter schreef in zijn brief van 10 september aan de twee boze pensioenfondsen, dat een rapportage van een vooraanstaand bureau op dit terrein aantoont dat het beloningspakket van Moberg niet significant afwijkt van beloningspakketten bij vergelijkbare ondernemingen?

Is onderzocht wat heel Nederland of dan toch op zijn minst de klanten van AH rechtvaardig zouden vinden? Welnee.

De feiten kennen we dus bij lange na niet. Maar hebben we dan wel een norm? De aanbeveling van Tabaksblat mag nauwelijks de naam norm verdienen, want die laat ook nog marges van miljoenen toe.

Wat is te veel? John de Mol en Joop van de Ende zijn miljardair geworden. In guldens weliswaar, maar toch. Miljardair! Daar moet Moberg vijftig jaar voor werken! Als de mogelijke 10,5 miljoen euro niet mag, wat moet het dan wél zijn? Een miljoentje of 8, of 5, of 2? Of slechts 3,5 ton, zoals Van Hanegem bij onze falende voetballers schijnt te verdienen.

Kortom, geen discussie op basis van feiten. Het was een schande en daarmee uit. Hoe komt dat?

Als eenmaal een groepering of enkele media van voldoende betekenis hebben bepaald dat iets een schande moet worden geacht (zoals bij de Brent Spar; de affaire-Peper; de karaktermoord op Fortuyn; de bouw-fraude; de kwestie-Moberg) dan treedt spontaan een bewustzijnsvernauwing in.

Zeker in die eerste fase wordt voornamelijk nog informatie toegelaten die het beeld bevestigt. Word je naar een studio genood voor commentaar dan is het je geraden er vooral schande van te spreken, anders kun je van hoogbetaalde presentatoren nijdige vragen over je eigen graailust verwachten. Ik spreek uit ervaring.

Media vergroten vooral langs die lijn het vermeende schandaal uit. Na de opmaat bemoeit het grotere publiek zich er mee; andere actoren gaan reageren (aandeelhouders, raadsleden etc.); dat vergroten de media weer uit; iemand kwakt er een opiniepeilinkje overheen; politici menen te moeten reageren; noodgrepen worden aangekondigd; media laten zich wederom niet onbetuigd; tot dan toe vrij schuchtere groeperingen laten zich nu heviger horen (aandeelhouders/pensioenfondsen; klanten); ook de opportunisten zetten dan de toeter aan de mond (bonden; OR); het woord boycot valt en de hoofdpersoon heeft onder druk van zijn nerveus geworden directe omgeving geen andere keus meer dan smadelijk het hoofd te buigen. Rechtvaardigheid is geschied. Zie je wel, we hadden tóch gelijk.

Hier hebben én Ahold én nogal wat media én de politiek het lelijk laten afweten.

Wat politici betreft is het van tweeën één: of je staat een inkomenspolitiek voor, of juist niet. Als je die niet voorstaat, hoor je aan het publiek uit te leggen dat in het geval van Moberg de onverbiddelijke wet van vraag en aanbod aan het werk is. Daar horen we ons niet mee te bemoeien. Politiek kijken we alleen maar of mensen aan de onderkant niet in de knel komen, zeg je dan.

Als je wél een inkomenspolitiek voorstaat, geef dan aan binnen welke bandbreedte de dames en heren die anderen of zichzelf beloningspakketten toeschuiven, dienen te blijven.

Nobelpijswinnaar J. Tinbergen werd onder meer gelauwerd omdat hij meende dat iedereen in beginsel een inkomen in dezelfde orde van grootte zou moeten hebben, want degenen die grotere verantwoordelijkheden dragen dan anderen hebben ook een groter psychisch inkomen (bevrediging dus). Wil de politiek delen in deze Nobelprijs?

Na de Tweede Wereldoorlog werd min of meer als norm gehanteerd dat de inkomensverschillen niet groter dan 1:5 zouden behoren te zijn. Is dat wat?

Politici moeten erg op hun tellen passen om onder druk van wat zij veronderstellen dat de publieke opinie op dat moment is, de emoties aan te wakkeren of meteen maatregelen aan te kondigen, die later ook niet veel om de hakken blijken te hebben. Anders werk je zelf aan verder verlies aan vertrouwen in de politiek.

De lessen uit het Moberg-debat zijn duidelijk:

Raden van Commissarissen of directies moeten zelfs in crises, ja juist in crises, een back-up team formeren van mensen die kunnen inschatten hoe mogelijke beslissingen in de samenleving aankomen. Een marketingspecialist, een massapsycholoog, een communicatiespecialist zouden daar deel van kunnen uitmaken.

Als onderzoek is gepleegd, zoals naar dat aanvaardbare beloningspakket van Moberg, publiceer dat dan zodat duidelijkheid bestaat over het afwegingsproces dat heeft plaatsgevonden.

Leg bijvoorbeeld ook uit hoe snel je beurskapitalisatie met miljarden kan kelderen, met effect voor ons pensioenvermogen, of welk effect het verlies van een triple-A rating heeft, als het met je topman niet goed zit. En zeg desnoods dat een miljoentje meer of minder voor zo'n topman tegen die achtergrond irrelevant is. Veel begrijpen is veel vergeven.

Van media mag worden verwacht dat ze juist níet in eerste instantie gaan meedeinen met die heftig bewegende onderbuiken, maar telkens sceptisch de vraag stellen: waar baseert u die mening op? Wat zijn uw feiten, wat is uw norm?

Er is een pijnlijk tekort aan eigen onafhankelijke informatie of informatiebronnen bij de media. Waarom poolen enkele niet-concurrerende media hun inderdaad bescheiden financiën niet wat vaker om bepaalde aspecten snel in kaart te brengen. De schaarste aan retail-talent bijvoorbeeld.

Van politici mag worden verwacht dat zij – hun partij of hun coalitie – een redelijk-concrete norm neerleggen aan de hand waarvan het issue kan worden beoordeeld. Zo niet, dan behoren zij hun mond te houden. Of bij anderen op voorzichtigheid in de oordeelsvorming aan te dringen.

Toch wel instructief, zo'n Moberg-debat.

Ton Planken is communicatieadviseur en -trainer.