Met meesterhand gemaakte prenten uit de zestiende eeuw

Albrecht Dürer (1471-1528) geldt als de ongekroonde koning van de Duitse renaissancegrafiek. Zijn volmaakte gravures werden al tijdens zijn leven gretig verzameld en ook de waarde van zijn tekeningen heeft nooit aan populariteit ingeboet. Zijn tekeningen van een haas, van een hand, zijn landschappen, liggen dan wel veilig in de kluizen van de prentenkabinetten in Wenen, Berlijn en Bazel, ze zijn onverminderd populair dankzij de ontelbare reproducties die in omloop zijn op ansichtkaarten, affiches en boekomslagen. Het realisme van een half millennium geleden blijft intrigeren. Ook zijn jongere tijdgenoot Hans Holbein staat nog onverminderd als een tweede grootheid uit die creatieve periode overeind – zie de tentoonstelling in het Mauritshuis.

Beide exponenten van deze vruchtbare culturele periode uit de Duitse geschiedenis werkten op een rijke voedingsbodem van oudere kunstenaars en tijdgenoten die minder vaak onder de aandacht komen. Daarom is het goed dat ook zij gepresenteerd worden in Museum Boijmans Van Beuningen. De tentoonstelling Rondom Dürer was in een andere vorm enkele jaren geleden te zien in het Bonnefantenmuseum, maakte een rondreis door Spanje en is nu gewijzigd en aangevuld te zien in het mooie nieuwe prentenkabinet in Boijmans.

De tentoonstelling is opgesplitst in een verdieping met zestig tekeningen en een deel met zeventig prenten. Alles is afkomstig uit de rijke collectie van het museum zelf. De oudste tekeningen staan in de laatgotische traditie. Het zijn ontwerpen voor gebrandschilderde ramen, voor altaarstukken, tekeningen naar schilderijen of in enkele gevallen schetsbladen. Het is verleidelijk om er een ontwikkeling in te zien van aarzeling naar technische beheersing. Een van de eerste bladen, een anonieme voorstelling van de aanbidding der Koningen bijvoorbeeld, is wat onhandig van compositie en gebrekkig van perspectief.

Op andere vroege tekeningen had de kunstenaar moeite een natuurlijke plooival weer te geven. Later beheerste men dat beter. Toch is het niet zinvol zo te kijken, alsof er een directe lijn van onbeholpen naar perfect zou lopen. Elke periode streefde haar eigen kunstideaal na. Bovendien is vergelijking niet rechtvaardig omdat uit de vroege periode vooral kopieën en probeersels bewaard zijn gebleven en uit de latere periode voltooide tekeningen die als zelfstandige kunstwerken hun weg vonden.

Een bijzondere plaats in die voltooide tekeningen nemen de tekenaars van de Donauschule in. Deze kunstenaars werkten op getint – doorgaans groen, blauw of roodachtig papier – en tekenden daarop in zwarte inkt, gehoogd met wit. Het effect is geheimzinnig, spookachtig, zo niet hallucinerend, temeer daar de voorstelling zich doorgaans afspeelt in een woud vol grillige bomen met neerhangende takken en geheimzinnige bosschages. Door de gebruikte middelen is nooit helemaal duidelijk waar het licht in de voorstelling vandaan komt. Het is nacht, dat moet het zijn, of het woud is zo dicht dat er geen straaltje zonneschijn in doordringt. Albrecht Altdorfer uit Regensburg is in deze techniek vertegenwoordigd met enkele prachtige tekeningen. Er hangt werk van anonieme meesters, en van minder bekende tekenaars als Hans Schäuffelein en Erhard Schön, maar ook van Dürer zelf. Speciaal voor deze versie van de tentoonstelling zijn diverse boeken toegevoegd die ooit hebben behoord aan de Bazelse humanist Willibald Pirckeimer. In deze boeken staan ragfijne miniaturen die aan Dürer worden toegeschreven.

Ook in de grafiek zien we een ontwikkeling en wel van eenvoudig gedrukte volksprenten en speelkaarten tot met meesterhand gemaakte etsen en gravures uit de zestiende eeuw. We komen dezelfde thema's tegen als bij de tekeningen: voorstellingen uit het Oude en Nieuwe Testament en taferelen uit de oorlog. Met name de landsknecht – een professionele huursoldaat – was, mede door zijn bonte en bijna carnavaleske kleding, een geliefd thema.

Een groot deel van het grafische gedeelte is gereserveerd voor het werk van Dürer. Het is altijd uitgebalanceerd werk, krachtig in de compositie en ook behoorlijk streng. Daarom is het zo prettig om er zijn tijdgenoten bij te zien: sommigen van hen zijn misschien technisch minder, maar ze hebben een kwaliteit die Dürer mist: speelsheid, of voor mijn part poëzie. Zo hangt er een landschap van Augustin Hirschvogel. Met zijn verzakte huizen, zijn bochtige brug en zijn knotwilg waaruit alweer nieuwe takken ontspruiten, heeft deze ets toch iets menselijkers dan het vroegere landschap met kanon van Dürer dat ernaast hangt.

Andere kunstenaars zijn ook stuk voor stuk de moeite waard. Dürers grote voorbeeld Martin Schongauer bijvoorbeeld, of Hans Baldung Grien met zijn raadselachtige compositie met paarden en zijn `betoverde stalknecht'. Mooi is ook de reeks groteske boerenfiguren van Hans Sebald Beham – vrolijke personages die een mikpunt van spot vormden voor de burgerij in Neurenberg, Augsburg en Bazel en al die andere Duitse steden waar deze kunstenaars werkten.

Tentoonstelling: Rondom Dürer, Duitse prenten en tekeningen ca. 1420-1575. T/m 7 dec in Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Di t/m za 10-17u, zo 11-17u. Cat. €14,95). Inl: 010-4419400 of www.boijmans.rotterdam.nl.