Mediahandvest nodig

In zijn oratie op donderdag 11 september als bijzonder hoogleraar Journalistiek en Samenleving aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, betoogde Warna Oosterbaan dat kranten niet aan de leiband van andere media moeten lopen, maar oorspronkelijker en eigenwijzer moet opereren. Wanneer de krant zijn eigen agenda bepaalt, meent Oosterbaan, voorkomt dat de hypes en de `meutevorming', waar de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling in een rapport over klaagde, en draagt dat bij tot een scherpere profilering.

Veel lezers reageerden via www.nrc.nl op een discussie naar aanleiding van Oosterbaans stelling. Het ging om de volgende vragen: vindt u ook dat de journalistiek in het algemeen de neiging heeft tot eenvormigheid en het collectief opkloppen van en aanlopen achter dezelfde onderwerpen, en bent u het eens met de kritiek dat de media weinig geneigd zijn tot reflectie en het zichzelf kritisch onder de loep te nemen?

,,De krantenjournalist is gemiddeld beter dan de televisie- en radiojournalist'', schrijft A.W.M. van de Wiel uit Klimmen. Maar beide beroepsgroepen opereren volgens hem ,,onder de maat''. ,,Journalisten denken dat `we' zitten te wachten op hun inkleuring van het nieuws. Te vaak wordt voorbij gegaan aan de noodzaak van feiten. Op radio en tv blijkt dat journalisten nauwelijks in staat zijn tot `doorvragen'. Opvallend vaak worden zelfs suggestieve vragen gesteld.''

De krant heeft een indeling van vóór de Tweede Wereldoorlog, meent Van Egmond uit Amsterdam: ,,Voorpagina, binnenland, buitenland. Elke kritische hoofdredacteur had daar toch allang Europa tussen geplaatst! Als ons parlement steeds minder te zeggen heeft en in Brussel veel over ons beslist wordt, dan is het toch de taak van journalisten om daar speciaal aandacht aan te besteden.''

S. Eschen bekijkt te Den Haag de belangrijkste buitenlandse media op internet. ,,Als ik 's avonds het NOS journaal zie, vraag ik me wel eens af of ik in twee werelden leef: die van wat in de wereld `echt' belangrijk wordt gevonden en die van de Nederlandse redacties. De grote aandacht voor emoties, die kennelijk volgens de Nederlandse redacties relevant is, wordt in het geheel niet op feiten of achtergronden gebaseerd. De buik is belangrijker dan het hoofd, zo lijkt het.''

,,Namen, plaatsen en geschiedkundige zaken in binnen- en buitenland, exacte teksten van verdragen etc, het is allemaal snel te controleren op het net'', constateert ook Michiel Mans uit Amsterdam. ,,De lezer moet het onderscheid maken of hij/zij het nieuws leest, of een opiniestuk. Een krant moet dat duidelijk scheiden en een breed opiniepanel hebben als het voor vrij en onafhankelijk wil doorgaan.''

,,Naast kwaliteit is ook commercie een belangrijke factor'', meent Luuk Student (of de student Luuk) uit Amsterdam ,,Dit geldt zowel voor de schrijvende als voor de audiovisuele media. Teruglopende subsidies en een slinkend lezerspubliek noodzaken de media hun `product' aantrekkelijk te maken. Ieder doet dat op zijn eigen manier, wat uiteindelijk allemaal op hetzelfde neerkomt: het moet `sexier' en meer geld opleveren. Het resultaat: elke twee jaar een nieuw lifestyle-magazine, `leukere' nieuwsrubrieken en meer reclame in kranten en op tv.''

Luisteren naar de lezer en de adverteerder werkt indutten in de hand, meent E. Brouwer uit Den Haag. ,,De journalistiek volgt, indien die achter hypes aanloopt omwille van het publiek, niet meer in eerste instantie het nieuws, maar het kapitaal. Dat lijkt de laatste tijd meer het geval te zijn, gezien de paniekerige indruk die berichtgeving bij mij achterlaat. Bovendien wordt het nieuws door deze eenzijdige aansturing steeds minder betrouwbaar. En dat nu is maatschappelijk fnuikend en moet oproepen tot herbezinning op of restauratie van de rol van de media.''

Cor Connery uit Amsterdam acht het feit dat PCM eigenaar en uitgever is van vrijwel alle landelijke dagbladen ,,alarmerend''. ,,Redacties zijn niet opgewassen tegen grote maatschappelijke en financiële machtsconcentraties, of dit nu hun eigen media betreft of andere sectoren in politiek en economie. Inhoudelijk gevolg is dat men de underdog beschimpt en psychologische karaktermoord pleegt, maar niet een echt machtige partij kritisch volgt. Met als resultaat een `papagaaiencultuur' van elkaar napratende `nieuwsmedia'. Dit zal niet snel veranderen, daarvoor zijn de achterliggende financiële belangen te groot (men moet toch elke dag maar weer die krant verkopen en adverteerders vinden). Gelukkig kan de burger zich tegenwoordig via internet informeren.''

De media hebben niet alleen meer invloed gekregen, maar daarmee ook meer verantwoordelijkheid, stelt Peter van der Wel. ,,Zij moeten daarmee leren omgaan. De soms al te gesimplificeerde weergave van de werkelijkheid, het hypen en napapegaaien, de incident- en schandaalgerichtheid en het uitvergroten van irrelevante details leiden maar al te vaak tot ongewenste neveneffecten van de berichtgeving. Het is daarom zaak dat er snel een handvest voor de media komt waarin de gedragsregels voor maatschappelijk gewenste verslaggeving worden omschreven.''

Karin Holthuis uit Den Haag bepleit een objectiever politiek klimaat in de pers. ,,De meeste kranten, opinieweekbladen, opiniepeilers en actualiteitenrubrieken op televisie dragen de PvdA wel een érg warm hart toe. CDA- en VVD-politici krijgen een slechtere beoordeling dan gerechtvaardigd is, of krijgen minder kans zich te profileren. Soms gaat dat heel openlijk, soms op een subtiele manier.''

Een krant als NRC Handelsblad mag van mij heel wat eigenwijzer en intellectueler zijn, schrijft Jeroen van Drie vanuit Zweden. ,,Ik lees regelmatig The Economist op internet, veelal omdat die een duidelijke mening heeft en deze over het algemeen met gedegen argumenten uiteenzet. Een nieuwsmedium hoeft niet iedereen aan het woord te laten. Doe onderzoek en geef objectief de resultaten weer, laat niet iedere mafketel aan het woord.''

Burgers toetsen de inhoud van de media aan hun eigen opvattingen, stelt Han van der Horst te Schiedam. ,,Vervolgens komen zij tot een oordeel over het gebodene. Een behoorlijke krant helpt zijn lezers bij die toetsing. Ze doet dat door niet alleen mee te delen wat er gebeurd is, maar ook waarom het zo gebeurde en niet anders. Ook meldt de krant wat de gevolgen van gebeurtenissen kunnen zijn. Een stevige opinie kan daarbij geen kwaad. Dat maakt die toetsing voor mij als lezer alleen maar gemakkelijk.''

D. Borstlap te St. Pierre vindt dat het de Nederlandse kwaliteitskranten ontbreekt aan scherpte. ,,Waar is de tijd gebleven van W.F. Hermans en Hugo Brandt Corstius? Er moet alles aan gedaan worden om intelligente, oorspronkelijke en scherpe geesten aan het woord te laten.''