Kraanvogel

De vogels met een spanwijdte van meer dan een meter die daar in V-formatie vliegen, zijn geen ganzen. Langzaam, statig en krachtig bewegen ze zich voort. Kraanvogels op trektocht naar het zuiden. Ik neem ze waar nabij Hollandscheveld en Elim in Zuid-Drenthe. De vaderlandse steppen zijn het hier; weids, en daarboven de hoge, verre koepel van de hemel. De kraanvogel (grus grus) heeft in de oostelijke heidevelden zijn vaste pleisterplaats.

Uit Scandinavië zijn deze langbenige, grijswitte steltlopers onderweg naar Zuid-Europa en Afrika. In het vliegbeeld is hij te herkennen aan de bijna breekbaar-dunne nek en gestrekte poten. Over het grijze verenkleed ligt een rode gloed. Zijn roep klinkt als de herfsttrompetten in Vivaldi's Vier jaargetijden. Over de staart draperen zich zwarte, afhangende vleugelveren. De kruin is rood en langs de hals loopt een witte streep. De kraanvogel oefent aan het begin van de broedtijd een indrukwekkende vogeldans uit, waarbij de vogels met gespreide, klapperende vleugels rondlopen, luid trompetterend.

freriks@nrc.nl