KNAW en onderwijs

In zijn reactie (W&O, 13 september) op de column van Leo Prick (6 september) komt KNAW-voorzitter prof. Levelt opnieuw met zijn stokpaardje aanzetten (zie interview in W&O van 28 juni), dat vwo-leraren ervaring moeten hebben met wetenschappelijk onderzoek en dus gepromoveerd moeten zijn.

Waar zouden die gepromoveerde leraren vandaan moeten komen? In de bètavakken zou het aantal afstudeerders (die lang niet allemaal willen promoveren) alleen al moeten verdubbelen om genoeg onderzoekers en `toepassers' af te leveren. Verder spreekt tegenwoordig meer dan de helft van de jonge doctores geen Nederlands (en nauwelijks Engels), toch een handicap voor een leraar. De KNAW en haar voorzitter schijnen ook niet te weten dat het gros van de scholen juist nog druk doende is om universitair opgeleide eerstegraadsleraren te vervangen door tweedegraders die slechts havo en de lerarenopleiding hebben gevolgd, dit op grond van de vigerende bekostigingsregeling.

Het zal al een hele toer zijn om die ontwikkeling te doorbreken en bovendien het opdoemende lerarentekort te bestrijden door het leraarsberoep ook voor vwo'ers met een universitaire opleiding weer aantrekkelijk te maken. Dat kan niet op een koopje (de bekostigingsregeling moet grondig op de helling) en de KNAW zou er beter aan doen de beschuldigende vinger naar die politici te richten die dat niet willen inzien, dan de universiteiten te kapittelen over hun lerarenopleidingen die ze zouden verwaarlozen (in werkelijkheid houden ze die tegen hoge kosten in de lucht, hoewel er nauwelijks studenten zijn).

Met wensdromen over gepromoveerde leraren is het onderwijs niet geholpen. Die ondergraven alleen de geloofwaardigheid van de KNAW, doordat ze de indruk wekken dat haar leden zich meer laten leiden door nostalgie naar hun eigen schooljaren ver voor de Mammoetwet dan door kennis van de huidige problemen in het onderwijs.