IMF stelt olie-apocalyps nog even uit

Wordt olie in de toekomst schaars en onbetaalbaar? Reken er voorlopig maar niet op, is de boodschap van het Internationale Monetaire Fonds.

98 miljard vaten. Zoveel bewezen oliereserves bevinden zich onder voeten van de deze week in Dubai verzamelde internationale financiële elite. De reserves van de Verenigde Arabische Emiraten, waar Dubai deel van uit maakt, zijn op Saoedi-Arabië en Irak na de grootste ter wereld. Het Internationaal Monetair Fonds besteedt in verband met de locatie van zijn jaarvergadering speciaal aandacht aan olie op de lange termijn.

Voorspellingen op dit gebied lieten zich in het verleden lezen als de energie-variant van het Laatste Oordeel. De Club van Rome was het eerste forum dat in de jaren zeventig een alarmerende diagnose stelde over het spoedig opraken van grondstoffen, olie incluis, in de loop van de jaren negentig. In 1981, toen de olieprijs door de tweede oliecrisis piekte, voorzag het Amerikaanse ministerie van Energie de olieprijs ver oplopen in wat toen de toekomst was. Als die prognose zou zijn uitgekomen, kostte olie nu zo'n 120 dollar per vat. Een tweede schatting, in 1985, was al een stuk lager, met een raming van zo'n 70 dollar per vat rond 2003. Sindsdien kwamen prognoses telkens bescheidener uit. Het niveau van 30 dollar per vat dat de laatste weken prevaleerde, is conform een lange-termijnprognose uit 1989.

Dat de verwachting voor de olieprijs steeds lager uitkwam naarmate de ramingen recenter zijn, is volgens het IMF niet enkel omdat er sindsdien grotere oliereserves werden gevonden. Per eenheid productie is het olieverbruik de afgelopen drie decennia gedaald met een procent per jaar. De overstap naar alternatieve energiebronnen en energiezuiniger produceren zijn daar de belangrijkste oorzaken van. In de toekomst zal dat effect nog sterker zijn. Bij een toename van de wereldwijde economische groei van tussen de 3 en 4 procent per jaar moet dan ook worden gerekend met een toename van de olieconsumptie van slechts tussen de 1 en 2 procent per jaar, aldus het IMF. Die calculatie houdt rekening met het scenario dat China in 2030 9,8 miljoen vaten per dag zal importeren. Evenveel als de VS in 2000.

De organisatie stelt dat er op dit moment sprake is van een 'replacement rate' van meer dan 100 procent. Dat betekent dat er elk jaar nog steeds (veel) meer olie wordt ontdekt dan er wordt verbruikt. Voeg daarbij de technische vooruitgang, die voorheen moeilijker exploiteerbare bronnen binnen bereikt brengt, en er lijkt voorlopig voldoende olie voorradig.

De olieprijs zakte deze week terug naar 26 dollar per vat. Het IMF wijst echter op de prijsontwikkelingen op de olietermijnmarkt, waar zeer langlopende contracten worden verhandeld. Die contracten impliceren een olieprijs van 22 dollar per vat in 2008. Door het IMF geraadpleegde oliedeskundigen gaan er van uit dat voor de langere termijn de olieprijs nog lager zal zijn, tussen de 16 dollar en 20 dollar per vat.

Het gaat hier om een gemiddelde. Het IMF waarschuwt dat de olieprijs doorgaans onderhevig is aan flinke fluctuaties. De lage olieprijs is gunstig voor de netto-importeurs van olie, waaronder niet alleen de Westerse industrielanden, maar ook Japan en China. Een volgehouden tien dollar lagere oliekoers is goed voor een extra groei van 0,6 procent van de wereldeconomie, zij het dat het IMF in de studie geen aandacht geeft aan de milieukosten van een blijvend grote olieconsumptie.

De olieproducenten zullen hun begrotingen flink neerwaarts moeten aanpassen, en hun economie minder afhankelijk maken van olie alleen. De keuze voor Dubai als gastheer van de IMF-jaarvergadering is wat dat aangaat treffend: de investeringsboom die het emiraat moet lanceren naar het toerisme en de haute finance is overweldigend zichtbaar.