Europa voert bama-stelsel vanaf 2005 in

Het Angelsaksische bachelor/mastersysteem wordt vanaf 2005 in veertig Europese landen ingevoerd. De landen hebben dat afgesproken op een conferentie over de toekomst van het Europees hoger onderwijs.

Bij de afsluiting van de meerdaagse conferentie in Berlijn spraken de landen gisteren ook af dat studenten die in het buitenland verder willen studeren, hun lening of beurs mee kunnen nemen. De delegaties bespraken wat er nog moet gebeuren om de Verklaring van Bologna uit 1999 waar te maken: een gemeenschappelijk stelsel van hoger onderwijs in 2010.

Vertegenwoordigers van studentenorganisaties, universiteiten en hogescholen reageren tevreden over het resultaat. Volgens hen zijn de gemaakte afspraken veel concreter dan twee jaar geleden in Praag. de vorige voortgangsconferentie. De volgende bijeenkomst vindt plaats in mei 2005 in het Noorse Bergen. Om in 2010 jaar het einddoel te halen, moet 2005 als harde deadline voor een aantal verplichtingen worden gesteld, was de conclusie in Berlijn.

Zo moeten over twee jaar alle landen een systeem voor kwaliteitscontrole van opleidingen in het hoger onderwijs hebben opgezet. Ook moet bij elk diploma een standaard Diploma Supplement in verschillende talen worden uitgereikt. Harde sancties voor landen die de afspraken niet nakomen zijn er niet, maar het is geen pretje om bij de volgende bijeenkomst belachelijk gemaakt te worden, aldus Eurocommissaris van onderwijs en cultuur Viviane Reding.

Een belangrijk punt voor de studenten het meenemen van studiefinanciering. Met name Engeland was beducht voor oneigenlijk gebruik van zo'n regeling, omdat het aan buitenlandse studenten de mogelijkheid zou bieden een beroep te doen op Engelse financiering. Ook Nederland erkent dat risico, maar delegatieleider en OCenW-ambtenaar Thije Adams zag geen bezwaar in ondertekening. Adams: ,,We zijn het eens met de intentie, de modaliteiten komen later wel. Als het erop aankomt is dit verdrag juridisch niet bindend.''

Prioriteit voor de komende twee jaar wordt de `quality assurance', het ontwikkelen van een manuer om de kwaliteit van alle Europese opleidingen te waarborgen en te kunnen vergelijken. Vastgelegd is dat de primaire verantwoordelijkheid voor kwaliteitsgarantie bij de instellingen zelf ligt, en niet bij de Europese overheid. Hopen op een centrale accreditatie-instelling die alle Europese opleidingen van een keurmerk kan voorzien is onzin, zei Karl Dittrich, vice-voorzitter van de Nederlandse Accreditatie Organisatie, in Berlijn. Hij kondigde een nieuw initiatief aan, het European Consortium for Accreditation (ECA), dat in november moet worden opgericht. Twaalf accrediteringsorganisaties uit acht landen zullen hun expertise gaan uitwisselen, en eind 2007 moeten ze elkaars beslissingen over opleidingen accepteren. Dankzij het pionierswerk op het vlak van kwaliteitsgarantie, en het voorzitterschap van de EU in de tweede helft van 2004, kan Nederland volgend jaar een sleutelrol spelen in de ontwikkeling van het Europese hoger onderwijs.