Eigen risico

Er is maar weinig distantie voor nodig om Nederland opeens een heel raar land te gaan vinden.

Één weekje wildkamperen in noord-west Schotland, en ik begon me al te verbazen over de lantarenpalen die me tegemoet straalden na aankomst in Hoek van Holland. In Schotland rijd je om ergens te komen soms urenlang over smalle, kronkelige, onverlichte éénbaansweggetjes, waar, als er een tegenligger aankomt, één van de twee voertuigen even langs de kant moet gaan staan. Bij scherpe bochten, een nauwe brug of onoverzichtelijke heuvelrug is het altijd weer hopen dat er net niet een auto met hoge snelheid van de andere kant komt. Op de meest levensbedreigende punten staat dan soms zowaar een stoplicht, in the middle of nowhere, maar meestal is het een kwestie van aftasten - de eigen verantwoordelijkheid van de burger, zullen we maar zeggen.

Zodoende schenen de lantarenpalen in Nederland opeens met een opdringerige, welhaast totalitaire felheid langs de kaarsrechte wegen. Elke vijf meter een paal, zo leek het wel, elke tien meter een verzameling borden met aanwijzingen. Goed, Nederland heeft nogal wat meer verkeer dan Schotland, maar zoveel licht, zoveel instructies? Hier was elke speling van de natuur, elke grilligheid, elk risico bij voorbaat uitgebannen. Hier waakt de Nederlandse overheid over haar burgers, scheen het landschap uit te roepen. En lantarenpalen zijn onze nieuwe populieren geworden, mijmerde ik, de nachtelijke Randstad in een oneindig ijle, permanente vaaloranje gloed hullend. Denkend aan Holland zie ik brede files traag door oneindig laagland gaan . . .

Helaas werd bij thuiskomst in Amsterdam mijn theorie ongevraagd bevestigd: twee van de vier hoge populieren op het pleintje bij mijn huis bleken geveld. Reusachtige bomen waren het, voor stadsbegrippen, zeker twintig meter hoog, die ver boven de huizen uittorenden en zelfs met het kleinste zuchtje wind een aangenaam ruisend geluid voortbrachten. Het voortdurende bladergeritsel gaf een vredig, rustige sfeer aan het pleintje, eigenlijk meer een vierkant grasveld, een speelveldje voor kinderen waar honden niet mogen komen, en in de zomer Turkse families zitten te picknicken in de beschutting van de bomen.

Daags na de Troonrede werden grote stukken boomstam kleiner gezaagd en afgevoerd, en de laatste resten populier tot zaagsel versnipperd terwijl verschillende buurtbewoners toekeken, in verwondering dan wel in woede. Niemand leek te weten waarom de bomen opeens geveld waren. ,,Vorig jaar, met die zware storm, zijn de populieren op de kade hierachter allemaal omgewaaid,'' zei een jongen met een zwart T-shirt verbaasd. ,,Maar met deze bomen was niets aan de hand.''

,,Zijn jullie soms van de stadsdeelraad?'' riep een wat oudere vrouw met lang vuurrood haar die, twee kleine Yorkshire Terriërs aan de lijn, dreigend op ons afbeende. ,,Integendeel,'' sprak de jongen met het zwarte T-shirt. ,,Weten jullie wat het is'', brieste ze onverstoorbaar door, ,,het komt door al die nieuwkomers hier. Die hebben geen hart voor de buurt. Al die Antillaanse en Turkse kinderen die steeds maar in die bomen hangen. Ik zeg nog zo tegen hun moeders, ik zeg, die kinderen moeten uit de bomen blijven. Maar denk maar niet dat ze er wat aan doen, hoor. En voor je het weet, boem, dondert er zo'n klein joch uit de boom, en dan komt de gemeente met de zaagmachines.''

,,Ik weet niet of dit wel terzake doet,'' sprak een heer in een colbertje.

,,Hún schuld, en nu mag het eindelijk eens gezegd worden'', brulde de vrouw, waarop er zich een ruzie ontspon tussen haar en de jongen met het zwarte T-shirt. Ondertussen vertelden de mannen met de zaagmachines dat de bomen al oud waren, en dan moeten ze nu eenmaal vervangen worden door nieuwe. ,,Nee, ze waren niet ziek, maar als ze zo groot groeien, dan wordt het niet goed, bovenin. Dood hout enzo. En dan krijg je een zeker risico, dan kan er wel eens een tak naar beneden komen. Die twee kleinere mogen nog even blijven staan, die gaan in de tweede fase mee.'' Een medewerkster van de stadsdeelraad wist dat later te bevestigen: de twee gekapte bomen zullen worden vervangen door vier andere, kleinere, `boombeplanting die een minder grote risicobelasting vormt'. Daar wordt nog onderzoek naar gedaan.

Een stadsdeelraad is heel de Nederlandse overheid niet. Maar wat moeten we hier nu van denken, gezien het nieuwe beroep van de regering op de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van de burger? De overheid is geen paraplu die de burgers kan beschermen tegen alle slechte invloeden van buitenaf. Maar gek genoeg heeft ze wel jarenlang, en nog steeds, gedaan alsof. Het is de oorzaak van ons diepgewortelde, oer-Hollandse, o zo misplaatste Postbus 51-gevoel: alles is hier toch maar prima geregeld, en de burger kan zich in alles beschermd en gekoesterd weten door Vadertje Staat.

Het is helemaal niet zo slecht om af te stappen van het idee dat alle risico's in het leven beheersbaar zijn, dat de overheid in alles eindverantwoordelijke is en te allen tijde ieders veiligheid, gezondheid, integratie en welzijn kan garanderen. Je kunt je zelfs overwegen of sommige dingen, zoals mooie oude hoge bomen, niet een persoonlijk risico waard zijn.

Maar als er dan toch bezuinigd moet worden, waarom dan niet eerst de dure dingen de deur uitgedaan, zoals de hypotheekrenteaftrek? Zolang het gepaard blijft gaan met een paternalistische toon en betuttelende houding, en gespeend blijft van een duidelijke inhoudelijke visie, doet beroep van de regering op meer zelfredzaamheid ronduit ongeloofwaardig aan.

Één ding moet je deze regering-met-de-botte-bijl nageven, je loopt nu misschien meer risico dat je met een gehalveerde uitkering als dakloze op straat belandt, maar eenmaal daar zal je tenminste geen tak op je hoofd krijgen.