Doorgeknipte strings

Elsbeth Etty is in haar column over ontgroening (Z, 6 september) wel erg van `grote stappen snel thuis'. Zo vraagt ze zich niet niet af waarom er vanaf de jaren '60 tot vorig jaar, met uitzondering van 1997, nauwelijks bericht werd over ontgroeningen. Verder verwijst ze diegenen, die ondanks de ontberingen niet opstappen, resoluut naar het rijk der onderdanigen.

Graag verklaar ik mij nader. In de jaren '70 waren studentenverenigingen voor de gezelligheid. De tijd vlak na de Flower Power nodigde niet uit tot banale inwijdingsrituelen. Ik spreek uit ervaring. Trad in die tijd toe tot het Amsterdamse Studenten Corps. Niet uit traditie, maar omdat het me leuk leek. Onze `ontgroening' bestond uit het uitvoeren van opdrachten zoals het maken van straatinterviews over serieuze onderwerpen. Geen wanklank. Er was geen aanleiding voor kritische geluiden of media-aandacht.

Het is anno 2003. De kinderen van mijn generatie zijn op een leeftijd dat zíj gaan studeren. Onze oudste wilde vorig jaar haar studie beginnen. En besloot zich vanwege vrienden, het verkrijgen van een kamer en misleid door de website `Wij ontgroenen niet, maar maken kennis' aan te sluiten bij een studentenvereniging. Na vier dagen ontgroening is ze opgestapt.

Mijn conclusie: er is veel gebeurd in dertig jaar. Ik verwijt het mezelf dat ik te weinig de vinger aan de pols heb gehouden. En niet op de hoogte was van de ingrijpende veranderingen binnen het verenigingsleven. Naïef? Onwetend? Onnozel? Met mij helaas vele jaargenoten.

Incidenteel komen `excessen' naar buiten. Reden voor mij om mijn dochter op het hart te drukken dat ze vooral haar eigen grenzen moest bepalen. `Gaan ze daar overheen, dan moet je daaruit je conclusie trekken', zo luidde het advies. Na vier dagen was het zover. Als één van de weinigen had zij de moed om op te stappen. Met alle consequenties van dien. En dat is iets wat Etty gemakshalve over het hoofd ziet. `Als het je niet bevalt, dan stap je toch op?!' Met achterlating van je vrienden, die je als `loser' betitelen, het niet meer willen studeren in die stad, de desillusie bij jezelf. `Peer groups' zijn in deze leeftijdsgroep niet onbelangrijk. Voor mijn dochter waren haar zelfbeeld en gevoel van eigenwaarde doorslaggevend. Dat is niet iedereen gegeven.

Wat mij met name stoort, is het gebrek aan goede informatie over wat het inhoudt als je wilt toetreden tot een studentenvereniging. Zowel middelbare scholen als universiteiten kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Universiteiten schijnen veel overheidsgeld te spenderen aan het onderhouden van

deze verenigingen. Aan inzicht in hetgeen daarmee gedaan wordt lijkt het nogal eens te ontbreken. Of het nu gaat om traditionele, corporale verenigingen of om de `gewone'studentenverenigingen, de vertrouwenscommissies en gedragscodes lijken slechts façades. Een enkele uitzondering daargelaten. Het ondergaan van kampen, waarin de `feuten' worden aangemerkt als floppy's die moeten worden gewist om vervolgens opnieuw te worden herschreven, strings worden doorgeknipt, wassen taboe is, verregaande vernederingen aan de orde van de dag zijn, je je eigen braaksel op moet drinken, een reünist een pleidooi houdt waar de LPF nog verbaasd over zou staan, het was voor mij werkelijk een schok om dat te vernemen.

Uiteraard staat het een ieder in ons land vrij zelf te kiezen. Ook als het gaat om belangrijke stappen in de weg naar volwassenheid, zoals de studiekeuze en het al dan niet toetreden tot een vereniging. Als ouders hebben wij de plicht onze kinderen daarbij te begeleiden. Op grond van goede informatie en in alle openheid. Helaas ontbreekt het daar nogal eens aan.