De Rus zag 't

Een Nederlands literair festival in Petersburg, komende week, is voor Pieter Steinz aanleiding om deel 38 van zijn serie over lezen op locatie te wijden aan Rusland.

Voor hoeveel lezers zou de Russische literatuur begonnen zijn met Michael Strogoff - De koerier van de tsaar? De avonturenroman van de Franse schrijver Jules Verne was niet alleen een van de spannendste `blauwe bandjes' uit de kinderboekenkast, maar wekte ook nieuwsgierigheid naar het weidse land dat erin beschreven werd. Alleen door het lezen van literatuur uit Rusland kon je meer te weten komen over intrigerende plaatsen als Nizjni-Novgorod, de Oeral en de moerassen van Baraba, of met vreemde volkeren als Tataren en Kozakken. Van Michael Strogoff was het een kleine stap naar Taras Boelba van Nikoloaj Gogol en de gecondenseerde versie van Pasternaks Dokter Zhivago. Daarna was je rijp voor voor de duivelse avonturen van Boelgakovs Meester en Margarita in Moskou en natuurlijk voor Dostojevski's Misdaad en straf (inspecteur Columbo in Petersburg).

`Een realist op een hoger niveau' noemde Dostojevski zichzelf: `ik beschrijf alle dieptes van de menselijke ziel.' Net als Tolstoj, Gontsjarov en zijn andere collega's uit de negentiende eeuw maakte hij deze claim waar. De Russen kwamen op plaatsen die de meeste andere schrijvers niet bereikten. Zij zagen de mens in al zijn ijdelheid (Gogols Dode zielen), zijn zwakte (Tolstojs Anna Karenina), zijn vergeefsheid (Gontsjarovs Oblomov) zijn existentiële verwarring (Lermontovs Held van onze tijd), en zijn nietigheid (Tolstojs Oorlog en vrede). Eén belangrijke vraag rijst uit al deze boeken op: Hoe moet men leven? Het antwoord kwam nooit en is onverminderd actueel.

Bij buitenlandse schrijvers die hun boeken in Rusland situeren, spelen doorgaans andere kwesties. Jules Verne moest aannemelijk maken dat Michael Strogoff – ondanks alle Russische gevaren – de brief van de tsaar veilig naar Siberië had gebracht. De Britse en Amerikaanse thrillerschrijvers van driekwart eeuw later gebruikten Moskou en Petersburg als brandpunt voor spionageverhalen over de Koude Oorlog, waarin de grens tussen goed en kwaad moeilijk te trekken viel. En de Nederlanders? Die zijn hoegenaamd niet geïnteresseerd in Rusland als decor voor hun romans en verhalen. Naast het kinderboek Boris, van wijlen Jaap ter Haar, herinner ik me maar één Nederlandse roman waarin Rusland, of liever St. Petersburg een belangrijke rol speelt: Liebmans ring (2001) van Pieter Waterdrinker, over een psychiatrische patiënt in gevecht met het noodlot. Terecht dus dat Waterdrinker een van de zeven schrijvers is die van 25-27 september aantreden op het Petersburgse festival `Literatuur van de Noordzee'.

Volgende week Noord- en Oost-Nederland. Reacties: steinz@nrc.nl