De pensioencrisis als inkomstenbron

De beurs stijgt weer, maar de pensioencrisis is nog lang niet voorbij. PGGM en ABP laten de koppeling tussen pensioen en loonstijgingen los om hun financiële positie te redden. De overheid profiteert.

De beurskoersen stijgen, de rente daalt niet meer en loonmatiging lijkt binnen handbereik. Allemaal gunstige trends voor de pensioenwereld. Is de pensioencrisis voorbij? Nee, de gevolgen van de crisis worden nu pas in volle omvang zichtbaar.

,,Het is denkbaar dat wij voor een vrij lange periode op de rem moeten gaan staan'', zei directievoorzitter D. de Beus van PGGM, pensioenfonds voor 1 miljoen zorg- en welzijnswerkers afgelopen week. In 2005 laat PGGM de koppeling los tussen de loonstijging in de bedrijfstak en de jaarlijkse verhoging van de pensioenen van werknemers en gepensioneerden. Deze ontkoppeling kan wel vijf jaar duren, totdat het fonds volgens zijn eigen prognoses in 2010 weer een afdoende financiële positie heeft.

Het welvaartsvaste karakter van het pensioen is daarmee passé, al belooft PGGM zoals de meeste pensioenfondsen reparatie als zijn financiële positie weer op orde is. Bij PGGM gebeurt dat bij een verhouding tussen beleggingen en pensioenverplichtingen van 120 procent. Nu is dat 106 procent.

PGGM ontkoppelt in 2005, ABP, het pensioenfonds voor 1 miljoen ambtenaren en leraren, begint al volgend jaar. Diverse andere pensioenfondsen, waaronder de twee grote beheerders in de metaal, zijn dit jaar al begonnen. Bijna 3 miljoen werknemers en 1 miljoen gepensioneerden gaan de prijs van de pensioencrisis betalen met een kaler pensioen. Of zij doen dat nu al.

Pensioenfondsen moeten onder druk van de kaalslag op de financiële markten orde op zaken stellen. Eind maart, toen de beurskoersen in een nieuwe vrije val gestort leken, had de sector minder vermogen dan nodig was om alle pensioentoezeggingen te betalen. Sinsdien zijn de koersen wel hersteld.

Om de pensioenen te redden hebben de werkgevers en werknemers, die samen de pensioenwereld besturen, vier maatregelen: premies verhogen, minder in aandelen beleggen, gepensioneerden korten op hun prijscompensatie of de pensioenen versoberen. Wie aarzelt krijgt te maken met toezichthouder Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) die de duimschroeven heeft aangedraaid bij pensioenfondsen met een acuut zwakke financiële positie.

De pensioenpremies gaan inderdaad rap omhoog. ABP en PGGM schrapten daartoe het maximale stijgingspercentage. Op aanraden van de PVK maken zij ook een eind aan het gebruik om premies te heffen die lager zijn dan de kostprijs.

Bij de beleggingen lieten de pensioenfondsen de sluipende beurskrach zijn vernietigend werk doen. Zij leden tientallen miljarden verlies op hun aandelen, maar zij blijven bijna elk kwartaal per saldo aandelen bijkopen. In de hoop op betere tijden. In het tweede kwartaal kochten zij voor 5,7 miljard euro extra aandelen, meldde het CBS gisteren.

Zeker meer dan 300.000 gepensioneerden krijgen minder prijscompensatie (indexatie) op hun pensioen. Maar echt effectief en onverwacht populair is de versobering van de pensioenen. Dat gebeurt op twee manieren: een ander pensioen en ontkoppeling van pensioen en loonstijging.

ABP en PGGM stappen nu rap over op pensioenen die niet meer gebaseerd zijn op het laatste loon, maar aan het gemiddelde loon dat een werknemer in zijn loopbaan verdient. De doorsnee werknemer hoeft daar weinig last van te hebben, maar wie op latere leeftijd nog carrière- en loonsprongen maakt wel. Het nieuwe middelloon wordt aangeprezen omdat het eerlijker is en flexibeler, bijvoorbeeld voor mensen die langer doorwerken maar een stapje terug doen.

Middelloon heeft nog een ander voordeel: werknemers en gepensioneerden krijgen jaarlijks dezelfde verhoging, die is gebaseerd op de loon- of de prijsstijging. Steeds meer grote fondsen laten deze koppeling nu los. Dat bespoedigt het herstel van hun financiële positie.

Maar de ontkoppeling heeft nog een ander, bijna pervers effect. Doordat de ontkoppeling tot sneller financieel herstel leidt, hoeven de pensioenpremies minder verhoogd te worden dan eerst gevreesd en geraamd door het Centraal Planbureau (CPB). Dat werkt door in de overheidsfinanciën: de fiscaal aftrekbare pensioenpremies stijgen minder snel en daardoor blijft meer inkomen over. En over dat inkomen wordt loonbelasting betaald. En dat levert de overheid meevallers op.

Als andere pensioenfondsen het ABP-voorbeeld overnemen ,,kan een verdere stijging van de pensioenpremies na 2004 achterwege blijven'', zegt het CPB in de Macro Economische Verkenningen die op prinsjesdag zijn gepubliceerd. ,,Dit verbetert het begrotingssaldo op middellange termijn.'' Zo wordt de pensioencrisis nog een inkomstenbron.