De Elbe en de Oder overstromen minder vaak dan vroeger

Midden-Europa wordt regelmatig getroffen door grote overstromingen. Die van augustus 2002 en juli 1997, toen delen van Tsjechië, Duitsland en Polen door een ernstige watersnood werden getroffen, liggen bij de vele betrokkenen nog vers in het geheugen. Duitse meteorologen hebben nu ontdekt dat, anders dan soms verondersteld of gevreesd, de frequentie van zulke grote overstromingen in de afgelopen eeuw in dit gebied is afgenomen (Nature, 11 sept). Zij leidden dit af uit een statistisch onderzoek naar de frequentie en de mate waarin de twee grootste rivieren in Midden-Europa, de Elbe en de Oder, in het verleden buiten hun oevers traden.

Manfred Mudelsee en zijn collega's gebruikten voor hun onderzoek diverse bronnen. Het startpunt was de beroemde zesdelige publicatie van Carl Weikinn met ruim 23.000 beschrijvingen van hydrografische situaties vanaf het begin van de jaartelling tot 1850 in vooral Duitsland en omringende landen. Deze informatie vulden zij aan met andere historische berichten over overstromingen van de Elbe en de Oder, een klimatologisch databestand dat de periode 1500 tot 1799 bestrijkt en de vanaf 1850 gemeten maximale waterstanden en waterverplaatsingen in Dresden (aan de Elbe) en Krosno en Eisenhüttenstadt (Oder).

De grote overstromingen van deze twee rivieren zijn het gevolg van extreme neerslag en/of het smelten van sneeuw en vertonen een duidelijke samenhang met het seizoen. De Elbe blijkt vooral in februari-maart en juni-juli buiten haar oevers te treden en de Oder vooral in februari-maart en augustus. De frequentie van het aantal grote overstromingen varieerde bij beide rivieren sterk, tussen ongeveer éénmaal per vijf jaar en minder dan éénmaal per honderd jaar. De Elbe trad rond 1530 het vaakst in de zomer buiten haar oevers en rond 1820 het vaakst in de winter. Bij de Oder vonden de meeste overstromingen, zowel die in de zomer als die in de winter, plaats rond 1920.

Sommige meteorologen hebben de vrees geuit dat het aantal overstromingen door het broeikaseffect zou kunnen toenemen. Het onderzoek aan de Elbe en de Oder laat echter zien dat het aantal overstromingen in de afgelopen eeuw in de zomer licht en in de winter sterk is afgenomen.