Borstamputatie

Met verbazing hebben wij kennis genomen van het artikel `Na de amputatie' in W&O van 6 september. Op een aantal essentiële punten staat er verkeerde informatie over borstreconstructie met eigen weefsel vanuit de buik. Die borstreconstructie wordt sinds eind jaren `80 internationaal gezien als de methode van eerste keus. Hierover zijn talloze studies verschenen. De voordelen van deze methode zijn dat een zeer natuurlijke borst kan worden gereconstrueerd, die door de patiënt als eigen wordt geaccepteerd. Het resultaat blijft door de jaren heen goed en symmetrisch. De borst is met eigen weefsel gemaakt, gedraagt zich ook als eigen weefsel en `zakt' bijvoorbeeld op natuurlijke wijze bij het ouder worden. In tegenstelling daarmee ontstaan bij siliconenimplantaten voor borstreconstructie op de langere termijn toenemend asymmetrieën en complicaties. Uit Amerikaanse studies is gebleken, dat een reconstructie met lichaamseigen weefsel op de lange termijn goedkoper is dan een reconstructie met siliconenimplantaten. Uiteraard zijn er nadelen aan borstreconstructie met eigen buikweefsel in de vorm van een langere operatieduur en een langer herstel na de operatie. Bovendien kent deze vorm van chirurgie zoals alle chirurgie enkele complicaties, die in het algemeen echter goed behandeld kunnen worden. Borstreconstructie waarbij direct een siliconenprothese wordt ingebracht, is voor een geselecteerde groep van patiënten een adequate oplossing, maar is cosmetisch en fysiek inferieur aan borstreconstructies met eigen weefsel uit de buik (de DIEP-lap).

Op de afdeling Plastische Chirurgie van het Erasmus Universitair Medisch Centrum in Rotterdam verrichten wij sinds eind 2001 borstreconstructies met de buikspiersparende methode van de DIEP-lap voor zowel onmiddelijke als ook uitgestelde reconstructies van één of twee borsten tegelijkertijd. Daarvóór werd op bescheidener schaal reeds sedert jaren borstreconstructie met eigen buikweefsel verricht, zodat ook wij de internationale literatuur kunnen bevestigen, dat de resultaten met dit weefsel op langere termijn superieur zijn aan die van borstreconstructie met directe siliconenimplantaten. Wij reconstrueren momenteel ongeveer 50 borsten per jaar. We nemen één à twee nieuwe patiënten per week aan en hebben een wachtlijst die oploopt van 6 maanden tot 1 jaar.

Het verhaal van mevrouw Clewits, die uitweek naar België, horen wij vaker. Het verbaast ons hogelijk dat ziektekostenverzekeraars geen oplossingen in eigen land zoeken. De kosten zijn in het buitenland hoger dan in Nederland en de wachttijd is niet altijd korter. Gezien de verwachte groeiende vraag naar deze vorm van borstreconstructie lijkt het logischer dat de ziektekostenverzekeraars investeren in de nationale capaciteit, bijvoorbeeld in de vorm van contracten waar een bepaald aantal borstreconstructies door de verzekeraar wordt ingekocht zodat een capaciteitsuitbreiding kan worden gefinancierd.

S.O.P. Hofer, N.A. Roche Plastisch chirurgen Medisch Centrum EU