Bezuiniging?

De Nederlandse overheid wil 18 miljoen euro op de sport bezuinigen. Hoe moeten de sportbonden met deze financiële tegenvaller omgaan?

Marcel Sturkenboom, directeur sportkoepel NOC*NSF: ,,In Nederland kennen we een specifieke sportstructuur met clubs, bonden, de breedtesport, sportbeoefening in het onderwijs, noem maar op. De ruggengraat van die structuur wordt gevormd door een kleine groep professionals en een grote groep vrijwilligers. De bezuinigingsplannen van de regering raken vooral die vrijwilligers. Wat ooit is opgebouwd, wordt nu afgebroken. NOC*NSF is uiteraard tegen de bezuinigingsplannen, maar we zullen daar mee moeten leven. Dat al die bezuiningen zonder onderling overleg worden doorgevoerd, is vervelend. Maatregelen om de schade te beperken, zijn er wel. Zo moeten de diverse bonden meer gaan samenwerken en zullen verenigingen hun contributie gaan verhogen. Momenteel gaat zeventig procent van de lotto-opbrengst naar de Nederlandse sport, misschien moet dat percentage maar met dertig stijgen.''

Jacco Verhaeren, zwemcoach: ,,Bezuinigingen komen altijd ongelegen. Over de Nederlandse topsport maak ik me voorlopig geen zorgen, daar is doorgaans een vast budget voor beschikbaar. De breedtesport is een ander verhaal, die sector is afhankelijk van vrijwilligers. En juist vrijwilligers gaan lijden onder de nieuwe bezuinigingsplannen. Ofschoon de zwembond niet de kleinste bond van Nederland is, zal die organisatie ook voor infrastructurele problemen komen te staan. Kan een organisatie die druk aan? Ook over de instroom van jeugdig zwemtalent in de toekomst maak ik me zorgen. Ouders zullen zich na een te verwachten contributieverhoging voor de zwemclub wel even bedenken voordat ze hun kinderen naar een les sturen. Als trainer kom ik dan over vier tot acht jaar voor grote problemen te staan.''

Jan Rijpstra, Tweede-Kamerlid van de VVD: ,,De aangekondigde bezuinigingen op de sport gaan wat mij betreft niet door. Het kabinet meende de afgelopen jaren een voorbeeldfunctie te hebben als het om sport ging, maar van dat nobele streven blijft op deze manier weinig over. Voor de breedtesport is er geen toekomst meer, het systeem van sport op school of sport in de buurt gaat verdwijnen. Het kabinet werpt ons in één klap dertig jaar terug. Als je de teksten in het regeerakkoord en de sportbegroting leest, hecht de overheid veel waarde aan sport. Maar bij de uitwerking van de plannen blijft de regering in gebreke. De overheid ontloopt haar verantwoordelijkheid, daar zal ik in het nog te houden debat absoluut op wijzen.''

Paul Foortse, topsportadviseur: ,,Voor kleine sportbonden vormen de aangekondigde bezuinigingen een groot probleem, omdat ze maar moeilijk een sponsor kunnen vinden. Ze moeten maar hopen op de loyaliteit van een geldschieter. Contributieverhogingen liggen voor de hand, maar een echte oplossing is er niet. Op de middellange termijn levert de aangekondigde bezuinigingsronde problemen op. Ook de vrijwilligers bij de verenigingen gaan een zware tijd tegemoet. Misschien kan de overheid clubs op fiscaal gebied helpen, waardoor het mogelijk blijft om over vrijwilligers te beschikken. Anders zijn clubs ten dode opgeschreven. Op de komende Olympische Spelen zal waarschijnlijk niet worden bezuinigd, dat is tenminste een positief vooruitzicht.''

Wijnand Eijssens, voorzitter Nederlandse handbalbond: ,,Door de voorgenomen bezuinigingen zal elke bond keuzes moeten maken. Die gaan dan ten koste van een deel van het personeel. Ook ligt een verhoging van de contributie voor de hand, en dat kan weer een probleem vormen voor sommige leden. Om in te spelen op financieel mindere tijden is samenwerking met andere bonden een optie. Momenteel zitten we al met een aantal bonden in hetzelfde gebouw in Utrecht en bundelen we daar onze kennis. Daardoor kunnen we op termijn onze leden dezelfde kwaliteit voor een lagere prijs aanbieden. Op de korte termijn verwacht ik geen mindere prestaties van Nederlandse sporters. Het budget voor de toppers ligt toch al vast dankzij Toto/Lotto-gelden, sponsoring en projectsubsidies.''