Zij is voor altijd in de taal gelegd

Het sober als een rouwkaart vormgegeven boek Schaduwkind, dat schrijver Frans Thomése heeft gewijd aan de geboorte en dood van zijn dochtertje Isa, is het tegendeel van alles wat je van een dergelijk geschrift verwacht. Ik rekende op tranentrekkende taferelen, hartverscheurende emotie, gerechtvaardigd zelfmedelijden, troost en uiteindelijk berusting. Maar niets van dat al. Thomése, een erkend tegenstander van autobiografische literatuur, heeft – ondanks de psychische noodzaak om voor één keer over zijn eigen ervaringen te schrijven – vastgehouden aan zijn credo dat wat hij te zeggen heeft, betekenis moet krijgen door de specifieke manier waaróp hij het zegt. Door zijn taal kortom.

In zo'n vijftig notities, nooit langer dan vier bladzijden en meestal korter, zoekt hij de woorden die uitdrukking moeten geven aan wat hij ervaart als, zes weken na de geboorte, zijn gezonde baby sterft aan een hersenbloeding. De overpeinzingen, opgedragen aan zijn vrouw Makira, zijn dagboekaantekeningen, waarin een wanhopige vader tast naar een vorm voor zijn verlies. Die vorm vindt hij niet en wil hij ook niet vinden, zeker niet in de vorm van gewoon verder leven. Want `verder leven betekent verder, steeds verder van haar af. We zetten ons schrap tegen de dagen, maar de dagen zien ons niet staan. Ze sleuren ons mee, voeren ons weg naar plaatsen die een treffende gelijkenis tonen met wat wij niet kennen'. Er is geen vorm voor de dood van dit kind, geen vorm waarin het verdriet kan worden gegoten. Waar hij komt valt vanzelf een gat. Er zijn ook nauwelijks woorden voor te verzinnen, afgezien van `radeloosheid', `paniek', `kou', `tocht' of de wanhopige verzuchting: `En nu? Ja, wat nu?'

Thomése wisselt de hoofdstukjes over de dood van Isa af met de euforie die hij voelde tijdens en na haar geboorte. Mooi is het aan de Talmoed ontleende beeld dat met een kind een hele wereld tot leven komt. `Er werd een leven ontketend, er ontstond een wereld die meteen de jouwe was', schrijft hij in het hoofdstuk `Vulkaan', dat direct tot de gestorvene is gericht. Maar hoe moet het dan als zo'n wereld sterft? `Vooral sterft ze in ons', schrijft de rouwende vader. `Maar het is onmogelijk en het zal onmogelijk zijn om haar niet te denken. Er zal daarom op het laatst geen plek meer over zijn waar zij niet gestorven is. Het is maar net begonnen. Ze heeft nog minstens een leven te gaan.'

Behalve een monument voor Isa, het kind dat altijd gedacht zal blijven, is Schaduwkind een literair monument van rouw. Onsentimenteel en onverbloemd laat een gedreven schrijver zien wat een marteling rouwen is als troost niet voorhanden is en zelfs niet gewenst. Troost, de tijd die wonden zal helen, wordt als verraad aan de overledene gevoeld.

Is er dan geen troost? In elk geval niet voor de lezer van Thoméses rauwe hartenkreten, want als Schaduwkind één ding duidelijk maakt, is het wel dat het beleven van dood een strikt persoonlijke aangelegenheid is, door niemand te kopiëren. Dit boek is dan ook alles behalve een zelfhulpboek voor rouwenden, met teksten om overlijdensadvertenties of grafstenen mee op te sieren. Thomése wil niets anders dan zijn dode kind levend houden in taal. `Uit haar lichaam getild en in de taal gelegd. Ze is iemand geworden die steeds opnieuw geboren moet zien te worden: in de woorden die ik voor haar vind. Het zijn woorden zonder algemene geldigheid, ze kunnen er geen andere mensen bij hebben.'

Uit haar lichaam getild en in de taal gelegd. Tussen die twee gebeurtenissen in dit boek, ligt een wereld van worsteling en wanhoop, maar ook van schoonheid, vooral te vinden in de beschrijving van het sterven zelf en de momenten die daarop volgen. `Wil jij het, het kindje, het lijkje, het kinderlijkje? Wil jij het nu even vasthouden, vroeg je me. Het is zo zwaar, het is zo zwaar om te dragen. Maar nee dat zei je niet. Je vroeg: Wil je ons kleintje nu even vasthouden? Ons meisje, zei je. Wil jij ons kleine meisje even vasthouden? Nu kan het nog, straks komt het bezoek, nu zijn we nog samen.'

De lezer van deze regels is het bezoek dat de intimiteit van de rouwenden komt verstoren. Toch hoeft niemand zich een voyeur te voelen, daarvoor bewaart Thomése gelukkig te veel afstand. Op het moment dat het bezoek afscheid neemt is Isa veel meer geworden dan zwaar drukkend dood gewicht. Als Schaduwkind in de taal gelegd, behoort ze voor altijd tot onze literatuur.

P.F. Thomése: Schaduwkind.

Contact, 108 blz. €12,90