Vader zal altijd wegblijven

Toen Esther Freuds (1963) carrière als actrice eind jaren tachtig maar niet van de grond wilde komen, schreef ze zich in het kader van een werklozenprogramma in voor twee omscholingscursussen: auto-onderhoud en creatief schrijven. Vooral dat laatste kostte haar grote moeite. `Alles wat ik schreef was zo klein', zei Esther Freud in 1994 daarover in deze krant.

Met `klein' bedoelde ze: onbetekenend, saai en alledaags. Maar juist dankzij haar aandacht voor het kleine wist ze zich te onderscheiden. Het ontwapenende kinderperspectief in haar autobiografische debuut Hideous Kinky (1991), over twee jonge meisjes die door hun hippiemoeder worden meegenomen naar Marokko, bezorgde haar een plek op de Granta-lijst van 1993 als een van de twintig veelbelovende jonge schrijvers onder de veertig jaar. Hideous Kinky werd succesvol verfilmd met in de hoofdrol Kate Winslet.

Hoewel kinderen in Freuds vijfde, nieuwe roman The Sea House slechts als bijpersonages een rol spelen, en de volwassen hoofdpersonen nadrukkelijk kinderloos lijken (dat begint al op de eerste bladzijde waar de `kinderloze' kinderpsychologe Gertrude haar intrede doet) komt toch opnieuw het woord `klein' op als positieve kwalificatie voor deze roman. Zo mooi en kalm, rustig en subtiel is deze roman, dat je verbluft achterblijft. Klein is ook een misleidende term. Want The Sea House is ook een vol boek, dat talloze suggestieve verhaallijnen bevat, die allemaal losjes bij elkaar worden gehouden door overkoepelende grote gevoelens en grote thema's, waarvan liefde, herinnering en verlies de belangrijkste zijn. Deze worden bijna terloops gebracht. Soms is het een detail, een beeld, een zin of zelfs maar één woord dat blijft hangen. Lily, een jonge vrouw van rond de dertig en een van de hoofdpersonen, worstelt bijvoorbeeld met haar relatie met Nick. Door afstand te nemen, en zich een tijdje terug te trekken op het platteland hoopt ze meer inzicht te krijgen in hun verhouding. Ze verheugt zich op zijn eerste bezoek aan haar, maar is daarover ook ambivalent. Aanvankelijk ziet ze zijn urenlange autorit naar haar toe als een teken dat hij van haar houdt. Als hij na een kort bezoek weer gehaast vertrekt, voelt ze zich leeg. Terloops volgt dan de constatering: `It was obvious, he'd driven a hundred miles for a fuck, and now well, he was on his way home again.' Fuck, denk je dan, en dat woord echoot het hele boek nog na.

Hoewel Esther Freud te kennen heeft gegeven dat haar beroemde familieleden nauwelijks een rol spelen in haar werk en leven (,,Totem en Taboe heb ik doorgebladerd, maar niet bestudeerd – genoeg mensen hebben dat al gedaan''), lijkt het gedachtegoed van haar beroemde overgrootvader Sigmund Freud op een speelse manier voortdurend aanwezig in The Sea House: `Ik probeer het woord analyse te vermijden', zegt de kinderpsychologe Gertrude met een knipoog als ze naar een paar spelende kinderen kijkt. Esther Freud draagt The Sea House bovendien op aan haar vader, de schilder Lucian Freud. Via hem kreeg ze de correspondentie van haar opa, de architect Ernst Freud, in handen. Daartussen bevonden zich de liefdesbrieven die Ernst Freud tussen 1931 en 1953 schreef aan zijn vrouw. Een deel van die brieven, vertaald uit het Duits, komt voor in The Sea House, waarin Freud het fictieve personage van de architect Klaus Lehmann modelleerde naar Ernst Freud.

Twee verhaallijnen wisselen elkaar af in The Sea House. In de eerste staat Lily centraal, die haar baan als serveerster heeft opgegeven om zich te verdiepen in het leven van de architect Klaus Lehmann. Als ze op de gepassioneerde liefdesbrieven, die Klaus Lehmann aan zijn vrouw Elsa schreef, stuit, raakt ze daarvan zo in de ban, dat ze haar Londense woning, waar ze samenwoont met Nick, die overigens ook architect is, tijdelijk verruilt voor een `zeehuis'. Dit huis op het Engelse platteland, in Steerborrough, een klein vissersdorp in Suffolk, is ook ontworpen door Lehmann. Door de afstand, en door het lezen van de correspondentie van Klaus, gaat Lily steeds meer nadenken over haar moeizame relatie met Nick en verlangt ze steeds sterker naar de liefde zoals Klaus die uitspreekt aan Elsa.

Het andere verhaal speelt zich ook af in Steerborrough, maar dan in 1953. Max, een jonge joodse Duitser die graag een groot schilder wil worden, wordt door de kinderpyschologe Gertrude uitgenodigd een schilderij te maken van haar huis. Gertrude hoopt hiermee Max aandacht af te leiden van het overlijden van zijn zuster Kathe, met wie zij zelf ook goed bevriend was. Over de kwaliteit van zijn schilderijen correspondeert Max met de kunstenaar Cuthbert Henry, die hem tegen betaling laat weten wat hij van zijn werk vindt. Max schildert vele huizen in het dorp, en ontmoet ook de architect van enkele van die huizen: Klaus Lehmann. Hij wordt hartstochtelijk verliefd op diens vrouw Elsa, en brengt, wanneer Klaus afwezig is, enkele dagen met haar door in het `zeehuis'.

Zo komen de twee verhalen bij elkaar, maar de kracht van de parallellie bevindt zich niet zozeer op het niveau van de plot (en wanneer ze dat wel doen, zoals in de wat gezochte `thrillerachtige' ontknoping, overtuigen ze het minst en storen ze zelfs), maar op het niveau van de drijfveren en zoektochten van de personages. De gelaagdheid ontstaat doordat je steeds een echo van die ene zin, een beeld of een landschapsbeschrijving in het andere verhaal terugvindt. De belangrijkste parallel tussen Lily en Max is hun onvermogen te communiceren met degenen naar wie ze het meest verlangen. Terwijl Lily steeds met Nick wil bellen, maar een kapotte telefooncel aantreft, is Max langzaam doof aan het worden. Maar beiden kiezen er ook voor zich af te sluiten voor het contact: Lily weigert een mobiele telefoon mee te nemen en Max gebruikt soms zijn doofheid als een excuus om iets niet te hoeven horen. Lily en Max zijn allebei afgewezen in hun jeugd; Lily werd door haar vader in de steek gelaten, en Max' eerste liefde Helga verdween spoorloos van de ene op de andere dag. De twee passages waarin dat verlaten wordt beschreven, vanuit het kinder- en adolescentenperspectief, zijn de mooiste uit het boek. Er ontstaat daarmee – en ook hier ontkomt men niet aan de verwijzing naar het werk van Freuds beroemde overgrootvader – een intrigerende en ongemakkelijke parallel tussen de ouderlijke liefde en de seksuele liefde.

Freuds werk is autobiografisch, maar je zou het `klein' autobiografisch kunnen noemen, want nergens verdringen of belemmeren de mensen op wie Freud zich baseert de fictieve personages. Zelf duikt ze ook op in haar werk. In Gaglow bijvoorbeeld, schreef Freud over de werkloze Sarah, die, nadat ze een mislukte carrière als actrice achter de rug heeft, naakt voor haar vader poseert. En in The Sea House zien we hoe de werkloze Lily haar leven over een andere boeg wil gooien, maar juist worstelt met de afwezigheid van een vaderfiguur, iets wat ook voor Esther Freud zelf geldt, en waarover ze schreef in Hideous Kinky.

Lily en Esther Freud worden bovendien gedreven door dezelfde vraag. Als Lily de brieven van Klaus Lehmann leest, vraagt ze zich af wat de andere kant van het verhaal is; waar zijn Elsa's brieven gebleven? Dat is ook de vraag die je als lezer drijft. Want wie tot sommige delen van het verleden geen toegang heeft omdat de bronnen er niet meer zijn, zal zijn verbeeldingskracht aan het werk moeten zetten, en een zo geloofwaardig mogelijk verhaal moeten verzinnen. Dat is wat de schrijfster Freud heeft gedaan, op een subtiele, mooie, kleine manier.

Esther Freud: The Sea House. Hamish Hamilton, 277 blz. €21,80. Eind oktober verschijnt een Nederlandse vertaling bij De Bezige Bij.