Nominatie flauwekul

Vroeger was de Anna Bijns Prijs een prijs voor de `vrouwelijke stem' in de literatuur. Daar kwamen destijds veel verontwaardigde reacties op, omdat niemand goed wist wat het was, een vrouwelijke literaire stem. Die kon ook wel van een man afkomstig zijn, werd er gezegd. In de praktijk bleek het wel degelijk de stem van een vrouw te zijn, onder meer die van Christine D'haen, Hanny Michaëlis, Aya Zikken en Marie Kessels. Over de vrouwelijke stem horen we tegenwoordig niet zoveel meer, de prijs heet nu gewoon een `literaire onderscheiding voor Nederlandstalige literatuur van vrouwen' en is, aldus het persbericht van de Anna Bijns Stichting, bedoeld als `tegenwicht voor de P.C. Hooftprijs'. Die wordt blijkbaar te weinig aan vrouwen toegekend. Hm. Aya Zikken de P.C. Hooftprijs? Elisabeth Keesing? Niets ten nadele van hun werk, maar om nu te zeggen dat het een grote misstand is dat het niet bekroond is met de P.C. Hooftprijs lijkt lichtelijk overdreven.

Maar goed, een grote oeuvreprijs is nooit weg. Het prettige aan oeuvreprijzen is ook dat dan eens niet één enkel boek meeholt in een wedstrijd waarbij de auteur voortdurend moet doen alsof het hem of haar niet kan schelen wat de uitslag is. Een oeuvreprijs is een chique prijs. En er zijn genoeg mooie oeuvres van vrouwen: neem dat van Helga Ruebsamen, Frida Vogels, Maria Stahlie. Of ook bijvoorbeeld dat van Fritzi Harmsen van Beek of Anne Vegter.

Die zijn dan ook genomineerd. Dat wil zeggen, de eerste drie oeuvres kregen een nominatie, over de laatste twee werd bekendgemaakt dat ze `ook hoge ogen gooiden'. Voor die auteurs heerlijk om te weten: we hebben het over jullie gehad maar jullie zijn afgevallen met je oeuvre. En de andere drie zijn nu ineens elkaars concurrent. Wie heeft het ooit zo zout gegeten. Nominaties zijn een commerciële uitvinding om meer belangstelling te kweken voor een prijs. Het aardige aan het nomineren van boeken is dat iedereen dan vóór de uitslag in de gelegenheid is om de meedingende boeken te lezen. Zoiets slaat nergens op bij hele oeuvres – een dergelijke prijs is nu juist bedoeld om aandacht te vragen voor iemands werk. Een afwijzing van het gehele werk ten gunste van iemand anders is tamelijk pijnlijk en in elk opzicht zinloos. Het noemen en meteen weer verwerpen van oeuvres is uitgesproken bot.

Geachte jury en bestuur van de Anna Bijns Prijs: kom tot inzicht. Vergeet die flauwekul van nominaties. Dat is het soort aandacht waar u met uw prijs nu juist niet op uit bent, en de arme genomineerden of net-niet-genomineerden al helemaal niet. Waar hebben zij dat aan verdiend? Lees u gewoon te pletter, discussieer erop los, maar houd de lijstjes met namen binnenskamers en kom gewoon, in één keer, stralend voor de dag met een mooie bekroning. Net alsof u de P.C. Hooftprijs te vergeven hebt.