`Nederlanders willen niet beter zijn dan hun collega's'

Wordt Nederland inderdaad dommer, loopt het land werkelijk achter? De methoden om de stand van de kenniseconomie te meten, zijn omstreden. Vast staat dat innovaties bedrijven hier verhoudingsgewijs weinig opleveren. Hoe zien werknemers bij internationale technologische bedrijven de positie van de Nederlander?

Bij Philips Semiconductors in Nijmegen werkt honderd man uit diverse landen aan de ontwikkeling van audiochips. Talent uit het buitenland brengt frisse ideeën mee. `We hebben genoeg geld en kennis, maar niet de wil om te winnen.'

De productie van halfgeleiders (chips) is deels verdwenen uit Nederland. ,,De eerste productielijn van een nieuw ontwikkelde chip staat vaak hier, maar zodra we overgaan tot massaproductie gaat de productie veelal naar Azië'', zegt Vincent Pronk van Philips Semiconductors in Nijmegen. Bij het onderdeel audiotoepassingen is hij verantwoordelijk voor het in productie nemen van in Nijmegen ontwikkelde chips.

Een team van circa honderd man werkt in Nijmegen aan de ontwikkeling en verkoop van audiochips, die bijvoorbeeld worden toegepast in mobiele telefoons die zijn uitgerust met een radio of mp3-speler, maar ook in dvd-spelers, televies en de `thuisbioscoop'. Pronk werkt nauw samen met collega's in chipfabrieken in Azië. Een Aziaat werkt heel anders dan een Nederlander, is zijn ervaring. ,,Je moet een band met iemand opbouwen, anders kom je niet over de beleefdheidsdrempel heen. Dan antwoordt hij ja op alles wat je vraagt, ook al begrijpt hij er eigenlijk niks van'', aldus Pronk.

,,Maar de overeenkomsten zijn doorgaans groter dan de verschillen'', zegt Jeroen van den Boom, productontwikkelaar in Nijmegen. ,,Een Japanse en een Nederlandse ingenieur kunnen makkelijker met elkaar communiceren over een technisch probleem dan een Nederlandse ingenieur en zijn niet-technische Nederlandse manager. Hoe groot de cultuurverschillen ook zijn, je bent toch met hetzelfde vak bezig. Dat schept een band.''

Rutton Ruttonsha, die de afdeling leidt, is tevreden over het niveau van de Nederlandse ingenieurs, maar wil proberen hun inzet te verhogen. ,,We opereren op een wereldwijde markt met stevige concurrentie van mensen die weinig te verliezen en veel te winnen hebben, zoals de Chinezen. Daar moeten we ons gedrag op aanpassen. We hebben genoeg geld voor onderzoek en ontwikkeling en we hebben zeker genoeg kennis in huis, dus het enige wat we nog nodig hebben is de wil om te winnen.''

Ruttonsha komt zelf uit India maar werkte voor hij naar Nijmegen kwam twintig jaar in de Verenigde Staten, waar werknemers met bonussen gestimuleerd werden om te presteren. ,,Amerika is wel het andere uiterste, mensen werken daar ook hard uit angst om ontslagen te worden. Maar met een zekere prikkel om te presteren is op zich niks mis. Alleen kan dat in Nederland haast niet, want iedereen verdient hetzelfde omdat dat zo in de CAO staat. En het past ook niet in de cultuur, Nederlanders willen niet beter zijn dan hun collega's. Ze stellen zich collegiaal op ten opzichte van hun teamgenoten en ze profileren zich niet als de beste.''

Dat is een slechte zaak, vindt Ruttonsha. ,,Als iedereen gemiddeld wil zijn in plaats van de beste, presteer je als team niet op het toppunt van je kunnen. Dat moet wel natuurlijk.'' In de VS, waar mensen meer op individuele prestaties gericht zijn, werkt dat beter. ,,Maar het zijn niet de autochtone Amerikanen die zich het meest profileren, dat zijn vooral de immigranten. Die hebben een veel grotere drang om zichzelf te bewijzen. Ze zijn ook niet zomaar in hun baan gerold, daar hebben ze voor moeten knokken.''

Nederland zou ook meer gemotiveerde, getalenteerde immigranten kunnen gebruiken, vindt Ruttonsha. ,,Bijna alle stagiaires die wij van de technische universiteiten krijgen, zijn Nederlanders. Dat is een gemiste kans. Amerikaanse universiteiten struinen over de hele wereld de topinstituten af om de beste mensen naar Amerika te halen. Dat zouden Nederlandse universiteiten ook moeten doen. Door talent uit het buitenland te halen, ontstaan er frisse ideeën. Een mengeling van culturen stimuleert innovatie.'' Het ontbreken hiervan is ook slecht voor het intellectuele klimaat. ,,De echte getalenteerde Nederlanders die een inspirerende omgeving zoeken, gaan uiteindelijk naar het buitenland.''