Nederland als nettobetaler aan kop in EU

Nederland was vorige jaar in verhouding de grootste nettobetaler aan de Europese Unie. Nederland betaalde met 2,2 miljard euro 0,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) aan Brussel.

Gemeten naar percentage van het bbp zijn na Nederland Zweden (0,3 procent), Luxemburg, Duitsland en Italië (alle 0,2 procent) de grootste nettobetalers aan de EU. Eurocommissaris Michaele Schreyer (Begroting) heeft deze gegevens gisteren bekendgemaakt.

Bij de laatste onderhandelingen over de langetermijnfinanciën van de EU, in 1999, bereikte Nederland dat de nettobijdrage over een periode van zeven jaar met bijna 600 miljoen euro zou dalen. Volgens cijfers van de Commissie is de Nederlandse nettobijdrage op jaarbasis ten opzichte van 1997 met nog geen honderd miljoen euro afgenomen.

Nederland is al elf jaar nettobetaler aan de EU. Het heeft echter nooit eerder de toppositie ingenomen. In 2005 kan Nederland bij onderhandelingen over de EU-financiering voor de periode 2007-2013 opnieuw proberen een gunstiger nettobetalerspositie te bereiken. Verwacht wordt echter dat huidige netto-ontvangers hun positie fel zullen verdedigen en dat in 2004 toegetreden nieuwe lidstaten grote financiële verlangens op tafel zullen leggen.

Griekenland, Portugal, Ierland en Spanje waren vorig jaar in verhouding de grootste netto-ontvangers van de EU. In absolute bedragen zijn echter Spanje, Frankrijk, Duitsland en Italië de grootste ontvangers van subsidies uit Brussel. Spanje kreeg vorig jaar 21 procent van alle Brusselse subsidies.

Duitsland, Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië zijn in absolute bedragen de grootste betalers aan de EU-kas. Duitsland betaalde vorig jaar 22,8 procent van de totale EU-begroting.

Groot-Brittannië betaalde vorig jaar netto 0,17 procent van het bbp aan de EU-kas. Dat lage percentage was te danken aan de speciale korting die dit land in 1984 heeft bedongen. Zonder deze korting zou Groot-Brittannië vorig jaar na Nederland de grootste nettobetaler aan de EU zijn geweest.

De totale EU-uitgaven bedroegen vorig jaar 85 miljard euro. Van dat geld werd 4,5 miljard gebruikt voor het administratieve apparaat van Brussel; 4,9 miljard was bestemd voor hulp aan landen buiten de EU. De uitgaven van de EU bleven vorig jaar 7 miljard euro onder de oorspronkelijke begroting.