Muzikaal nationalisme

Prestige en glorie stralen al sinds eeuwen af van muziekland Engeland met zijn vele componisten. Nederland kan zich heel goed met Engeland meten.

Het `British Season' in het Amsterdamse Concertgebouw biedt in het nieuwe seizoen een imposant beeld van het Engelse componeren en het Britse muziekleven. Zestig concerten met muziek van bijna vijftig Engelse componisten uit vijf eeuwen – het is voor Nederlandse muziekliefhebbers van een jaloersmakende overdaad. Purcell, Händel en Britten klinken uiteraard, maar ook vele anderen die minder beroemd zijn. Van een aantal beroemde Engelse componisten kennen we wel de namen, maar hun muziek hebben we vaak nauwelijks of nooit in de concertzaal gehoord. Zoals Ralph Vaughan Williams, Frederic Delius, William Walton, Gustav Holst en Edward Elgar, wiens fameuze oratorium The Dream of Gerontius wordt uitgevoerd. En dan klinkt er ook nog muziek van componisten wier namen vrijwel niemand in Nederland iets zeggen, zoals Musgrave, Butterworth, Harvey en Horder.

Engeland is al sinds de vroege Middeleeuwen een belangrijk en machtig land, een koninkrijk met een hof dat componisten aantrok. Het heeft sinds de zestiende eeuw, toen Hendrik VIII de paus afzwoer, een Anglicaanse staatskerk met een wereldberoemde koorcultuur. En Londen is al eeuwen een welvarende wereldstad met een sterk internationaal georiënteerd muziekleven.

De Duitser Händel verhuisde in het begin van de achttiende eeuw naar Londen en schreef er talloze opera's en oratoria. De Oostenrijker Haydn ging er aan het eind van die eeuw naartoe voor het componeren van zijn laatste twaalf `Londense' symfonieën. Het Londense publiek was na de Symfonie nr 96 zo enthousiast, dat het massaal naar het podium opdrong om Haydn te eren. Geen wonder dat achter hen geen slachtoffers vielen toen een kristallen kaarsenkroon in de zaal stortte. Maar deze Haydnsymfonie heet sindsdien toch `The Miracle'.

Engelse musici, zangers en dirigenten hebben belangrijke internationale carrières en worden door de Engelse koningin geëerd met de quasi-adellijke titels `Dame' (zoals Gwyneth Jones en Janet Baker) en `Sir' (Thomas Beecham, Colin Davis). Het laatste voorbeeld van een Britse topdirigent is Sir Simon Rattle, die in het vorige seizoen begon als de nieuwe chef van de Berliner Philharmoniker.

Prestige en glorie stralen af van het muziekland Engeland, dat met zijn vele componisten in vergelijking met ons land zoveel meer kwaliteit en historie lijkt te bieden. Maar behoort Engeland met zijn componisten ook echt tot de internationale muziektop? Natuurlijk niet. In vergelijking met Oostenrijk en Duitsland is Engeland nergens. De Britten hebben onder hun componisten geen equivalenten voor Mozart, Haydn, Beethoven, Schubert, Brahms, Bruckner, Wagner, Mahler, Strauss, Schönberg, Berg, Webern en Stockhausen.

Groot-Brittannië kan compositorisch ook niet op tegen Rusland met Moesorgski, Tsjaikovski, Rimski-Korsakov, Stravinsky, Prokofjev, Sjostakovitsj en Goebaidoelina. Het is niet voor niets dat de Fin Sibelius zo geliefd is in Engeland, hij componeerde de symfonieën die de Engelse componisten niet schreven.

Het Verenigd Koninkrijk kan evenmin concurreren met het Frankrijk van Rameau, Couperin, Lully, Berlioz, Massenet, Saint-Saëns, Bizet, Debussy, Messiaen en Boulez. En niet tegen Italië met operacomponisten als Monteverdi, Rossini, Donizetti, Bellini, Verdi, Puccini en een aansprekende avant-gardist als de onlangs overleden Luciano Berio. Alleen het opera-oeuvre van Benjamin Britten is van echt belang, te vergelijken met dat van de Tsjech Léos Janácek.

Leermeester

En als we het Engelse componeren met het Nederlandse vergelijken? Dan moeten we natuurlijk ook de componisten uit de vijftiende en zestiende eeuw in de zuidelijke Nederlanden meerekenen. Want de opstand der Belgen in 1830 berooft de Nederlanden niet van hun rijke gezamenlijke muzikale verleden. En dan wegen de Vlaamse polyfonisten als Josquin des Prez, Lassus, Obrecht, Willaert en Dufay ruimschoots op tegen voortreffelijke Engelsen als Byrd en Tallis. Ook mag de vroeg zeventiende-eeuwse componerende Amsterdamse organist Sweelinck worden genoemd. Hij was de leermeester van vele Duitse organisten die later voorgangers bleken van Bach.

De uit Duitsland geïmporteerde Händel, die ondanks een verblijf van bijna een halve eeuw in Engeland het Engels met een akelig Duits accent bleef spreken, voorzag het hof, de aristocratie en de burgerlijke elite in Londen eerst drie decennia van Italiaanse opera's. Pas daarna gaf hij het Engelse muziekleven met zijn Engelstalige oratoria en massale koorzang een karakter dat nog steeds echt `Engels' is.

Nederland kan daar in de achttiende eeuw niets tegenover stellen. Maar in de negentiende eeuw waren er wel Nederlandse componisten van belang. zoals Richard Hol, zoon van een Amsterdamse melkboer, en Johannes Verhulst, die door Mendelssohn werd ontdekt toen hij in 1836 op vakantie was in Scheveningen. Verhulst ging als compositieleerling mee terug naar Leipzig. Beroemd zijn Hol en Verhulst en ook Johan Wagenaar en Julius Röntgen niet geworden in Nederland, want de twintigste eeuw keek op hen neer, omdat ze negentiende-eeuwse en dus ouderwetse muziek schreven. Maar de vier symfonieën van Hol mogen er zijn, evenals de Mis in As van Verhulst, een groots werk. Wagenaar is een laat-romanticus van formaat en Röntgen bewoog zich tussen Brahms en Grieg op internationaal niveau.

Treurig moment

Het twintigste-eeuwse Nederlandse componeren is van nog groter belang: Alfons Diepenbrock, Matthijs Vermeulen met zijn zeven symfonieën, Willem Pijper, Rudolf Escher, Ton de Leeuw, Peter Schat en Louis Andriessen. Toch beschouwt Nederland zichzelf nog altijd als een onmuzikaal, calvinistisch land, dat op dit gebied internationaal niets heeft in te brengen.

Engeland heeft van dat soort gedachten geen last. Nederland mist het folkloristische nationalisme dat Engeland manifesteert tijdens The Last Night of the Proms met de English Seasongs en Rule Britannia! Wij zingen niet luidkeels mee bij de Piet Hein rapsodie van Peter van Anrooy, noch wellen tranen bij ons op bij de Zuiderzee symfonie van Dopper.

Het was een treurig moment voor de Engelse muziekcultuur toen de Nederlandse musicoloog Theodore van Houten in 1976 het raadsel van The Enigma Variations van Edward Elgar oploste. Volgens Van Houten bestaat het verborgen thema uit de eerste vijf noten uit het lied Rule Britannia op de woorden `never, never, never'. Er zijn tal van aanwijzingen dat Van Houten gelijk heeft. Als Elgar over het raadsel sprak, gebruikte hij steeds het woord `never'. Zou hij ooit het raadsel onthullen? ,,Never!'' En Elgar zei: ,,The principle theme never appears.''

Het is verbazingwekkend dat de Engelsen zelf dat nooit hebben gehoord. Maar ze zijn doof door hun luidruchtige nationalisme als ze tijdens The Last Night of the Proms `Rule Britannia, Britannia rules the waves!' zingen. De Engelsen moeten zichzelf ook overschreeuwen, want Britannia heerst niet echt over de golven van de muziek.

British Season in het Concertgebouw Amsterdam: 20 sept. t/m 27 mei.