Leo Lauer

Een motorongeluk beëindigde in 1931 alle dromen van Leo Lauer om een groot kunstenaar te worden. Deze brute dood symboliseerde het leven van deze militante sportjournalist: op weg naar een doel raakte hij van de weg. `Soms kon men de indruk krijgen dat bij elke hartklop hem een nieuw denkbeeld inviel', schreef zijn oude collega Hans P. van den Aardweg in een herinneringsbrief. `En zo werd hij de meester van de flits, van de korte, snel-vergankelijke impressies.'

Dat zal de reden zijn waarom we zijn naam niet snel meer kunnen plaatsen, ondanks bijdragen aan onze cultuur die verder reiken dan een flits. In 1907 stond de Arnhemmer aan de basis van de Revue der Sporten, het eerste geïllustreerde sporttijdschrift van ons land. Achttien jaar later wierp hij zich op Sport in beeld, om hiermee pas op te houden door de fatale motorrit.

Maar ook buiten de sportjournalistiek roerde hij zich, want zijn kunstzinnige hart klopte als een bezetene. Hij stortte zich op de geruchtmakende passiemoord op cabaretier Jean-Louise Pisuisse in 1927, toen tenor Tjakko Kuiper op het Rembrandtplein in Amsterdam Pisuisse en zijn vrouw Jenny Gilliams vermoordde en daarna de hand aan zichzelf sloeg. Lauer schreef een vlugschrift over de affaire, dat in beslag werd genomen na klachten van nabestaanden. Eerdergenoemde Van den Aardweg reageerde daar weer op met `Waarom schreef Leo Lauer zijne brochure omtrent den dood van Jean Louis Pisuisse'.

Het tekent Lauer dat hij zo snel reageerde op een actualiteit, om daarna te worden getroffen door verboden en kritiek. `Juist door de drift', meende Van den Aardweg echter, `waarmede hij leefde, zag hij vaak meer de schijn dan de werkelijkheid der feiten. Wanneer er meer rust, meer bezinning in hem geweest was, zou hij vermoedelijk een kunstenaar geworden zijn, die een durend reliëf gegeven had aan het literaire front van Nederland.' Nu bleef het dus vooral bij zijn snel-vergankelijke impressies, die wel heel mooi maar helaas zo vergankelijk waren.

Eén van de beroemdste en mooiste beschrijvingen van de klassieke Nederlandse sportjournalistiek is bijvoorbeeld van Lauer en stamt uit 1913. Dat jaar versloegen de Nederlandse voetballers voor de eerste keer Engeland en sportpionier Pim Mulier was daarbij. Midden in het feest ontdekte Lauer hem en zag een heer `correct in het zwart, hoog gehoed, die stillekens voor zich uitkeek naar het woest gedans en golven der menigte, telkens zijn ogen afwiste, met niemand sprak, voor zichzelf bewaarde het zoete van het nieuwe geluk'.

En zo ging Lauer heen, met zijn passie en hartstocht. `Maar', eindigt Van den Aardweg, `wij kunnen ons troosten met de gedachte, dat hij een persoonlijkheid en een journalist werd, onvergetelijk voor hen, die hem gekend en gelezen hebben'.

jurryt@xs4all.nl