Gedreven door bijzondere woorden

Begin oktober wordt bekend wie de Nobelprijs voor Literatuur krijgt. Wie is er aan de beurt? Ons vierde voorstel: A.S. Byatt,

De wegen van de Zweedse Academie die jaarlijks de Nobelprijs voor Literatuur toekent, zijn ondoorgrondelijk. Het is volstrekt onduidelijk welke criteria men hanteert. Wie de lijst van de sinds 1901 gelauwerde auteurs doorneemt, komt tot de conclusie dat er relatief veel Britse en Ierse auteurs op voorkomen, wat niet verwonderlijk is gezien het grote aantal schrijvers van wereldformaat dat Groot-Brittannië heeft voortgebracht. Onbegrijpelijk is echter dat niet één Ierse of Britse vrouw ooit is bekroond met deze hoogste literaire onderscheiding. Nee, zelfs Virginia Woolf niet.

De eerste vrouw die werd uitverkoren was de Zweedse Selma Lagerlöf. Zij ontving de prijs in 1909, op 51-jarige leeftijd. Daarna duurde het zeventien jaar voor er weer een vrouw aan de beurt was: de Italiaanse Grazia Deledda, eveneens 51 jaar oud. Feministische golven en de explosieve toename van het aantal topschrijfsters heeft in de Zweedse onderwaardering van vrouwelijke auteurs maar zeer langzaam verandering gebracht. Sinds 1945, toen de Chileense dichteres Gabriela Mistral werd gelauwerd, is de Nobelprijs voor Literatuur slechts aan drie vrouwen toegekend: de Zuid-Afrikaanse Nadine Gordimer kreeg hem in 1991 op haar 68ste, de Amerikaanse Toni Morrison in 1993 op haar 62ste en de Poolse dichteres Wyslawa Szymborska in 1996 op haar 73ste. Er is dus een stijgende lijn te bespeuren: maar liefst drie vrouwelijke schrijvers in de jaren negentig.

Statistisch gezien is het aannemelijk dat deze keer, na zeven jaar, opnieuw een vrouw met de eer gaat strijken en het zou werkelijk een daad van rechtvaardigheid zijn als dat de Britse A.S. Byatt (1936) werd. Qua leeftijd zit ze goed, haar in hoog aanzien staande oeuvre (romans, verhalen, essays en wetenschappelijk werk over onder anderen Iris Murdoch, Wordsworth en Coleridge) is zowel omvangrijk als veelzijdig. Haar weergaloze, verfilmde, roman Possession geniet sinds ze er in 1990 de Booker Prize mee won wereldwijde bekendheid. Hoezeer ze in eigen land wordt geëerd bleek ook nog eens in 1999, toen zij de titel Dame of the British Empire kreeg wegens haar ruim dertig jaar omspannende verdiensten voor de literatuur.

Keer op keer heeft de als Anthonia Susan Drabble in Sheffield geboren Byatt een lans gebroken voor de, door de Zweedse academie nooit onderkende, rijke vrouwelijke traditie in de Britse letteren. ,,In tegenstelling tot veel andere landen zijn er in Engeland sinds het ontstaan van de roman grote schrijfsters geweest'', aldus Byatt in een interview. ,,Het begon met Jane Austen, je had George Eliot, de Brontës. Ik groeide op met Iris Murdoch, Doris Lessing, Muriel Spark.''

Volgens de zich uitdrukkelijk feministisch noemende Byatt is de enige generatie in haar land die geen grote schrijfsters heeft voortgebracht de huidige generatie van post-literair feminisme. En dat noemt ze geen toeval. De nieuwe generatie Britse schrijfsters schrijft in haar ogen ,,over vrouwen voor vrouwen in wat zij denken dat een vrouwelijke stijl is. Je zult geen man betrappen op schrijven over mannenzaken in een mannelijke stijl.''

Waarheid

Byatt is geen auteur die over specifieke vrouwenzaken schrijft in een vrouwelijke stijl – wat dat ook moge zijn. Ze is ook beslist geen feministische dogmaticus. Toen ze uit de hoek van de Britse vrouwenstudies werd aangevallen op haar verhalenbundel Matisse Stories (1993) omdat ze daarin een geval van seksuele intimidatie niet serieus behandeld zou hebben, antwoordde ze dat ze in haar werk naar de waarheid zoekt en geen politieke pamflettiste is. ,,Ik ben opgegroeid met het idee dat fictie binnendringt op plaatsen waar geen ruimte is voor politieke overtuigingen en oog heeft voor beide kanten van een kwestie, terwijl politieke overtuigingen er juist zijn om stelling te nemen. Er zijn zaken waartegen ik stelling neem, zoals de doodstraf, omdat daar maar één kant aan zit: een slechte. Aan seksuele intimidatie zitten vele kanten.''

Possession (1990) was het zesde boek van Anthonia Byatt, die tot dan toe vooral bekend was als de auteur van The Game (1967). In Possession, een dubbel liefdesverhaal, een historisch epos en een literaire detective ineen, creëerde ze niet alleen twee Victoriaanse dichters, maar ook hun (niet onverdienstelijke) poëzie en correspondentie. Ze etaleerde daarmee een veelzijdigheid aan stijlen en genres die, behalve misschien door haar voorbeeld Umberto Eco in De naam van de roos, nooit is geëvenaard.

In haar daarop volgende boek, de erudiete postmoderne ideeënroman Babel Tower (1996), deel drie van een tetralogie over Frederica Potter die in 1978 begon met The Virgin in the Garden en zeven jaar later werd gevolgd door Still Life, ging Byatt nog verder in deze kunst van pasticheren, parodiëren, alluderen, citeren en deconstrueren. Babel Tower, over het algemeen jubelend ontvangen, riep ook irritatie op. De roman werd, met minimaal drie in verschillende historische periodes spelende plots, te overladen genoemd. Te complex, maar vooral ook te erudiet. Soortgelijke kritiek was te beluisteren op het wijdvertakte en qua structuur op Possession gelijkende The Biographers Tale (2000), waar voor liefhebbers van het biografische genre zowel intellectueel als literair genot aan te beleven valt. Ook The Biographers Tale is een postmoderne roman, onder andere over de vraag of de waarheid in heden en verleden kenbaar is. Maar het geraffineerde van Byatts werkwijze is dat ze tegelijkertijd ook de vloer aanveegt met de postmodernistische literatuurtheorie en er voortdurend blijk van geeft vóór alles een mooi verhaal te willen vertellen met één of meer spannende plots.

Menselijk brein

Baytt is nog bij lange na niet uitgeschreven. Vorig jaar verscheen A Whistling Woman, deel vier van haar reeks over Frederica Potter, die in dit boek gespreksleider van een discussieprogramma op televisie wordt. Dit biedt prachtige mogelijkheden voor het weergeven van complexe ideeën en verhitte debatten over zaken als de werking van het menselijk brein, taal en creativiteit, vrijheid van meningsuiting versus censuur, om maar een kleine greep te doen. Daarnaast is er natuurlijk de interessante met empathie beschreven Frederica, die – hoewel Byatt altijd heeft ontkend autobiografisch te schrijven – zoveel met haar schepper gemeen heeft. In de Britse pers is A Whistling Woman en de tetralogie als geheel geprezen wegens de onmiskenbare ambitie waarmee de boeken geschreven zijn, de wijze waarop Byatt de verhouding tussen gevoel en verstand heeft geanalyseerd en erin is geslaagd een eenheid te creëren waar maar weinig andere schrijvers van durven dromen.

En nu maar hopen dat de Zweedse Academie niet zo dom is A.S. Byatt louter als een intellectualistische, academische schrijver te zien (wat bij mannen nog wel door de beugel kan, maar van vrouwen nauwelijks wordt geaccepteerd), want deze auteur is in de eerste plaats een getalenteerd verhalenvertelster. Misschien dat de drukproef van haar binnenkort te verschijnen bundel Little Black Book of Stories Stockholm al heeft bereikt. In het daarin opgenomen verhaal `Raw Material' staat een docent creatief schrijven centraal. Een van zijn studentes, een oudere vrouw, schrijft briljante short stories over gebruiken en voorwerpen uit haar jeugd. Ze schrijft – en hier horen we Byatt zelf – louter omdat ze van taal houdt. ,,Ik hou van woorden. Ik hou van lezen. Ik merk bijzondere woorden op. Dat drijft me.'' De docent is razend enthousiast omdat haar korte essays hem zélf zin in schrijven geven. ,,Ze maakten dat hij de wereld zag als iets dat beschreven moet worden.'' En precies dat gevoel brengt Byatt met al haar boeken op haar lezers over. `Raw Material' eindigt ermee dat de docent de verhalen van zijn studente opstuurt voor een prijsvraag. De winnaar krijgt een grote som geld en publicatie van zijn werk in een tijdschrift. Natuurlijk wint de oude vrouw, maar te laat – ze is inmiddels overleden.

Anthonia Byatt is springlevend, gezond en buitengemeen productief. Toch zou het aan te bevelen zijn haar nu de Nobelprijs toe te kennen. Een tweede omissie van het kaliber Virginia Woolf kan zelfs de boven kritiek verheven Zweedse Academie zich niet permitteren.